cross

Pallas les 8 het imperfectum

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Imperfectum
Griekse werkwoorden hebben altijd een stam. Daaraan kun je de inhoud/betekenis van het werkwoord aflezen.
Aan die stam worden signalen toegevoegd, die informatie geven over:
- persoon
- modus (indicativus/imperativus/infinitivus)
- tijd

Slide 2 - Tekstslide

Van het praesens hebben we al gehad:
A
indicativus + imperativus
B
indicativus + vocativus + infinitivus
C
imperativus + infinitivus
D
indicativus + imperativus +infinitivus

Slide 3 - Quizvraag

De uitgangen van praesens indicativus
enkelvoud zijn in de goede volgorde:
A
εις – ει - ω
B
ω- εις – ει
C
ω- ει – εις
D
ω- εις – ε

Slide 4 - Quizvraag

Het imperfectum
1. Het werkwoord in de verleden tijd begint met een signaalletter het zg. augment: ε- . 

2. Achter het augment volgt de stam van het werkwoord bv: ε-λυ-.

3. Daarachter komen de persoonsuitgangen van de verleden tijd: 
   

Slide 5 - Tekstslide

Het imperfectum
   ε-λυ- ον,
   ε-λυ- ες,
   ε-λυ- ε(ν),
   ε-λυ- ομεν,
   ε-λυ- ετε
   ε-λυ- ον

Let op: 1e ev. = 3e mv.!

Slide 6 - Tekstslide

Het imperfectum
ἐποίουν (!)                                   (uit: ἐποίε-ον )
ἐποίεις                                          ( ἐποίε-ες )
ἐποίει                                            ( ἐποίε-ε )
ἐποιοῦμεν                                   ( ἐποιέ-ομεν )  ε +ο = ου 
ἐποιεῖτε                                       ( ἐποιέ-ετε ) ε + ε = ει
ἐποίουν (!)                                  ( ἐποίε-ον ) 
 

Slide 7 - Tekstslide

Werkwoord imperfectum
ev
mv
1e
1e
2e
2e
3e
3e
ετε
ομεν
ον
ον
ε
ες

Slide 8 - Sleepvraag

Hoe herken je het imperfectum?
A
aan de imperfectumuitgang
B
aan het augment
C
aan de aparte imperfectumstam
D
aan augment én imperfectumuitgang

Slide 9 - Quizvraag

Het imperfectum van εἰμί
ἦ(ν)
ἦσθα
ἦν
ἦμεν
ἦτε
ἦσαν

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

welke vorm van de verleden tijd kun je op twee manieren vertalen
A
ἐνομίζεν
B
ἐνομίζον
C
ἐνομίζομεν
D
ἐνομίζετε

Slide 12 - Quizvraag

welke vorm is een verleden-tijd
A
ἔτε
B
ἦθε
C
ἄτε
D
ἦτε

Slide 13 - Quizvraag

welke verleden tijd komt van een ww met een -ε- stam
A
ἔχαιρον
B
ἤθελον
C
ᾔτουν
D
ἀπέκτεινον

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een augment?

Slide 15 - Open vraag

Het imperfectum

Als een werkwoord met een klinker of tweeklank begint, verandert die nooit in een ε! 

De ε wordt dan samengetrokken met de beginklinker of tweeklank. Dat heet contractie.

Slide 16 - Tekstslide

Wat is contractie?

Slide 17 - Open vraag

Het imperfectum

Hierna volgt een overzicht van de klinkers en tweeklanken en hoe ze veranderen als ze samentrekken/contraheren met het aument.

Let bij het veranderen van een tweeklank op de iota subscripta bij ῃ en ῳ!

Slide 18 - Tekstslide

Augment ε en beginklinker
ε + α  wordt η
ε + ε wordt η
ε + η  blijft η
ε + ο wordt ω
ε + ω  blijft ω
ε + ι blijft ι
ε + υ blijft υ

αι wordt ῃ
οι wordt ῳ
ευ wordt ηυ

Slide 19 - Tekstslide

Augment ε en begintweeklank
ε + αι- =-          
ε + οι- =
ε + ευ- = ηυ-  

Een uitzondering op de regels vormt het imperfectum van 
ἔχω :  εἶχον  = hebben
  

 

Slide 20 - Tekstslide

ἐθέλομεν
A
praesens
B
imperfectum

Slide 21 - Quizvraag

het imperfectum van ὁμολογέω is
A
ὡμολόγουν
B
ὡμολόγον

Slide 22 - Quizvraag

ἤθελον
A
praesens
B
imperfectum

Slide 23 - Quizvraag

ἥκομεν
A
imperfectum
B
praesens
C
imperfectum en praesens
D
kan niet

Slide 24 - Quizvraag

Augment
Let bij het veranderen van een tweeklank op de iota subscripta bij ῃ en ῳ!

Onthoud:
Begint een imperfectum met η-, dan kan de beginklinker van het werkwoord α-, ε- of η- zijn. 

Slide 25 - Tekstslide

ᾔτουν is het perfectum van
A
εἰτέω
B
αἰτέω
C
ηἰτέω

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

SAMENGESTELDE WERKWOORDEN 
Veel werkwoorden zijn samengesteld, d.w.z. ze beginnen met een voorzetsel. Bij samengestelde werkwoorden staat het augment achter het voorzetsel. 

Slide 28 - Tekstslide

welk werkwoord is samengesteld?
A
εὑρίσκω
B
ἱκετεύω
C
ἀκούω
D
ἀναβαίνω

Slide 29 - Quizvraag

SAMENGESTELDE WERKWOORDEN 
 Eindigt het voorzetsel op een klinker (ἀπό, διά, κατά, ἀνά, παρά, ὑπό, ἐπί), dan komt  in de verleden tijd het augment in plaats van deze klinker. Voorbeelden: 

Slide 30 - Tekstslide


ἐπιθυμέω =
ἀναβαίνω =
ἐνδύνω =
ἀποφέρω =


Een uitzondering vormen ww met het prefix περί: 
   
ἐπεθύμουν  
ἀνέβαινον  
ἐνέδυνον 
ἀπέφερον  
 


περιέβαινον. 

Slide 31 - Tekstslide

Het imperfectum

Bij πρό kan samentrekking van de ο en het augment ἐ- plaatsvinden, maar dat hoeft niet:

προέβαινον of προὔβαινον kunnen beiden voorkomen




Slide 32 - Tekstslide

Het imperfectum van περίβαινω is
A
περιέβαινον
B
περέβαινον
C
περέiβαινον
D
έπεριβαινον

Slide 33 - Quizvraag

ἀνέβαινον is imperfectum van
A
ἀνοβαίνω
B
ἀνιβαίνω
C
ἀναβαίνω

Slide 34 - Quizvraag