1.4 Werkwoordspelling: pv, vd, ott en vtt

1.4 Werkwoordspelling: pv, vd, ott en vtt

Schrijven doe je elke dag: in berichten, opdrachten, presentaties en nog veel meer. Als je weet hoe 'werkwoorden werken', schrijf je vlotter, correcter en hoef je minder te twijfelen over wat je op papier of scherm zet.

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.4 Werkwoordspelling: pv, vd, ott en vtt

Schrijven doe je elke dag: in berichten, opdrachten, presentaties en nog veel meer. Als je weet hoe 'werkwoorden werken', schrijf je vlotter, correcter en hoef je minder te twijfelen over wat je op papier of scherm zet.

1) Soms gaat het mis...

Zelfs meubelgiganten maken wel eens een fout tegen de spelling van de werkwoorden...


Kan jij hem spotten?

1) Soms gaat het mis...

"Een badkamer waarin je graag wakker wordt."


Waarom?

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (OTT):


jij/hij/zij/de/het of zelfstandige naamwoorden = stam van het werkwoord + -t → De badkamer (=zn) wordt.

2) Ken je het verschil?

Om werkwoordspelling echt te begrijpen, moet je goed het verschil begrijpen tussen een persoonsvorm (pv) en een voltooid deelwoord (vd).


1.4 Werkwoordspelling:

PV = persoonsvorm → een werkwoord dat zich aanpast aan de tijd of het onderwerp.


De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert wanneer je de tijd verandert.

Voorbeeld:

Ik fiets naar school.

Zet de zin in de verleden tijd:

Ik fietste naar school.

fiets → fietste verandert, dus fiets is de pv.

VD = voltooid deelwoord → een werkwoordsvorm die je vaak gebruikt bij een voltooide tijd of als bijvoeglijk naamwoord.


Een voltooid deelwoord herken je vaak doordat het bij een werkwoord in de voltooide tijd staat.

Je ziet dan vaak:
hebben/zijn + voltooid deelwoord

Voorbeeld:

Ik heb mijn huiswerk gemaakt.

  • heb = pv

  • gemaakt = vd

Zij heeft een boek gelezen.

  • heeft = pv

  • gelezen = vd

Het verschil tussen het vd & de pv:

6

minute

00

second

2) Ken je het verschil?

Huh, meer dan één pv?!

  1. Ik ga naar huis omdat het regent.

  2. Lisa leest een boek terwijl haar broer speelt.

  3. Wanneer de bel gaat, lopen de leerlingen naar buiten.

  4. Tom maakt zijn huiswerk en kijkt daarna televisie.

  5. Omdat het koud is, doet Sarah haar jas aan.

  6. De hond blaft wanneer iemand aan de deur komt.

  7. Als ik tijd heb, help ik mijn moeder.

  8. Mijn ouders koken terwijl ik de tafel dek.


Dit zijn allemaal zinnen met twee pv's!


Huh, meer dan één pv?!

💡 Handig trucje

Als je twee pv's zoekt, verander de zin van tijd. De werkwoorden die veranderen, zijn de persoonsvormen.

Bijvoorbeeld:

Ik ga naar huis omdat het regent.

Verleden tijd:

Ik ging naar huis omdat het regende.

→ ga en regent zijn allebei pv's.

Opgelet!

Bij een voltooid deelwoord ga je nooit -dt schrijven aan het einde van het werkwoord!

3

minute

30

second

2

minute

00

second

Wat nú gebeurt, staat in de onvoltooid tegenwoordige tijd (ott). De actie of gebeurtenis is nog niet voltooid, nog niet afgewerkt.


De ott vorm je met de stam van het werkwoord. Afhankelijk van de persoon (= ik, jij, hij, ...) voeg je er geen uitgang, een -t of -en aan toe.


v.b.: Ik sport in de fitness. → Je bent nog aan het sporten, je actie is nog bezig en dus onvoltooid.


NU - onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)


Voor wat recent gebeurd is, maar al voorbij is of voltooid is, gebruik je de voltooid tegenwoordige tijd (vvt).


Je vormt de vtt met de pv van 'zijn' of 'hebben' in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord (het belangrijkste werkwoord) van de zin.


v.b.: Ik heb gesport in de fitness. → Je bent gaan sporten, je actie is afgelopen en dus voltooid.

RECENT, MAAR AL VOORBIJ - voltooid tegenwoordige tijd (vtt)



6

minute

00

second

3) Klaar? Spellen maar!

2

minute

00

second

'T X-KoFSCHiP

Schrijf je dit regelmatig VD met een -t of een -d?


Kijk naar 'T X-KoFSCHiP!

De regel van 'T X-KoFSCHiP is een eenvoudige manier om te kijken of het voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord eindigt op een 'd' of een 't'. 


Hoe ga je te werk?

Je kijkt naar de infinitief van het werkwoord, maar je laat de '-en' op het einde weg. Je bestudeert de stam:

  • Is de laatste letter één van de letters van 'T X-KoFSCHiP' (t, k, f, s, ch of p)*? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een 't'.
    Bijv. lappen → lap → P is een letter van 'T X-KoFSCHiP → Ze heeft de ramen gelapt.

  • Zit die laatste letter niet in 'T X-KoFSCHiP? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een 'd'.
    Bijv. bellen → bel → L is geen letter van 'T X-KoFSCHiP → Hij heeft 112 gebeld.

-d of -t in VTT of VVT?


6

minute

00

second

Verlengingen

Om te weten of een vd eindigt op een 't' of een 'd', kan je het ook verlengen door het als een bijvoeglijk naamwoord te gebruiken. Dan hoor je het meteen.

Voorbeeld
Krijgt het vd van 'verstenen' een 't' of 'd'?
→ de versteende beelden
→ 'versteend' is met een 'd'

4

minute

00

second

4

minute

00

second

Laten we memory spelen!

  1. Werk samen met je buur.

  2. Pak de woordenlijst die de leerkracht je bezorgd heeft. Eén persoon bekijkt de woorden, en de andere probeert te antwoorden.

  3. Geef de juiste onregelmatige voltooide deelwoorden bij het juiste werkwoord. Bijvoorbeeld: Kopen? > Ik heb gekocht.

  4. Toets elkaar, en houd bij hoeveel elk persoon juist heeft op een apart blad.

  5. Speel 3 rondes! Houd je punten bij voor elke ronde.

  6. Wie is de winnaar?

10

minute

00

second

Een voltooid deelwoord  is niet alleen een werkwoordsvorm. Je kunt het vd ook gebruiken als bijvoeglijk naamwoord (bn).


Voorbeeld:
1- De kok heeft de frietjes weer erg gezouten. 
2- De kok maakt vandaag een erg gezouten gerecht klaar. 

In zin 1 is 'gezouten' een voltooid deelwoord: de werkwoordsvorm is een deeltje van de vtt (pv +vd).

In zin 2 wordt het voltooid deelwoord 'gezouten' (< zouten) bij het zn 'gerecht' geplaatst. Het voltooid deelwoord wordt hier als bijvoeglijk naamwoord gebruikt: een vdbn.  

Een vd als bn bij een zn! Oei, wat nu?


6

minute

00

second

5

minute

00

second

Alle theorie op Lernova + jouw schrift!

Oefenen!

  1. Ga naar het tabblad "oefenen" bij hoofdstuk 1.4 op Lernova.

  2. Maak alle oefeningen in het tabblad "basis".

  3. Maak alle oefeningen in het tabblad "remediëring".

  4. Maak alle oefeningen in het tabblad "uitbreiding".


Niet klaar? De rest is huiswerk. Zie Planner voor deadline.