1.3 di Rekenen met Verhoudingstabellen

Rekenen
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Rekenen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen deze les? 
  • Hoe ziet het examen rekenen eruit? 1F en 2F
  • Uitleg rekenen met verhoudingstabellen
  • Oefenen met verhoudingstabellen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het rekenexamen
Rekenen met gehele getallen, breuken, decimalen, negatieve getallen en percentages.
Verhoudingen: Werken met breuken, ratio's, verhoudingstabellen en schaalberekeningen.
Verbanden: Lezen en interpreteren van tabellen, formules en grafieken.
Meten en meetkunde: Rekenen met tijd, geld, lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht en omrekenen van eenheden.    

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingstabbellen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingen
Verhoudingen geven aan hoe twee (of meer) grootheden zich tot elkaar verhouden.  Je komt ze veel tegen, bijvoorbeeld bij het koken.

Voorbeeld > Voor 4 personen heb je 300 gram noedels nodig.
Dit is een verhouding tussen het aantal personen en het aantal
gram noedels. Met deze verhouding kan je uitrekenen hoeveel
noedels je nodig hebt voor verschillende aantallen personen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoorbeeld
Je kookt voor 6 personen, hoeveel gram noedels heb je nodig?


Eerst reken je het aantal personen om naar 1, vervolgens naar 6.

Slide 6 - Tekstslide

Je kan ook het aantal personen omrekenen naar 2, dan vermenigvuldig je daarna met 3 in plaats van 6.

Je kan ook in een keer vermenigvuldigen met 1,5.

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingstabellen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Je verdient €4 per uur, hoeveel je verdient hangt af van hoeveel uren je werkt. 
Dat kan je in een Verhoudingstabel zetten. 
De verhouding is 1:4
Verhoudingstabel 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Je auto verbruikt 7 liter benzine per 100 km. 
Je wilt weten hoeveel benzine je verbruikt als je 65 km rijdt.

Hoe reken je dit uit? 
Oefenen met een verhoudingstabel

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Je berekent eerst hoeveel liter je gebruikt per 1 km, daarna voor 65 km. 

Berekening boven:
>100 :100 x65
berekening onder:
>7:100x65 = 4,55

Dus je verbruikt 4,55 liter als je 65 km rijdt. 


dit vakje laat je leeg<br>
!
Oefenen met een verhoudingstabel

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Met verhoudingstabellen kan je ook een vergelijking maken.
Wasmiddel 1 kost   €4,95 voor 4,5 kg, 

Wasmiddel 2 kost €2,80 voor 2,5 kg

Welk wasmiddel is het voordeligst?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





In beide tabellen naar 1 kg terugrekenen.

Berekening
1) 4,5:4,5=1 > 4,95:4,5= 1,1
2) 2,5: 2,5 =1 > 2,80: 2,5 = 1.12

Wasmiddel 1 is €0,02 cent goedkoper. 
Oplossing:

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maak de opdrachten.  Schrijf op hoe je aan de anwoorden komt

1. Les 2 Rekenen met geld, verhaaltjessommen en verhoudingstabellen
2. Les 2 Verhoudingstabellen

Klaar? Stop je werk in je map! 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies