H1 Spelling: gebiedende wijs en werkwoorden

Goedemorgen klas 2C

Vandaag...

- stillezen
- Lezen hoofdstuk 1
Goedemorgen 

Vandaag...
- Herhaling werkwoordspelling
- Gebiedende wijs

Leerdoel:
- Ik kan werkwoorden in de gebiedende wijs correct spellen
- Ik kan werkwoorden in alle vormen en tijden correct spellen

H1 Spelling Gebiedende Wijs

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Goedemorgen klas 2C

Vandaag...

- stillezen
- Lezen hoofdstuk 1
Goedemorgen 

Vandaag...
- Herhaling werkwoordspelling
- Gebiedende wijs

Leerdoel:
- Ik kan werkwoorden in de gebiedende wijs correct spellen
- Ik kan werkwoorden in alle vormen en tijden correct spellen

H1 Spelling Gebiedende Wijs

Slide 1 - Tekstslide

Gebiedende wijs
Kun je aan de hand van de volgende zinnen uitleggen wat de 
gebiedende wijs is? En welke vorm van het werkwoord gebruiken 
we bij de gebiedende wijs?

Goedemorgen allemaal. Ga zitten. 
Pak je boek en start met lezen. 
Maak daarna je huiswerk 
en doe dit alles in stilte!

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Werkwoordsvormen en werkwoordstijden
Een werkwoord heeft verschillende werkwoordsvormen:
  • infinitief (inf): rennen
  • persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt): ik ren, jij rent, wij rennen
  • persoonsvorm verleden tijd (pvvt): rende, renden, 
  • voltooid deelwoord (vd): gerend
  • onvoltooid deelwoord (od): rennend
  • bijvoeglijk naamwoord (bv): rennende jongen
  • gebiedende wijs: ren

Slide 4 - Tekstslide

Welke werkwoordsvorm is 'spreken' in de volgende zin?

Ik kreeg de leerling niet te spreken.

Slide 5 - Open vraag

Welke werkwoordvorm is 'versierd' in de volgende zin?

De woonkamer was feestelijk versierd voor zijn verjaardag.

Slide 6 - Open vraag

Noteer de vorm van het werkwoord (pvtt, pvvt, od, vd, bn) en noteer daarachter de juiste spelling:

In mijn woonkamer hangt een ... (vergroten) foto van een ... (wandelen) tak.

Slide 7 - Open vraag

Noteer de vorm van het werkwoord (pvtt, pvvt, od, vd, bn) en noteer daarachter de juiste spelling:

...(vinden) je een ...(schrijven) brief in deze tijd niet veel leuker?

Slide 8 - Open vraag

... (worden) nou toch eens wakker!
A
Word
B
Wordt

Slide 9 - Quizvraag

Wie heeft deze vloer ... (schrobben)?
A
Geschrobt
B
Geschrobd

Slide 10 - Quizvraag

Hij ... (antwoorden) wel, maar waarom ...(antwoorden) jij niet?
A
antwoord, antwoord
B
antwoordt, antwoord
C
antwoordt, antwoordt
D
antwoord, antwoordt

Slide 11 - Quizvraag

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
1. Ik-vorm (bij: ik, of jij achter de pv)
2. Ik-vorm + t (bij: jij, hij, zij, men)
3. Hele werkwoord (bij: wij, jullie en zij)

- ik loop, ik vind, ik fiets, ik vaar, loop jij, vind jij, fiets jij, vaar jij
- jij loopt, hij vindt, zij fietst, men vaart
- wij lopen,jullie vinden, zij fietsen, wij varen

Slide 12 - Tekstslide

persoonsvorm verleden tijd
Twee mogelijkheden:

zwakke werkwoorden (fietsen - fietsten, gooien - gooiden)
en
sterke werkwoorden (lopen - liepen, kijken - keken)

Slide 13 - Tekstslide

Zwakke werkwoorden
Je maakt de verleden tijd van een zwak werkwoord als volgt:

- ik-vorm + de / te bij ik, jij, hij, zij, men
- ik-vorm + den / ten bij wij, jullie en zij

ik bloedde, jij fietste, hij antwoordde
wij bloedden, jullie fietsten, zij antwoordden

Bij twijfel over de(n) of te(n) gebruik je de regel van 'T KoFSCHiPX

Slide 14 - Tekstslide

'T KoFSCHiPX
Is het: ik schrobde of ik schrobte?

1. Haal -en van het hele werkwoord af. Schrobben - schrobb

2. Zit de laatste letter in 'T KoFSCHiPX?
Ja: ik-vorm + te(n)
Nee: ik-vorm + de(n)

Slide 15 - Tekstslide

Sterke werkwoorden
Bij een sterk werkwoord verandert de klank in de verleden tijd:

worden - werden - geworden
zingen - zongen - gezongen
lopen - liepen - gelopen


Slide 16 - Tekstslide

Wat is ook alweer een voltooid deelwoord?
Het voltooid deelwoord (vd) is een van de vormen van het werkwoord. Het geeft aan dat een handeling is afgerond. 

Als het voltooid deelwoord in het werkwoordelijk gezegde voorkomt, staat er altijd een vorm bij van hebben, zijn of worden.

Ik heb in de tuin gezeten.
Jij bent naar boven gegaan.
De trampoline wordt morgen geleverd.

Slide 17 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Zwakke werkwoorden: het voltooid deelwoord eindigt op een -d of een -t. Als je niet weet of het voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt, dan kun je het langer maken (in de verleden tijd).

Ik heb gerend. (want rende)
Ik heb gefietst. (want fietste)
Ik heb gepakt. (want pakte)


Bij twijfel : 'T SeXy FoKSCHaaP

Slide 18 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden eindigt altijd op -en.

zwemmen - gezwommen
lopen - gelopen
kijken - gekeken

Slide 19 - Tekstslide

Wat is ook alweer een onvoltooid deelwoord?

-Onvoltooid deelwoord geeft vaak aan dat een handeling nog niet af is (onvoltooid)
Juichend liep hij over straat. Al lachend fietste ze naar huis.

-Een onvoltooid deelwoord schrijf je als volgt: hele werkwoord +d
lopend   -    werkend   -    wandelend 

Slide 20 - Tekstslide

En nu...
Maak H2 Engelse werkwoorden (huiswerk)
1-5 (online alle opdrachten)
Klaar?
Maak van H1 Spelling werkwoorden (gebiedende wijs)
 Uit je boek (opdracht 1-5)

Huiswerk voor morgen! 

Slide 21 - Tekstslide