Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui
timer
3:00
Slide 2 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
VOORKENNIS
Slide 3 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Stap 1
Ali werkt in de keuken.
Sara werkt in de winkel.
Over wie gaat deze zin?
Over wie gaat deze zin?
Slide 4 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Stap 2
Ali werkt in de keuken. Hij maakt brood.
Sara werkt in de winkel. Zij helpt klanten.
Wie is hij?
Wie is zij?
Slide 5 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Stap 3
Ali werkt in de keuken. Hij maakt brood.
Ali werkt in de keuken en hij maakt brood.
Ali werkt in de keuken maar het is soms druk.
Wat verandert er als je EN gebruikt?
Wat verandert er bij MAAR?
Slide 6 - Tekstslide
EN = iets erbij
MAAR = tegenstelling
Stap 4
Ik ga naar school … ik wil leren.
Ik wil buiten spelen … het regent.
Ik eet fruit … een appel.
Kies uit de volgende woorden:
en – maar – want – bijvoorbeeld
Slide 7 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoelen
Ik herken verwijswoorden in een korte tekst. (R)
Ik herken verbindingswoorden en signaalwoorden. (R)
Ik kan verwijswoorden, verbindingswoorden en signaalwoorden markeren in een korte tekst. (T1)
Slide 8 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Inleiding
Als je een tekst leest of luistert, hoor je woorden die vertellen hoe de tekst in elkaar zit.
Met deze woorden snap je sneller wat belangrijk is.
Dat helpt je straks bij het maken van een samenvatting.”