Voorkennis: wat is de definitie van biologie?
Biologie = de studie van het
leven.
-> in de biologie bestudeer je bijvoorbeeld
organismen = levende wezens.
Alle levende organismen vertonen levensverschijnselen. Aan de hand van deze verschijnselen kunnen wij levende organismen herkennen en onderscheiden van dode/levenloze materie.
Waaraan kan je zien of iets leeft? Overleg met je
buur en schrijf op.
Wanneer leeft een organisme?
minute
second
Welke van de volgende organismen zijn levend aan de hand van de besproken levensverschijnselen?
Groei, waarneming, beweging, voeding, ademhaling, uitscheiding en voortplanting
→ Niet altijd makkelijk om te bepalen of iets levend of levenloos is
→ Bij twijfelgevallen, zoals virussen, wordt onder andere gekeken naar voortplanting en stofwisseling. Kan het virus zichzelf voortplanten? En heeft het een eigen stofwisseling? Of heeft het daarvoor een gastheercel nodig?
Levenscyclus
→ in de biologie kijkt men veel naar het levensverloop en levenscyclus van een organisme.
→ De levensloop beschrijft de levensfasen van één organisme (het individu).
→ De levenscyclus beschrijft de fasen van de soort.
Levensloop = ei - rups - pop - volwassen vlinder - dode vlinder
Levenscyclus = ei - rups - pop - volwassen vlinder - voortplanting - ei ....
Organisatieniveaus
minute
second
We kunnen organisatieniveaus onderscheiden op basis van emergente eigenschappen
Een emergente eigenschap is een eigenschap die ontstaat door de samenwerking en interactie van onderdelen van een systeem, terwijl die eigenschap niet aanwezig is in de afzonderlijke onderdelen.
-> Wat kan een organisatieniveau dat de onderdelen op het vorige niveau niet konden?
1. Hartcel niveau → Hartweefsel niveau
→ Emergente eigenschap: het weefsel kan als geheel krachtig en gecoördineerd samentrekken.
2. Hartweefsel niveau → Hart orgaan niveau
→ Emergente eigenschap: het hart kan bloed rondpompen.
3. Hart orgaan niveau → Orgaanstelsel niveau
→ Emergente eigenschap: het bloedvatenstelsel kan zuurstof, voedingsstoffen, hormonen en afvalstoffen door het lichaam transporteren.
Emergente eigenschappen
Zijn hier nog vragen over?
Huiswerk: vragen 4 t/m 21. Maak ze in je schrift, niet op je laptop!
Afsluiting