Paragraaf 4 Huren of Kopen

Welkom bij Economie
Fijn dat jullie er weer zijn.
 * Ga lekker zitten op je plek
* Mobiel is weg deze zit in één van de vakjes van de telefoontas
* * We gaan zo beginnen .....
hoofdstuk 4 paragraaf 4.....

We starten met boek op blz. 126
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Economie
Fijn dat jullie er weer zijn.
 * Ga lekker zitten op je plek
* Mobiel is weg deze zit in één van de vakjes van de telefoontas
* * We gaan zo beginnen .....
hoofdstuk 4 paragraaf 4.....

We starten met boek op blz. 126

Slide 1 - Tekstslide

Kopen of huren

Slide 2 - Tekstslide

bespreken Hoofstuk 4 paragraaf 3
opdracht 5-7 overige vragen is theorie

Slide 3 - Tekstslide

paragraaf 4 huren of kopen
leerdoelen
- wat kun je beter doen huren of kopen?

Slide 4 - Tekstslide

Woonhuis kopen of huren?
Kopen: eigendom, na afbetaling hypotheeklening is de woning van jou.

Huren: geen zorgen, groot onderhoud door eigenaar, geen risico waardedaling, korte opzegtermijn.

Slide 5 - Tekstslide

Geef aan of het een geldig reden is om de huurovereenkomst op te zeggen
Geen geldige reden
Gedige reden
Thomas wil per direct de huur van zijn flat opzeggen en verlaten. 
Josine heeft al vier maanden geen huur betaald. De verhuurder zegt de huur op. 
Paolo verhuurt een woning in het centrum. Hij wil daar nu zelf gaan wonen. Hij zegt de huur op. 

Slide 6 - Sleepvraag

Inkomen uit arbeid
Overdrachtsinkomen
Inkomen uit bezit
Loon
Zakgeld
Huur

Slide 7 - Sleepvraag

HUREN
KOPEN
Je bent eigenaar van de woning.
Je hebt misschien recht op huurtoeslag.
Je kan gemakkelijk verhuizen.
Je mag altijd de woning verbouwen.
Groot onderhoud is niet voor jouw rekening.
Je woning kan meer waard worden.

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Video

Wat is de woningmarkt
De woning markt is de vraag en aanbod van woningen.

Vraag naar woningen = Alle mensen die een huis willen kopen of huren.

Aanbod van woningen = alle woningen die nog beschikbaar zijn om te kopen en huren.

Slide 10 - Tekstslide

De netto woonlasten bestaan uit:
  • rente en aflossing van de     hypotheek 
  • onderhoudskosten
  • opstal verzekering
  • belasting vanwege bezit woning ( onroerend zaak belasting)

Slide 11 - Tekstslide

Geld voor de gemeente
De ozb is een belasting die gemeenten opleggen aan huiseigenaren. Op eigendom van grond. Je betaalt deze dus alleen als je grond, een woning of een bedrijfspand hebt.

Huurders zijn geen eigenaar die hoeven dit dus niet te betalen.

Om de ozb te berekenen hebben gemeentes de waarde van het eigendom nodig daarom laten ze het taxeren (op waarde schatten).

Deze waarde heet de WOZ-waarde

Slide 12 - Tekstslide

OZB berekenen 
Voorbeeld:
WOZ - waarde: € 290.000 ( getaxeerde waarde woning door gemeente)
OZB: 0,1507% van de WOZ waarde.

Formule: WOZ : 100 X percentage
€ 290.000: 100 x 0,1507 = € 437,03

Slide 13 - Tekstslide

OZB staat voor
A
onaangeroerdezaak-belasting
B
onroerendezaak-belasting
C
onaangetastezaak- belasting
D
onverdrachtzaak- belasting

Slide 14 - Quizvraag

Wie betaalt de onroerendezaakbelasting (OZB)?
A
de eigenaar van een huis
B
de huurder van een huis
C
de overheid

Slide 15 - Quizvraag

Huurders
lasten - huurstijging

voordeel- sommige huurders hebben recht op huurtoeslag

Slide 16 - Tekstslide

Huiseigenaren lopen risico
  • waardedaling huis
  • hypotheekrente stijgt
kan ook andersom voordeel
  • waarde huis stijgt
  • hypotheekrente daalt

Slide 17 - Tekstslide

Huren
Kopen
Je spaart voor je oude dag
Je hebt hogere onderhoudskosten
Je hebt een opstalverzekering
Je bent flexibel als je wil verhuizen
Je sluit een hypothecaire lening af 

Slide 18 - Sleepvraag

Paragraaf 4
1 tot met 3 +5-7 en 8

Slide 19 - Tekstslide