A2 Bijvoeglijke naamwoorden

Doel van deze uitleg
1. Jij weet wat een bijvoegelijk naamwoord is
2. Jij weet of je het met een 'e' schrijft
3. Je kunt het goed uitspreken
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Doel van deze uitleg
1. Jij weet wat een bijvoegelijk naamwoord is
2. Jij weet of je het met een 'e' schrijft
3. Je kunt het goed uitspreken

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een bijvoeglijk naamwoord geeft informatie over dingen, mensen of dieren. 

Bijvoorbeeld: 
De rode jas
De grote auto. 
Het mooie huis. 
Een klein huis.
--> Maar wanneer een 'e' en wanneer niet


Slide 2 - Tekstslide

Wat is het bijvoeglijke naamwoord?
Kristina heeft een goede vriend.
A
Kristina
B
goede
C
heeft
D
een

Slide 3 - Quizvraag

Wat is geen bijvoeglijk naamwoord?
A
man
B
sterke
C
groot
D
aardig

Slide 4 - Quizvraag

Welke bijvoeglijke naamwoorden zie je?
De aardige mevrouw, heeft een bruin hondje met een leren halsband.

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Video

Staat het woord aan het eind van een zin? Dan schrijf je de kortste vorm:

  • De stoel is wit.
  • De kast is groot.
  • Het meisje is lief.
Staat het voor een mens of ding? Dan krijgt het een -e:


  • De witte stoel.
  • De grote kast.
  • Het lieve meisje.

Slide 7 - Tekstslide

Let op!
Woorden met één klinker met daarna één medeklinker aan het einde:
wit - witte
dik - dikke
Woorden met twee dezelfde klinkers en één medeklinker aan het einde:
groot - grote
laag - lage

Slide 8 - Tekstslide

Let op!
Woorden met twee klinkers of een ij, met daarna een s of een f:
grijs - grijze
lief - lieve
Woorden voor materialen krijgen geen -e, maar -en:
hout -houten
wol - wollen

Slide 9 - Tekstslide

Let op!
Staat er 'een' voor het mens, ding of dier?
Dan krijgt het bijvoeglijke naamwoord alleen een -e bij een de-woord!

  • Een aardige jongen 
       (want het is de jongen).
  • Een blauwe auto 
       (want het is de auto).


Het bijvoeglijke naamwoord van een het-woord krijgt geen -e!

  • Een lief meisje (want het is het meisje)
  • Een groot huis (want het is het huis)

Slide 10 - Tekstslide

de-woorden 
het-woorden
meervoud
met de of het 
De mooie stad
De leuke kamer
Het kleine meisje
Het grote huis
De mooie steden
De leuke kamers
De kleine meisjes
De grote huizen 
met 'een' 
Een mooie stad
Een leuke kamer 
Een klein meisje
Een groot huis 
Mooie steden
Leuke kamers
Kleine meisjes
Grote huizen 

Slide 11 - Tekstslide

Wat is het bijvoeglijke naamwoord?
De cursisten hebben een nieuw boek.
A
nieuw
B
cursisten
C
hebben
D
een

Slide 12 - Quizvraag

Zij woont in een __________ huis.
A
kleine
B
grote
C
groot

Slide 13 - Quizvraag

Dat is een _______ hondje!
A
lief
B
lieve

Slide 14 - Quizvraag

Zet een bijvoeglijk naamwoord voor:
het water

Slide 15 - Open vraag

Zet een bijvoeglijk naamwoord voor:
sinaasappels

Slide 16 - Open vraag

Zet een bijvoeglijk naamwoord voor:
de kaas

Slide 17 - Open vraag

Geef een beschrijving van jouw huis met
veel bijvoegelijk naamwoorden

Slide 18 - Open vraag