1.1 Verbranding

Bij welk nieuwsbericht hoort onderstaande foto? Schrijf het antwoord op het wisbordje.
Thema 2
Verbranding en
ademhaling 
timer
1:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Bij welk nieuwsbericht hoort onderstaande foto? Schrijf het antwoord op het wisbordje.
Thema 2
Verbranding en
ademhaling 
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf op jouw wisbordje:
- Het proces (reactieschema) van verbranding
- Welke stof gebruikt het lichaam voor de verbranding in de cellen? 
Thema 2
Verbranding en
ademhaling 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Schrijf het proces van verbranding op jouw wisbordje.
En zorg dat je klaar zit voor de les.


timer
2:30

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoel
Je weet dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat koolstofdioxide ontstaat.

Je kunt het verband omschrijven tussen verbranding in je lichaam en lichamelijke inspanning. 

Slide 7 - Tekstslide

Welk proces vindt plaats op dit plaatje? 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Bij verbranding worden een brandstof en zuurstof omgezet in water, koolstofdioxide en energie. 

Slide 10 - Tekstslide

Energie
Bij de verbranding in je lichaam is een brandstof nodig. Je lichaam gebruikt vooral glucose als brandstof. Glucose krijg je binnen met je voedsel. Het wordt gemaakt door planten bij de fotosynthese.

Bij de verbranding van glucose in je lichaam ontstaan water en koolstofdioxide. Ook komt energie vrij. Je lichaam gebruikt die energie. Alle organen in je lichaam hebben energie nodig. 

In elke cel van je lichaam vindt voortdurend verbranding plaats. Zonder verbranding gaat een cel dood. Dat geldt niet alleen voor de cellen van een mens, maar voor alle cellen van alle organismen.

Slide 11 - Tekstslide

Energie
Bij de verbranding in je lichaam is een brandstof nodig. Je lichaam gebruikt vooral glucose als brandstof. Glucose krijg je binnen met je voedsel. Het wordt gemaakt door planten bij de fotosynthese.

Bij de verbranding van glucose in je lichaam ontstaan water en koolstofdioxide. Ook komt energie vrij. Je lichaam gebruikt die energie. Alle organen in je lichaam hebben energie nodig. 

In elke cel van je lichaam vindt voortdurend verbranding plaats. Zonder verbranding gaat een cel dood. Dat geldt niet alleen voor de cellen van een mens, maar voor alle cellen van alle organismen.

Slide 12 - Tekstslide

Inspanning
Markeer of onderstreep in de tekst:
Wat er gebeurt in jouw lichaam wanneer je inspanning levert?

Slide 13 - Tekstslide

Wat moet je doen? 
1.1 Verbranding
Maak opdracht: 5 t/m 7  
Klassencode: 390496

Klaar? 
Maak test jezelf van 1.1 online
Lees een tijdschrift

timer
30:00
Gedrag:
Je werkt zelfstandig aan de opdrachten. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Lesafsluiting
Wat hebben we vandaag geleerd?
  • Je weet dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat koolstofdioxide ontstaat.
  • Je kunt het verband omschrijven tussen verbranding in je lichaam en lichamelijke inspanning. 

Vat de paragraaf samen:

Jouw samenvatting moet antwoord geven op de volgende vragen:
Welk proces vindt plaats bij verbranding?
Wat gebeurt er in jouw lichaam wanneer je inspanning levert?

Slide 18 - Tekstslide