Pedagogiek hoofdfase B
Gemaakt door:
Gerben Veenstra
Pedagogiek hoofdfase B
Gemaakt door:
Gerben Veenstra
Aandachtspunten
1. Activiteiten positief leerklimaat (ook interventies)
2. Bronnen relevant voor meerdere leeruitkomsten (verweven)
3. Reflectie aan de hand van literatuur
1. Positief leerklimaat creëren
1. Diverse bronnen en onderbouwing
In het coöperatieve werkvormen boek van Machiel Karles (2022) worden structuren benoemt die bijdragen aan een positief leerklimaat. De structuur van continuïteit met betrekking tot het aanbieden van coöperatieve werkvormen helpt! Deze structuren bevorderen gelijke deelname, individuele verantwoordelijkheid en positieve wederzijdse afhankelijkheid, wat leidt tot verbeterde sociale interacties en een ondersteunende leeromgeving. Doordat de kinderen mogen interacteren met elkaar komt er energie vrij, hier moet je zorgvuldig mee omgaan. Dit moet ik micro managen en sturen zodat deze energie als ondersteunden factor wordt gebruikt.
Volgens Wij-leren.nl (z.d.) kan een leerkracht groepsprocessen in de klas goed begeleiden door duidelijke gedragsregels op te stellen, samenwerking te bevorderen via groepsopdrachten, positieve interacties te stimuleren met complimenten, conflicten direct aan te pakken, reflectiemomenten met de groep in te bouwen en te zorgen voor een inclusieve sfeer waarin alle leerlingen zich gezien voelen.
Door verschillende groepsdynamiek bevorderende activiteiten te integreren in mijn lessen zorg ik voor een positief leerklimaat. Daarnaast ben ik consequent en spreek ik uit wat ik juist wil zijn van de leerlingen in plaats van wat ik niet wil zien. Doordat kinderen veel met elkaar interacteren leren ze elkaar ook beter kennen en weten ze wat ze van elkaar kunnen verwachten.
Dit zijn woorden van B. Pilon met betrekking tot mijn lesbezoek.
2. Drie verschillende interventies
2. Bronnen/onderbouwing
Het stellen van duidelijke regels ontzettend belangrijk is. Het erkennen dat routines, regels en verwachtingen in het lokaal een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leeromgeving. Je moet ervoor zorgen dat dezelfde regels door alle leraren van de school worden gehandhaafd, aldus Mitchell en Sutherland (2021).
Volgens Wij-leren.nl (z.d.) kan een leerkracht groepsprocessen in de klas goed begeleiden door duidelijke gedragsregels op te stellen, samenwerking te bevorderen via groepsopdrachten, positieve interacties te stimuleren met complimenten, conflicten direct aan te pakken, reflectiemomenten met de groep in te bouwen en te zorgen voor een inclusieve sfeer waarin alle leerlingen zich gezien voelen.
Tijdens mijn opdracht van communicatie heb ik de focus
gelegd op wederzijds respect, luisteren naar elkaar en
wedervragen stellen (doorvragen) op wat iemand uit de
klas vertelt.
Bij het spel boompje wisselen speelden we in op omgangsvormen. Voordat we begonnen hebben we het gehad over, wat is respect? Hoe reageer ik op mijn teamgenoten en tegenstanders? De doelen waren dan ook, ik kan met respect naar mijn klasgenoten een spel spelen. Je merkt wanneer je dit als doel stelt dat kinderen hier zich bewust van zijn. Deze interventie draag bij aan een positief leerklimaat.
Bij mijn taalronde heb ik een persoonlijk verhaal verteld, waarbij ik kinderen heb aangespoord om ook persoonlijke verhalen te delen wat met arm of rijk te maken heeft. Het subdoel was, ik heb respect voor het persoonlijke verhaal van een ander en reageer hier op een fatsoenlijk wijze op. Dit hebben we op voorhand besproken wat dit inhield voor de kinderen. We kwamen tot hele waardevolle en persoonlijk verhalen waardoor de klas elkaar beter heeft leren kennen, dit schept een band. Daarom draagt deze interventie bij aan een positief leerklimaat.
3. Omschrijving sociaal-culturele diversiteit
3. Bronnen/onderbouwing
4. Stemt leerkrachten gedrag af verschillen overeenkomsten klas
4. Bronnen/onderbouwing
Uit onderzoek blijkt dat leerlingen relatief snel en precies in staat zijn om te identificeren hoe leraren denken over hen. Om die reden is het tonen van voorbeeldgedrag voorwaardelijk voor een positief leerklimaat. Waarbij zeggen wat je doet en doen wat je zegt, bied ieder voldoende hulp en heb rechtvaardigheid hoog in het vaandel staan (Bouttaouane, 2023)
Ik laat zien dat ik voorspelbaar leerkrachten gedrag vertoon, dit kreeg ik ook terug van mijn mentor. Dit doe ik door te zeggen wat ik doe, en te doen wat ik zeg. Daarnaast houdt ik mij school brede afspraken.
Tijdens deze les heb ik op allen niveaus gedifferentieerd. Ik stem mijn gedrag af op wat de kinderen nodig hebben. Voordat je kan differentiëren moet je organisatie strak weggezet zijn anders komen er constant kinderen terug en creëer je door eigen handelen chaos. Omdat ik vanuit het handelings- en hoofdlijnenmodel hebt gewerkt, is er gedacht aan kinderen die meer visueel zijn ingesteld. Daarnaast bouwen we op naar formeel handelen, waardoor iedereen in de les mee kan komen.
Differentiatie in de rekenles cruciaal om passend onderwijs te bieden dat aansluit bij de behoeften van álle leerlingen. Het verhoogt leerresultaten, zorgt voor motivatie, biedt uitdaging aan sterke rekenaars en draagt bij aan gelijke onderwijskansen, zowel voor zwakke als sterke leerlingen (Sjoers, 2024).
5. Reflectie
Door coöperatieve werkvormen en groepswerk in te zetten merk je dat kinderen elkaar beter leren kennen en in verbale interacties aardiger worden. De kinderen kunnen erg vel uit de hoek komen. We matchen daarom met opzet kinderen die niet vaak met elkaar samenwerken. Door deze interventies zien wij dat leerlingen in vrije momenten samen spelletjes gaan spelen en op respectvolle manier met elkaar in contact staan. Dit resulteert in een positief leerklimaat. In momenten waarbij kinderen buitensporig gedrag vertonen, wat buiten de grenzen gaat van de schoolafspraken ben ik consequent en handel ik volgens de stappen die schoolbreed zijn afgesproken. Hierdoor waarborg ik de veiligheid van de kinderen, dit kreeg ik terug bij mijn PDH B. Op deze manier zorg ik voor een positief leerklimaat omdat ik de veiligheid van kinderen waarborg.
Waar ik moeite mee blijf houden is het feit dat kinderen elkaars ‘rug’ hebben. Op deze manier ontkrachten ze mijn gezag en waarheid. Op deze momenten moet ik doorzetten, maar ik voel hier nog niet altijd comfortabel bij.
Positief leerklimaat
Volgens Mitchel & Sudderland (z.d.) is het belangrijk dat schoolafspraken breed gedragen worden. Dit zien wij terug in de klas. Door het time-in en time-out beleid schoolbreed te handhaven, hebben we eendracht met alle collega’s. Daarbij moeten kinderen toiletpassen hebben voor op de gang en mogen we elkaars kinderen aanspreken op het gemis hiervan. Door op een lijn te zitten merk je dat kinderen bij elke leerkracht even veel ruimte hebben en dit zorg voor structuur en voorspelbaarheid.
Als we kijken naar het groepsproces, dan heb ik ontzettend veel ingezet op hoe ga je met elkaar om? De klas heeft zelf met begeleiding van mij gesprekregels opgesteld. Doordat kinderen zelf regels opstellen, achten zij dit belangrijk en kan ik daarop terug grijpen en hun verantwoordelijk stellen. Wij-leren zegt dat het begeleiden van gespreks- en gedragsregels zorgt voor een positief groepsproces. Dit blijkt uit praktijk. De kinderen hebben dialogische interactie bekrachtigt, ze lieten elkaar uitspreken en bevroegen elkaar op bevindingen! Dit gold overigens voor activiteiten die ingingen op gedrag, zoals boompje wisselen.
2. Interventies
Door een omschrijving te maken van de sociaal-culturele diversiteit krijg je inzicht in hoe kinderen leven, in welke cultuur ze opgroeien en welke normen en waarden ze krijgen aangeleerd.
Doordat ik dit heb gedaan kan ik begrijpen waardoor kinderen op bepaalde manieren reageren. Niet alleen op mij maar ook op klasgenoten. Sommige culturen liggen verder van elkaar af en reageren vanuit hun referentiekader opgebouwd door normen en waarden. Door kennis te hebben van hun achtergronden kan ik hier als docent goed op in spelen.
Hierin probeer ik altijd de normen en waarden van deze kinderen te onderscheiden en te vragen naar het diepere probleem. Wat is nu de kern, waarom vind jij dat niet eerlijk? Waar komt dat door? Kan kind A dit begrijpen of zie jij dit anders? Ik probeer te laten inzien hoe iemand anders kan denken en dat dat anders of haaks kan staan op hoe jij dingen ziet.
3. Sociaal-culturele diversiteit
Door rekening te houden met de verschillen in je klas, niet alleen op niveau maar ook op hoe ze zijn, zorg je voor een veilig en positief leerklimaat. Mijn leerkrachten gedrag stem ik hier op af. Door binnen mijn rekenles alle niveaus aan te spreken zorg ik ervoor dat elk kind gezien wordt. Daarnaast denk ik luid op en doe ik wat ik zeg en zeg ik wat ik doe. Dit komt terug in mijn feedback van mijn mentor ‘voorspelbaar leerkrachten gedrag’.
Doordat leerlingen snel kunnen identificeren hoe leerkrachten over ze denken is het tonen van voorbeeld- en voorspelbaar gedrag cruciaal. Dit zorgt volgens (Bouttaouane, 2023) voor een positief leerklimaat. Ik maak geen onderscheid in jongens, meisjes en niveau. Hierdoor ga ik er vanuit dat elke leerlingen het gevoel heeft gekregen: Meester wil mij altijd helpen en trekt niemand voor. Hiermee doel ik dus op geen onderscheid. Natuurlijk maak ik wel onderscheid in wie wat nodig heeft. Niet elk kind is gelijk dus op dat niveau zorg ik voor differentiatie!
Dit gedrag wil ik blijven uitdragen en hier zal ik de rest van mij carrière aan gaan denken!
4. Leerkrachten gedrag / overeenkomsten verschillen
Literatuurlijst
Bouttaouane, R. (2023). Benut het leerpotentieel van alle leerlingen: Over het effect van hoge verwachtingen in het onderwijs (4e druk). Instondo.
Duarte, J., Günther, M., De Backer, F., Frijns, C., & Meerburg, B. G. (2022). Talenbewust lesgeven: aan de slag met talige diversiteit in het basisonderwijs. Coutinho.
Hooijmaaijers, A., Stokhof, T., & Verhulst, F. C. (2019). Ontwikkelingspsychologie: voor leerkrachten basisonderwijs. Van Gorcum.
Karels, M. (2025). Cooperatieve werkvormen als hefboom voor teamcohesie en samenwerking. Geraadpleegd op 04-06-2025, van https://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-hefboom-teamcohesie-samenwerking.php
Mitchell, D. (2021). Wat écht werkt: 27 evidence based strategieën voor het onderwijs. Pica.
Sjoers, S. (2024). Kansen(on)gelijkheid voor sterke rekenaars. Volgens Bartjens – Ontwikkeling en Onderzoek, 43(3), 41–52. Geraadpleegd op 30 mei 2025, van https://www.volgens-bartjens.nl/art/50-7830_Kansen-on-gelijkheid-voor-sterke-rekenaars
Van der Veen, C. (2020). Dialogische gesprekken voeren: hoe doe je dat? In J. Van Baren-Nawrocka, S. Dekker, & M. de Boer (Red.), Wetenschappelijke doorbraken de klas in! Sport, Slimme computers, en Automatisch gedrag (pp.10-17). Nijmegen: Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit. Geraadpleegd op 15 december 2024, van https://www.wetenschapdeklasin.nl/uploads/boeken/Boek%209/H1%20Dialogische%20gesprekken%20voeren.pdf
Wij-leren.nl. (z.d.). Groepsprocessen: hoe een groep ontstaat en verandert. Geraadpleegd op 4 juni 2025, van https://wij-leren.nl/groepsprocessen-sociogram-overzichtsartikel.php
Beoordeling
De feedback/beoordeling die ik heb gekregen vind ik gepast en daar sluit ik me volledig bij aan.
Het groepje was erg begaan met mij en mijn handelen. Ook kreeg ik vragen over het pedagogische handelen in relatie tot de pittig groep. Klassenmanagement, je kinderen kennen en consequent handelen en handhaven is van belang!