4V - les 2 - P4

programa de miércoles 13/jueves 14 de abril
  • leemos
  • Pez de oro
  • trappen van vergelijking
  • actividades de clase
  • los deberes
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

programa de miércoles 13/jueves 14 de abril
  • leemos
  • Pez de oro
  • trappen van vergelijking
  • actividades de clase
  • los deberes

Slide 1 - Tekstslide

lee durante 20 minutos-texto 7/8
  1. titel, plaatje + inleiding: wat weet je nu? 
  2. tussenkopjes en evt schuingedrukte tekst 
  3. lees de vraag, nog niet het antwoord (Is de vraag in het Spaans? Vertaal de vraag naar NL) 
  4. Zoek het antwoord in de tekst, onderstreep/markeer het 
  5. Kies het antwoord wat het best past bij wat je gevonden hebt. (Vertaal Spaanse antwoorden eerst naar NL)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

nakijken tekst 1 en 2
Texto 1
Según los zoólogos, originariamente las cebras
eran completamente oscuras... (respuesta 1D)
Texto 2
la gente no solamente no
le ayudó a salir del coche, sino que además empezaron a hacer fotos para pasarlas por Youtube.
(respuesta 2C)

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

Revisamos
  • Si es tu turno, lees la página  y
  • das un resumen de lo que hay en tu página
  • trata de explicar porqué has escogido imperfecto o indefinido 

Slide 6 - Tekstslide

actividades de clase
HAZ:
C5 Fuente C (eje 9, 10 y 11)
C5 Fuente E (eje 16c, 17a, 18)
GB p. 33-35
GB blz. 111, 112: aanvullende ww Sp-NL (estudiar)


Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

stellende (vergelijkende) trap
1. met bijv. nw.: Juan es tan simpático como Pedro.
2. met zelfst. nw.: 
  • Juan compra tantos libros como Pedro.
  • Juan ha andando en tantas bicicletas como Pedro.
  • Ana tiene tanta paciencia como Pilar.
  • Ana come tanto chocolate como Pilar.
3. met ww: Juan trabaja tanto como Pedro

Slide 9 - Tekstslide

vergrotende trap
1. met bijv nw: Juan es más guapo que Pedro.
2. met zelfst.nw.: Juan tiene más amigos que Pedro.
3. met ww: Juan trabaja más que Pedro.

Het kan natuurlijk ook andersom:
1. met bijv nw: Juan es menos guapo que Pedro
2. met zelfst. nw.: Juan tiene menos amigos que Pedro.
enz.

Slide 10 - Tekstslide

overtreffende trap
El/la/los/las + zelfstandig naamwoord ( mag worden weggelaten als je al weet waar het over gaat) + más + bijvoeglijk nw

Ana es la (chica) más guapa.
Mi padre tiene el (coche) más caro

Slide 11 - Tekstslide

Los deberes de miércoles 20 de abril
HAZ:
C5 Fuente C (eje 9, 10 y 11)
C5 Fuente E (eje 16c, 17a, 18)
GB p. 33-35 (estudiar y hacer ejercicios)
GB p. 111, 112: aanvullende ww Sp-NL (estudiar)

Slide 12 - Tekstslide