SEHEN
• Je kunt vragen beantwoorden bij een video over sociale media.
GRAMMATIK
• Je kunt de tegenwoordige tijd van zwakke werkwoorden gebruiken.
WORTSCHATZ
• Je kunt de vraagwoorden gebruiken.
• Je kunt de woorden uit Lektion 2 gebruiken.
LESEN
• Je kunt een fragment uit een Duits jeugdboek begrijpen.