Les 8: Professionele telefoonhouding

Professionele telefoonhouding
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
HospitalityMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Professionele telefoonhouding

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van de les kun jij:
  • uitleggen waar je op moet letten bij een professioneel
      telefoongesprek.
  • het Nederlandse- en internationale telefoonalfabet
      toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Waar denk je aan bij
professioneel telefoneren?

Slide 3 - Woordweb

Houding en stemgebruik
  • Spreek rustig en duidelijk.
  • Toon enthousiasme en glimlach tijdens het praten; een glimlach kun je
     horen!
  • Wees vriendelijk en gastvrij.
  • Vermijd een monotone of gehaaste klank.
  • Houd achtergrondgeluiden tot een minimum.
  • Zorg voor een actieve houding aan de telefoon.

 

Slide 4 - Tekstslide

Professioneel en vriendelijk woordgebruik
Gebruik positieve taal: 
  • “Natuurlijk, ik kijk het graag voor u na.”
  • “Een momentje alstublieft.”
  • “Dank u wel voor uw geduld.”

Vermijd: “geen idee”,  “dat kan niet,” of  “wacht even.”

Vervang dit door: 
  • “Ik ga dit meteen voor u uitzoeken.”
  • “Ik kijk graag met u mee naar een passende oplossing.”

Slide 5 - Tekstslide

Telefoon opnemen 
  • Neem binnen 3 beltonen op (15-20 seconden)
  • Gebruik een vaste begroeting: “Goedemiddag, naam van hotel, u spreekt
      met..., waarmee kan ik u helpen?”
  • Gebruik de naam van de gast  tijdens het telefoongesprek
      (schrijf deze aan het begin van het  gesprek op)
  • Luisteren actief (samenvatten, doorvragen)
  • Schrijf belangrijke gegevens direct op.

Slide 6 - Tekstslide

Bellen naar een gast 
  • Zoek vooraf de gegevens van de gast op.
  • Weet duidelijk te formuleren waarvoor je belt.
  • Gebruik een vaste begroeting: “Goedemiddag, naam van  hotel, u  spreekt
      met..., wij bellen u...
  • Gebruik de naam van de gast tijdens het telefoongesprek, 
    "Bedankt voor...meneer Smith..."
  • Luisteren actief (samenvatten, doorvragen)
  • Schrijf belangrijke gegevens direct op.

Slide 7 - Tekstslide

Doorverbinden of in de wacht zetten
Vertel altijd waarom je doorverbindt of een gast in de wacht zet:
  • “Ik verbind u door met mijn collega van housekeeping die u
        verder kan helpen.”
       Blijf aan de lijn tot de collega opneemt (geen stille
       overdracht)
  • "Ik zal het even voor u navragen, ik zet u even in de wacht,
        heeft u een momentje"

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het beste voorbeeld van een 'vaste begroeting'?
A
Hallo, goedemorgen, waarmee kan ik u helpen?
B
Goedemorgen, Resort the beach, u spreekt met Sam, waarmee kan ik u helpen?
C
Hallo, u spreekt met Resort the Beach, waarmee kan ik u helpen?
D
Goedemorgen, Resort the Beach, met Sam, waarmee kan ik u helpen?

Slide 9 - Quizvraag

Binnen hoeveel beltonen neem je idealiter de telefoon?
A
1
B
3
C
6
D
10

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht klassikaal
Waarom: leren toepassen van het Nederlandse- en internationale telefoonalfabet
Wat: maken opdrachten 8.07 (boek TLHB1, pagina 204)
Nodig: Wisbordjes en boek TLHB1
Hoe: schrijf de juiste spelling van vraag 8.07 op je wisbordje 
Tijd: 10 minuten 
Straks: klassikaal nabespreken (5 minuten)
Klaar: lezen hoofdstuk 8, pagina 203 en 204 - §8.5 

Slide 12 - Tekstslide

Hoe spel je 'Hotel' met het internationale telefoonalfabet?

A
Hotel, Oto, Tango, Echo, Lima
B
Hostel, Otto, Tenger, Ego, Lima
C
Hotel, Oscar, Tango, Echo, Lima
D
Hostel, Oscar, Tango, Ego, Lima

Slide 13 - Quizvraag

Hoe spel je 'Hotel' met het Nederlandse telefoonalfabet?
Telefoon
A
Harry, Oscar, Theo, Eduard, Lodewijk
B
Hendrik , Oto, Theo, Eduard, Lodewijk
C
Harry, Oscar, Theo, Ego, Lodewijk
D
Hendrik , Oscar, Theo, Eduard, Lodewijk

Slide 14 - Quizvraag

Opdracht (extra)
Wat: Probeer je eigen naam en de naam van je buurman/vrouw te spellen. Gebruik hiervoor eerst het Nederlandse telefoonalfabet, daarna het internationale telefoonalfabet. 
Hoe: beide alfabetten zijn te vinden in je boek TLHB1, pagina 204
Tijd: 5 minuten
Klaar: klassikaal; een aantal studenten spellen de geoefende namen 

Slide 15 - Tekstslide

Nabespreken lesdoelen
Aan het eind van de les kun jij:
  • uitleggen waar je op moet letten bij een professioneel     telefoongesprek.
  • het Nederlandse- en internationale telefoonalfabet
      toepassen.

Slide 16 - Tekstslide


Wat vond je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll