Hechting

download de app, of ga naar de website
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
PedagogiekHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

download de app, of ga naar de website

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hechting

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hechting?
Een kind hecht oftewel bindt zich aan de ouders. Dit is een proces dat vooral in de eerste levensjaren van het kind plaatsvindt. Hechting ontstaat door wederzijdse reacties tussen het kind en de ouders (verzorgers) en leidt tot een duurzame affectieve (emotioneel, liefdevolle) relatie. Dit hechten geeft een kind een veilig gevoel, een gevoel dat het kind weet dat er iemand is op wie ze kunnen terugvallen, iemand die van ze houdt.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer een kind zich onveilig gehecht heeft ontwikkelt hij/zij een hechtingsstoornis
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Niet waar
Onveilige gehechtheid leidt niet per definitie tot een hechtingsstoornis en moet daar dan ook niet mee verward worden. Een onveilige gehechtheids­ relatie is een risicofactor die kan leiden tot het ontwikkelen van een hechtingsstoornis. Dit is echter geen automatisch gevolg (Wijnroks, 2006)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer er sprake is van een onveilige gehechtheidsrelatie is deze te herstellen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • Je kunt de verschillende types van onveilige hechting onderscheiden;
  • Je kunt het verschil benoemen tussen onveilige hechting en een hechtingstoornis;
  • Je weet welke gedragsbeginselen belangrijk zijn in het contact
  • JULLIE LEREN IETS!!

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak komt het voor?
  • 25 tot 30% van de Nederlandse bevolking heeft in meer of mindere mate hechtingsproblemen
  • Slechts 1% heeft een hechtingsstoornis

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke risicofactoren (ouder, kind, gezin- en leefomstandigheden) kun je benoemen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mogelijke gevolgen onveilige hechting

  • Minder zelfvertrouwen
  • Minder veerkracht
  • stagnatie in ontwikkeling van cognitie en taal
  • Een onveilige hechting is een risicofactor in de sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Een onveilige hechting heeft invloed op het empathisch vermogen
  • Kinderen met hechtingsproblemen hebben een grotere kans op psychiatrische aandoeningen zoals depressies, verslavingen, angststoornissen en eetproblemen






Slide 11 - Tekstslide

minder zelfvertrouwen:
Een goede hechting met ouders of andere primaire opvoeders in de eerste levensjaren is essentieel voor een voorspoedige sociaal-emotionele, taal en cognitieve ontwikkeling van het kind.

minder veerkracht:
het vermogen om te herstellen van stress en tegenslag
Veerkracht ontstaat vanaf de geboorte door de verwachtingen die een kind ontwikkelt over de beschikbaarheid van anderen (vertrouwen) en de persoonlijke effectiviteit (zelfvertrouwen).

mindering in cognitie en taal:
Kinderen leren door sensitieve reacties van hun ouders verbanden te leggen tussen hun gedrag en het effect daarvan. Als kinderen dit nooit geleerd hebben, ontwikkelen ze minder cognitie- en taalvermogen.

kun je de verschillende vormen van (onveilige) hechting benoemen?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

- Een kind/jongere dat veilig gehecht is heeft ervaren dat tenminste één van zijn verzorgers er onvoorwaardelijk voor hem/haar is.
- Een goede gehechtheid tussen ouders en kinderen vormt de basis voor een kind om te groeien in zijn ontwikkeling.
Bij deze kinderen is er een goede balans tussen het ontdekken van nieuwe dingen en gehechtheidsgedrag.
- Ouders zijn sensitief, coöperatief en toegankelijk en er is sprake van continuïteit in de aanwezigheid.

Slide 14 - Tekstslide

- Deze kinderen hebben hun gehechtheid geminimaliseerd, omdat zij ervaren hebben dat de ouder relatief vaak afwijzend, zakelijk of weinig sensitief is. Ze negeren of vermijden de opvoeder en gedragen zich zelfstandig.
- Er is sprake van een zeer onderzoekende houding.
- Het spel is over het algemeen redelijk oppervlakkig (een kind zal snel verveeld zijn en overgaan tot een ander spel).

Slide 15 - Tekstslide

- Deze kinderen zoeken heel veel toenadering bij de opvoeder en zijn weinig geneigd om zelfstandig activiteiten uit te voeren.
- De afwezigheid van de opvoeder leidt tot angst terwijl de terugkeer van de ouder begroet wordt met boosheid en verontwaardiging.
- De opvoeder is vaak onvoorspelbaar voor het kind en afwezig op cruciale momenten.
- Hangt meer dan gebruikelijk aan de ouder of verzorger.

Slide 16 - Tekstslide

- Deze kinderen zoeken enerzijds toenadering tot de ouder, terwijl dat tegelijkertijd stress en angst oplevert.
- De omgang met de ouder is vaak inconsequent en onvoorspelbaar terwijl er ook vaak sprake is van trauma's of andere ingrijpende gebeurtenissen.
- Het kind weet eigenlijk niet goed hoe het op de ouder of verzorger moet reageren.
- Het kan het ene moment een angstige reactie vertonen en het andere moment gaan lachen.
Definitie hechtingsstoornis
Tekortschietende zorg in de vroege jeugd heeft gevolgen voor de gehechtheidsrelatie die het kind ontwikkelt. Wanneer die gehechtheidsrelatie niet tot stand komt, wordt gesproken van een reactieve hechtingsstoornis. In het classificatiesysteem DSM- IV worden twee typen onderscheiden: het geremde, waarbij het kind geen gebruik maakt van de ouders als gehechtheidspersoon, en het ongeremde, waar- bij het kind oppervlakkige hechtingen aangaat, met een onvermogen daarin selectief te zijn. 
In het DSM-V valt de reactieve hechtingsstoornis onder de trauma- en stressorgerelateerde stoornissen (net zoals PTSS) en wordt er een onderscheid gemaakt tussen de reactieve (geremde) hechtingsstoornis en het ontremd- sociaalcontact stoornis. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definitie - vervolg
Reactieve hechtingsstoornis, zoals we deze stoornis noemen in de DSM-5, is een psychische stoornis die alleen voorkomt bij extreme verwaarlozing, mishandeling of frequente wisseling van verzorgers. Onveilige hechting en hechtingsproblemen moet je niet verwarren met een hechtingsstoornis. Een reactieve hechtingsstoornis kenmerkt zich door moeilijkheden in de sociale interactie die niet veroorzaakt worden door een algemene ontwikkelingsstoornis.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

twee typen
De geremde hechtingsstoornis (Reactive Attachment Disorder; RAD): Bij een geremde hechtingsstoornis zoekt een kind geen troost tijdens stress en reageert het niet of zelden op de troost die wordt aangeboden.

De ontremde contactstoornis (Disinhibited Social Engagement Disorder; DSED): Bij de ontremde contactstoornis benadert een kind onbekende volwassenen met onvoldoende terughoudendheid

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De opdracht
Ga in tweetallen op zoek naar concrete tips voor de hulpverlener over hoe om te gaan met kinderen met een hechtingstoornis (7 min).

Nummer 1 de rol van schrijver
Nummer 2 de rol van opzoeker



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan je doen als hulpverlener?
  • Het bieden van veiligheid staat centraal. Deze kinderen missen het vertrouwen in zichzelf en de wereld;
  • Bied regels en structuur;
  • Stel grenzen en wees consequent;
  • Wees voorspelbaar;
  • Reageer sensitief en responsief.



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer wordt een hechtingsstoornis ontwikkeld bij een kind?
A
Voor het eerste levensjaar
B
Voor het tweede levensjaar
C
voor het vijfde levensjaar
D
voor het achtste levensjaar

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk kenmerk hoort niet bij een type C: onveilig-afwerend (ambivalent) kind?
A
Probeert met negatief gedrag dingen voor elkaar te krijgen
B
Vaak last van extreme jaloezie
C
Gedraagt zich inconsequent
D
Zijn obsessief in relaties

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een type D: onveilig-gedesorganiseerd gehecht kind heeft vaak iets traumatisch meegemaakt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen risicofactor voor een verstoorde hechting?
A
Kinderen uit een weeshuis
B
Het hebben van probleem broertjes of zusjes
C
Problematische zwangerschap
D
Huiselijk geweld

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen valkuil voor het begeleiden van een kind met een hechtingsstoornis?
A
Extra lief voor het kind zijn
B
Het gemis van het kind opvullen
C
Van voren af aan beginnen
D
Partijdig zijn

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Veilige gehechte kinderen
Vermijdend gehechte kinderen
Ambivalent of afwerend gehechte kinderen
Gedesorganiseerd en gedesoriënteerd gehechte kinderen
Sensitieve en responsieve opvoeders die de signalen van het kind correct waarnemen en er goed op reageren, waardoor ze voor het kind voorspelbaar en betrouwbaar zijn.
Opvoeders die inconsequent in sensitief zijn. Ze reageren niet of inadequaat op de signalen van het kind en weren (liefdevol lichamelijk) contact af. 
De opvoeders gedragen zich tegenstrijdig: ze zijn soms responsief en soms niet; geven de ene keer (te) weinig aandacht en de andere keer heel erg veel. Ze reageren grillig, en zijn voor een kind dus moeilijk voorspelbaar. 
De opvoeders jagen het kind angst aan, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld. Ze zijn voor een kind onvoorspelbaar en angstaanjagend: het kind weet niet waar het aan toe is en ervaart stress zonder dat daar een oplossing voor is. 

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oordeel

Slide 28 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Dank jullie wel!

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies