6.2 - Sociale zekerheid

Economie
Leerdoelen: 
  1. Je weet waar de sociale zekerheid uit bestaat
  2. Je weet hoe er betaald wordt voor de sociale verzekeringen
  3. Je weet hoe er betaald wordt voor de sociale voorzieningen
  4. Je weet wat een verzorgingstaat is
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Economie
Leerdoelen: 
  1. Je weet waar de sociale zekerheid uit bestaat
  2. Je weet hoe er betaald wordt voor de sociale verzekeringen
  3. Je weet hoe er betaald wordt voor de sociale voorzieningen
  4. Je weet wat een verzorgingstaat is

Slide 1 - Tekstslide

Sociale zekerheid
Iedereen is zelf verantwoordelijk voor het verdienen van zijn inkomen. Maar wat als dat niet mogelijk is? Of gewoonweg niet lukt? Dan kun je een uitkering krijgen. Alles wat de overheid doet om te zorgen dat jij in je levensbehoeften (eten, onderdak) kunt voorzien, is geregeld in de sociale zekerheid.

In Nederland bestaat de sociale zekerheid uit twee onderdelen, namelijk:
  1. sociale verzekeringen
  2. sociale voorzieningen

Slide 2 - Tekstslide

Sociale verzekeringen
Sociale verzekeringen delen we ook op in twee groepen, namelijk:

  1. Werknemersverzekeringen
  2. Volksverzekeringen

Werknemersverzekeringen zijn bedoeld voor alle werknemers in Nederland. 

Alleen mensen die werken of hebben gewerkt, kunnen hier recht op hebben. Denk aan de WW-uitkering (werkloosheidswet). Je hebt alleen recht op een WW-uitkering als je gewerkt hebt. Mensen die nooit gewerkt hebben, hebben dus ook geen recht op een WW-uitkering.

Slide 3 - Tekstslide

Sociale verzekeringen
Sociale verzekeringen delen we ook op in twee groepen, namelijk:

  1. Werknemersverzekeringen
  2. Volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn bedoeld voor alle Nederlanders

Bijvoorbeeld: Iedereen in Nederland heeft recht op een AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet) als hij/zij de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. Dus ook als je nog nooit gewerkt hebt. 

Belangrijk: De werknemers- en volksverzekeringen worden betaald door de mensen die werken. Mensen die werken betalen namelijk naast belasting óók premies over hun brutoloon. Deze premies worden gebruikt om de sociale verzekeringen van te betalen.

Slide 4 - Tekstslide

1. Wat wordt er bedoeld met de sociale zekerheid?

Slide 5 - Open vraag

2. Noem een voorbeeld van een uitkering die jij kent.

Slide 6 - Open vraag

3. De premies voor de sociale verzekeringen worden betaald door?
A
de overheid
B
alle werklozen
C
alle mensen met een inkomen
D
iedereen in Nederland

Slide 7 - Quizvraag

4. In welke twee groepen kun je de sociale verzekeringen verdelen?

Slide 8 - Open vraag

5. Waar staat de afkorting AOW-uitkering voor?

Slide 9 - Open vraag

6. Gebruik de tabel aan de rechterzijde. Meneer en mevrouw Drees
hebben allebei recht op een AOW-uitkering.

Welk bedrag ontvangen zij in totaal per maand aan AOW?

Slide 10 - Open vraag

7. Leg uit waarom een echtpaar volgens jou niet twee keer zo veel AOW ontvangt als een alleenstaande.

Slide 11 - Open vraag

8. De overheid heeft de AOW-leeftijd verhoogd. Hierdoor wordt het aantal mensen dat recht heeft op een AOW-uitkering...
A
groter
B
kleiner

Slide 12 - Quizvraag

9. Vanaf 2021 kan de AOW-leeftijd nog verder omhoog gaan. De overheid kijkt hoe oud mensen in Nederland gemiddeld worden. Wat zal de overheid met de AOW-leeftijd doen, als blijkt dat mensen steeds ouder worden.

Slide 13 - Open vraag

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Een andere werknemersverzekering is de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Er wordt met de WIA niet gekeken naar wat arbeidsongeschikten niet meer kunnen, maar naar wat de arbeidsongeschikten nog wel kunnen doen.

Op deze manier wil de overheid het aantal arbeidsongeschikten met een uitkering verminderen.

Slide 14 - Tekstslide

10. Hoe wil de overheid het aantal arbeidsongeschikten met een uitkering verminderen?

Slide 15 - Open vraag

Sociale voorzieningen
Sociale voorzieningen zijn uitkeringen die de overheid betaalt met belastinggeld, zoals de BTW die ze ontvangen.

Voorbeelden van sociale voorzieningen zijn:
  1. de kinderbijslag
  2. de bijstand
  3. de huurtoeslag
  4. de zorgtoeslag

Iedereen in Nederland kan recht hebben op deze sociale voorzieningen. Er zitten wel regels aan gebonden wanneer je er wel / niet recht op hebt. Zo krijg je alleen huurtoeslag als je een huis huurt en je inkomen niet te hoog is.



Slide 16 - Tekstslide

Sociale verzekeringen
In de onderstaande afbeelding zie je samengevat hoe onze sociale zekerheid er uitziet:
Mensen die werken dragen premies af over hun loon. Met deze premies betaalt de overheid de werknemersverzekeringen.
Alleen mensen die werken hebben recht op deze verzekeringen. Denk aan de WW-uitkering.
Iedereen in Nederland heeft recht op deze type verzekeringen. Denk aan de AOW-uitkeringen. Deze uitkering ontvangt iedereen die pensioensgerechtigd is.
Wordt betaalt met belastinggeld, zoals de BTW.

Slide 17 - Tekstslide

11. Ook jij betaalt mee aan sociale voorzieningen in Nederland. Leg uit op welke manier.

Slide 18 - Open vraag

12. Noem twee voorbeelden van sociale voorzieningen.

Slide 19 - Open vraag

13. Noem ook twee voorbeelden van toeslagen die je krijgt als je onvoldoende inkomen hebt.

Slide 20 - Open vraag

14. Bekijk de informatiebron aan de rechterzijde.

Johan is alleenstaand. Hij verdient € 615 per maand als parttime
magazijnmedewerker. Bereken hoeveel euro bijstandsuitkering Johan per maand
ontvangt.

Slide 21 - Open vraag

De WW-uitkering
Raak jij je baan kwijt? Dan heb je misschien recht op een WW-uitkering. De overheid betaalt dan tijdelijk een deel van jou salaris door. Zo kom jij niet ineens zonder inkomen te zitten. 

Maar je hebt niet zomaar recht op een WW-uitkering. Zo moet jouw ontslag niet je eigen schuld zijn. Je mag dus niet zelf ontslag nemen, of ontslag hebben gekregen omdat je iets deed wat niet hoorde. Dit laatste wordt vaak ontslag bgenoemd.

Ook moet je wel actief op zoek zijn naar nieuw werk. De overheid wil namelijk dat je zo snel mogelijk weer aan het werk bent. Elke maand dat jij namelijk niet werkt, kost de overheid dan geld.

Slide 22 - Tekstslide

Verzorgingsstaat
De overheid stelt een bedrag vast dat je minimaal nodig hebt om te overleven. Dit noemen we het sociaal minimum. Voor alleenstaande volwassene van 18 jaar bedraagt dit ongeveer € 545 per maand. Wie geen of te weinig inkomen heeft, ontvangt een bijstandsuitkering en eventueel toeslagen.

Een land als Nederland dat veel geld uitgeeft aan uitkeringen, woningbouw en onderwijs noem je een verzorgingstaat.

Slide 23 - Tekstslide

15. Welk antwoord is juist?

Je hebt geen recht op een WW-uitkering als...
A
je zelf ontslag neemt
B
je baas je ontslaat als er te weinig werk voor je is

Slide 24 - Quizvraag

16. Als je een WW-uitkering hebt, moet je wel actief op zoek naar werk. Leg uit waarom de overheid dat belangrijk vindt.

Slide 25 - Open vraag

Oefenen
Maak opdracht 11 t/m 19 van bladzijde 179.

Klaar en wil je de opdracht nakijken? Klik op het oogje.

Slide 26 - Tekstslide