V4 - T4: BS1 Ontwikkeling van het leven

The Development of Life: Evolution

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

The Development of Life: Evolution

Slide 1 - Tekstslide

Learning Objectives
  1. You can describe the origin of life on Earth
  2. You can explain the difference between organic and inorganic substances
  3. You can explain the difference between autotrophic and heterotrophic organisms
  4. You can classify organisms in  Domains and Kingdoms

Slide 2 - Tekstslide

How old is the Earth?

Slide 3 - Woordweb

How many years ago life originated on Earth?

Slide 4 - Woordweb

Geological time scale
Earth came into being approximately   4,6 * 10^9  years ago
 
First single-celled organisms emerged approx. 3.8 * 10 ^ 9 years ago in the PRECAMBIUM

First multicellular organisms emerged approx. 670 * 10 ^ 6 years ago

First land plants: approx. 400 * 10 ^ 6 years ago in DEVOON

First vascular plants: approx. 350 * 10 ^ 6 years ago

First dinosaurs (reptiles): approx. 250 * 10 ^ 6 years ago in the MESOZOICUM (Triassic, Jurassic and Cretaceous)

Mass extinction dinosaurs: 65 * 10 ^ 6 years ago; start CENOZOICUM, mammals become dominant

First hominins: approx. 5 * 10 ^ 6 years ago



Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

The red line in the graph indicates the oxygen tension in the Earth's atmosphere, where the x-axis should be read from right to left. The farther to the left, the longer ago. 1 Go on the x axis means 1 billion years ago.
Provide an explanation for the increase of the oxygen tension in stage 4 of the graph.

Slide 7 - Open vraag

What are inorganic substances?

Slide 8 - Woordweb

organic <-> inorganic
Inorganic substances are:
small and simply built
consist of only a few atomic types
main examples: O2, CO2, H2O, NO3, N2 etc.

Organic substances are:
more complicated in construction
consist at least of C, H and (usually) O atoms (often N and / or P and sometimes S and other types)
are produced by organisms
main examples: glucose, starch, amino acids, proteins, DNA / RNA, chlorophyll

Slide 9 - Tekstslide

Welke stoffen zijn anorganisch? en welke zijn anorganisch?
Sleep de moleculen naar de juiste categorie.
anorganische moleculen
organische moleculen
water
glucose
zetmeel
zuurstof
aminozuur
eiwit
CO2
nitraat
DNA
stikstof (N2)
RNA
bladgroen

Slide 10 - Sleepvraag

From lifeless to life: self-organization

inorganic substances
organic
substances
prokaryotic cell
energy
energy
Self-organization: creation of new units whereby new properties arise at a higher organizational level (emergent property)

Slide 11 - Sleepvraag

Miller-Urey experiment
Creating organic matter (including sugars and amino acids) from a mixture of ammonia, methane, water and water vapor.

Electric discharges from lightning as a catalyst for chemical evolution.

Slide 12 - Tekstslide

in afwezigheid van zuurstof
maakt organische stof uit anorganische stof
cellen van dit organisme hebben (echte) celkernen
cellen van dit organisme hebben geen celkernen
in aanwezigheid van zuurstof
organismen die organische stof maken uit andere organische stof
autotroof
prokaryoot
anaeroob
eukaryoot
aeroob
heterotroof

Slide 13 - Sleepvraag

From prokaryote to eukaryote:

endosymbiosis theory

another example of self-organization

Slide 14 - Tekstslide

Which two organelles have become part of eukaryotic cells according to the endosymbiosis theory?

Slide 15 - Open vraag

Biodiversiteit

Verscheidenheid in leven op aarde
Steeds groter naarmate aarde zich verder ontwikkelde
boom van het leven
Taxonomie

Verscheidenheid in leven op aarde
Steeds groter naarmate aarde zich verder ontwikkelde
boom van het leven
Systematisch orderen van organismen op basis van uiterlijke overeenkomsten en moleculaire homologie

Slide 16 - Tekstslide

Taxon / taxa
indelingseenheid die gezamenlijk een groep vormen
Indeling in rijken
op basis van celmorfologie
achterhaald en niet meer actueel
Indeling in domeinen
op basis van celmorfologie en moleculaire homologie
moderner maar omstreden

Slide 17 - Tekstslide

BS1: Zet de taxa in de juiste volgorde. Boven in de grootste en onderin de kleinste.
soort (species)
ondersoort (ras)
geslacht (genus)
familie
orde
klasse
stam
rijk
domein

Slide 18 - Sleepvraag

Welk celtype hoort bij welk domein/rijk?
prokaryota
funghi 
(schimmels)
animalia
(dieren)
plantae
(planten)

Slide 19 - Sleepvraag

BS1: taxonomie (indelingsbiologie)
taxon (mv taxa)
indelingsrang

binaire naamgeving
Genusnaam soortnaam
vb Canis lupus (wolf)

genusnaam met hoofdletter
soortaanduiding met kleine letter

Er is sprake van verwantschap bij zelfde Genusnaam

Slide 20 - Tekstslide

Twee binomiale namen van organismen zijn:

Trifolium repens
Trifolium pratense

Trifolium is....
A
de genusnaam (geslachtsnaam)
B
de soortnaam

Slide 21 - Quizvraag

Twee binomiale namen van organismen zijn:

Pinus sylvestris
Angelica sylvestris

Er is...
A
wel sprake van verwantschap
B
geen sprake van verwantschap

Slide 22 - Quizvraag

Leerdoelen
  1. Je hebt een algemeen inzicht in het ontstaan van leven op aarde;
  2. Je kunt onderscheid maken in anorganische en organische stoffen;
  3. Je kunt onderscheid maken tussen autotrofe en heterotrofe organismen;
  4. Je kunt willekeurige organismen indelen in domeinen en rijken;

Slide 23 - Tekstslide

Zelfstudie
  1. Maak een conceptmap waarin je alle begrippen van BS1 verwerkt
  2. Maak van bvj

Slide 24 - Tekstslide