Forensische zorg

Forensische zorg
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
PsychologieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Forensische zorg

Slide 1 - Tekstslide

Forensische zorg valt onder
A
GGZ
B
Zeden misdrijven
C
Zorg in het gedwongen kader
D
Gehandicaptenzorg

Slide 2 - Quizvraag

Forensische zorg beweegt zich op het snijvlak van twee werelden. Welke twee werelden?
A
Hulp en begeleiding
B
Zorg en Begeleiding
C
Strafrecht en Zorg
D
Strafrecht en begeleiding

Slide 3 - Quizvraag

Welk doel heeft de Forensische Zorg?
A
Het uitzitten van de straf
B
Het voorkomen van recidive
C
Geen van bovenstaande

Slide 4 - Quizvraag

Waar richt zich de behandeling van de Forensische Zorg op?

Slide 5 - Open vraag

Wat is Forensische Zorg
 Forensische zorg is een: 

Geestelijke gezondheidszorg, 
Verslavingszorg en 
Verstandelijk gehandicaptenzorg; 

welke onderdeel  zijn van een (voorwaardelijke) straf, maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan

Slide 6 - Tekstslide

Wat is Forensische Zorg
Het wordt door de rechter opgelegd als onderdeel van een straf of maatregel 

Forensische zorg beweegt zich op het snijvlak van twee werelden. 
Die van het strafrecht en die van de zorg 

Slide 7 - Tekstslide

Welk doel heeft de Forensische Zorg
Doel: Het voorkomen van recidive

Recidive= het gedrag zodanig te veranderen, dat de gedetineerden niet opnieuw een delict plegen.

Door gedetineerden te behandelen en te begeleiden kunnen zij weer functioneren in de maatschappij en hierdoor wordt de maatschappelijke veiligheid vergroot.

Slide 8 - Tekstslide

Welke 3 zorgtypes zijn er?
A
Klinische zorg, Preventieve zorg en Ambulante zorg
B
Klinische zorg, Ambulante zorg en intensieve zorg
C
Klinische zorg, Ambulante zorg en Verblijfszorg
D
Ambulante zorg, Verblijfszorg en Preventieve zorg

Slide 9 - Quizvraag

Eigen regie
Ook al is forensische zorg, verplichte zorg, de eigen regie moet altijd zoveel mogelijk behouden worden. 

In de forensische zorg maak je samen met de client het ondersteuningsplan
Soms vraag de client hierbij hulp van familie, vrienden of andere mensen uit het netwerk. 

Slide 10 - Tekstslide

Familievertrouwenspersoon
Zowel in de reguliere zorg als in de zorg in het gedwongen kader zijn familieleden en naasten van de cliënt erg belangrijk. 





egenwoordig vinden we de betrokkenheid van het netwerk in de zorg zo belangrijk dat dit recht voor de cliënt ook is vastgelegd in de wet. In de wet- en regelgeving voor onvrijwillige zorg staat dat er wordt geprobeerd om het netwerk van de cliënten zoveel mogelijk te betrekken bij de zorg.

Slide 11 - Tekstslide

Zelfbeschikking
Ondanks dat het in ernstige situaties mogelijk is iemand gedwongen op te nemen in een zorginstelling of zorg te bieden in de thuissituatie, betekent dat niet dat iemand geen zelfbeschikking meer heeft.
Zelfbeschikking
Zelfbeschikking betekent dat iedereen zijn eigen keuzes kan en mag maken. Daarom is het ontzettend belangrijk om als zorgprofessional in een gedwongen zorgtraject altijd naar de mening en wensen van de cliënt te luisteren.

Slide 12 - Tekstslide

Strafmaatregelen
Tegenwoordig is de kwaliteit van forensische zorg hoog. Medewerkers en cliënten worden beschermd door duidelijke wet- en regelgeving. Dit is belangrijk om iemand de juiste onvrijwillige zorg te kunnen geven. Kortom, de forensische zorgketen is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse zorg- en strafrechtstelsel.

Slide 13 - Tekstslide

Wetboek van Strafrecht
In 1886 wordt in Nederland het Wetboek van Strafrecht ingevoerd. In het Wetboek is vastgelegd welke straffen en maatregelen de rechter kan opleggen voor bepaalde overtredingen.

In dit Wetboek is ook geschreven dat mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrisch ziektebeeld niet of deels verantwoordelijk zijn voor hun wettelijke overtredingen. De rechter kan op basis van onderzoek door deskundigen, zoals psychiaters en psychologen, bepalen wat de invloed van iemands aandoening is op het delict dat gepleegd is. 

Dit gebeurt in het?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

TBS
In Nederland kennen we terbeschikkingstelling (TBS). 
Tbs is een zware maatregel die de rechter oplegt, vaak naast een gevangenisstraf, als er een grote kans is op recidive.

Tbs houdt in dat een dader een gedwongen behandeling krijgt en begeleiding van een forensische zorginstelling die gespecialiseerd is in de behandeling van mensen met een tbs-maatregel.  

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

PIJ-maatregel
Nederland kent het volwassenenstrafrecht en het jeugdstrafrecht. 

TBS: ernstig delict bij volwassenen
Als er bij jongeren een grote kans is op herhaling van ernstig strafbare feiten; dan kan de kinderrechter een PIJ-maatregel uitspreken.

Deze maatregel wordt ook wel jeugd-TBS genoemd
De rechter kan een jongere maximaal 7 jaar een PIJ-maatregel opleggen.

Slide 18 - Tekstslide

Wat was zelfbeschikking ook alweer?
A
Zelfbeschikking betekent dat er geen bemoeizorg aan de orde is
B
Zelfbeschikking betekent dat iedereen zijn eigen keuzes kan en mag maken.
C
Zelfbeschikking betekent dat de gedetineerde zelf mag bepalen wanneer hij uit zijn cel mag
D
Zelfbeschikking betekent dat de gedetineerde zelf mag weten wanneer hij mag eten

Slide 19 - Quizvraag

Hoe wordt een PIJ-maatregel ook wel genoemd?
A
MaatschapPIJ bepaald de terugkeer
B
Jeugd TBS
C
Zoveel mogelijk eigen regie in de maatschappij
D
Als je een delict hebt gepleegd

Slide 20 - Quizvraag

Jaarlijks worden er binnen de forensische zorg 20.000 mensen behandeld. 
Om dit te kunnen organiseren moet het doel van de forensische zorg duidelijk zijn --> verminderen van recidive, ofterwijl een veiligere samenleving! 
Om het hoofddoel te kunnen behalen, werken ze met bovenstaande subdoelen

Slide 21 - Tekstslide

Indicatiestelling
Als de rechter heeft besloten dat iemand naast straf voor een delict ook zorg nodig heeft om te voorkomen dat hij weer in de fout gaat, moet er een indicatie worden opgesteld. 

Wat is een indicatie? Hoe zien bij jullie op stage de indicaties eruit?

Is de client een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving? Dan wordt de indicatie uitgebreid met beveiliging. 

Als de indicatie bekend is, kunnen ze drie vormen van forensische zorg krijgen

Slide 22 - Tekstslide

Zoek op in copilot
Welke drie vormen van forensische zorg zijn er?
Wat is het verschil tussen de drie? 

Slide 23 - Tekstslide

Casus
Tom (34 jaar) is veroordeeld voor een gewelddadig delict: hij heeft tijdens een psychotische episode een buurman zwaar mishandeld. Uit onderzoek blijkt dat Tom lijdt aan schizofrenie en een ernstige verslavingsproblematiek heeft. Hij heeft een lange geschiedenis van zorgmijding en is meerdere keren voortijdig gestopt met ambulante behandeling. Zijn sociale netwerk is klein en instabiel, en hij heeft geen vaste woonplek. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog ingeschat, vooral wanneer hij niet structureel medicatie gebruikt en geen toezicht krijgt. Tom geeft aan dat hij behandeling wil, maar hij heeft moeite om afspraken na te komen en vertoont soms agressief gedrag bij stress.

Welke verblijfsvorm van forensische zorg is het meest passend voor Tom: klinische zorg, verblijfszorg (beschermd wonen) of ambulante zorg?
Motiveer je keuze op basis van:
  • Risico-inschatting
  • Behandelbehoefte
  • Mate van beveiliging en toezicht
  • Mogelijkheden voor resocialisatie

Slide 24 - Tekstslide