Lesson 8. Grammar revision

What are we going to do today?
- Study words in Quizlet 
- Grammar revision
- Conversation exercise


Lesson goal: at the end of the lesson you can implement 1 grammar rule correctly
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

What are we going to do today?
- Study words in Quizlet 
- Grammar revision
- Conversation exercise


Lesson goal: at the end of the lesson you can implement 1 grammar rule correctly

Slide 1 - Tekstslide

Study
Study words chapter 1 in Quizlet for 7 minutes. 

In silence. 
timer
7:00

Slide 2 - Tekstslide

Past Simple (regelmatige ww)
In het Engels heb je onregelmatige en regelmatige werkwoorden. 

Regelmatig: dit zijn werkwoorden die hetzelfde blijven in de verleden tijd. 
Onregelmatig: dit zijn werkwoorden die NIET hetzelfde blijven in de verleden tijd. 

Slide 3 - Tekstslide

Past Simple
Past Simple = de verleden tijd. 

Bij regelmatige werkwoorden maak je de Past Simple door -ed achter het werkwoord te zetten. 

I walk wordt I walked

Slide 4 - Tekstslide

Past Simple
Eindigt het woord nou al op een e? Dan komt er alleen -d achter. 
We dance wordt we danced

Maar hoe zit het dan met onregelmatige werkwoorden? 


Slide 5 - Tekstslide

Past Simple (onregelmatige ww)

De Past Simple voor de onregelmatige werkwoorden verschillen heel erg. 

Deze moet je simpelweg uit je hoofd gaan leren. 
(P.213 van je boek) 

Kijk maar eens naar de verschillen: 

I see wordt I saw. 

I catch wordt I caught 

I ring wordt I rang 

I buy wordt I bought

I go wordt I went 

I take wordt I took 

Slide 6 - Tekstslide

I ...... (liep) to school. (regelmatig werkwoord)
A
walked
B
walks

Slide 7 - Quizvraag

We ...... (to buy) a train ticket. (onregelmatig werkwoord)
A
buyed
B
bought

Slide 8 - Quizvraag

They never ...... (to have) a lot of fun together.
A
haved
B
had

Slide 9 - Quizvraag

She ...... (to bully) my brother for over 10 years.
A
bullied
B
bullyied

Slide 10 - Quizvraag

We ....... (to sing) in a band for a decade.

Slide 11 - Open vraag

I .......... (to cycle) to school every morning when I was young.

Slide 12 - Open vraag

Vragen & ontkenningen maken in de VT. 
Vragen maken in de verleden tijd (past simple) kan op 3 manieren. En je gebruikt de volgende regels: 

rule 1: was/were & hulpwerkwoorden (could/would) aan het begin v/d zin: 
Was that man ill last week? Could he solve the mystery? 

rule 2: bij alle andere ww zet je did aan het begin v/d zin. Did wordt gevold door stam van het ww. 
Did you take a picture?  Did he listen to you? 

Slide 13 - Tekstslide

Vragen & ontkenningen maken in de VT
Rule 3: bij WH vragen (wie/wat etc) zet je het WH woord aan het begin v/d zin. 
Where did you put your keys? How was the dinner? 

Ontkenningen maken in de verleden tijd: 
Om ontkenningen te maken in de verleden tijd zijn er 2 regels: 
Rule 1: met was/were + hulpww doe je n't(not) bij het werkwoord: 
It wasn't sunny today. I coulnd't see the Mona Lisa in Paris. 


Slide 14 - Tekstslide

Vragen & ontkenningen maken in de VT
Rule 2: met alle andere ww zet je didn't voor het hoofdww. Didn't wordt altijd gevolgd door de stam van het ww. 
We didn't bring lunch. Elsa didn't buy that jacket. 

Slide 15 - Tekstslide

Maak vragend:
I was very funny.
A
Was I very funny?
B
Did I am very funny?

Slide 16 - Quizvraag

Maak vragend:
She could catch the ball.
A
Did she can catch the ball?
B
Could she catch the ball?

Slide 17 - Quizvraag

Maak vragend:
I had a lot of friends growing up.
A
Had I lot of friends growing up?
B
Did I have a lot of friends growing up?

Slide 18 - Quizvraag

Maak vragend:
She walked the wrong way.

Slide 19 - Open vraag

Maak vragend:
They were so annoying.

Slide 20 - Open vraag

Maak ontkennend:
I was very funny.
A
I wasn't very funny.
B
I didn't am very funny

Slide 21 - Quizvraag

Maak ontkennend:
She could catch the ball.
A
She didn't can never catch the ball.
B
She couldn't catch the ball.

Slide 22 - Quizvraag

Maak ontkennend:
I had a lot of friends growing up.
A
I hadn't a lot of friends growing up.
B
I didn't have a lot of friends growing up.

Slide 23 - Quizvraag

Maak ontkennend:
She walked the wrong way.

Slide 24 - Open vraag

Maak ontkennend:
They were so annoying.

Slide 25 - Open vraag

Conversation
You'll get your conversation exercise which you can practice now. 

Slide 26 - Tekstslide

What did you learn
today?

Slide 27 - Woordweb