DRAMA 2 | Les 5 Personages en Status

DRAMA | LES 5 
PERSONAGES en STATUS
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

DRAMA | LES 5 
PERSONAGES en STATUS

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Heb respect voor elkaar.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan wij deze les doen?
  • Leren wat status is. 
  • Personages spelen met een duidelijk statusverschil.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is status?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is status?
Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:

-
-
-
-

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:

- Jezelf klein maken
- Onrustige ademhaling
- Onzekere manier van praten
- De ander niet aan durven kijken
- Niet stevig op twee benen staan

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:

- Jezelf klein maken
- Onrustige ademhaling
- Onzekere manier van praten
- De ander niet aan durven kijken
- Niet stevig op twee benen staan




Spelen van een hoge status:



Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:

- Jezelf klein maken
- Onrustige ademhaling
- Onzekere manier van praten
- De ander niet aan durven kijken
- Niet stevig op twee benen staan




Spelen van een hoge status:

- Veel ruimte innemen
- Grote gebaren maken
- Diep in- en uitademen
- Duidelijke, rustige manier van praten
- Lang oogcontact

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Statusverschil in tableaus
  1. Jullie krijgen personages met een status.
  2. Neem 1 houding aan voor je personage.
  3. Maak jullie statusverschil duidelijk in mimiek en fysiek.
  4. Terug in de basishouding.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: 
Korte scènes met statusverschil

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: 
Korte scènes met statusverschil
  1. Spreek af wie de hoge status en lage status heeft.
  2. Lees de tekst en bedenk een locatie.
  3. Oefen de scène en leer de tekst zo goed mogelijk.
  4. Belangrijkste: Maak statusverschil duidelijk in handeling, houding en tekst.

timer
5:00

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale status

Status op basis van positie. 

 Baas - Medewerker 
Minister - Burger 
Leerkracht - Leerling 
Koning - Bediende

Deze video is niet meer beschikbaar
explain

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale status

Status op basis van positie. 

 Baas - Medewerker 
Minister - Burger 
Leerkracht - Leerling 
Koning - Bediende

Werkelijke status
  

De baas in de scène.

 Baas - Medewerker
Minister - Burger
Leerkracht - Leerling
Koning - Bediende

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: Wie van de drie

Spelopdracht: Spelen met 3 tableaus

  • Kies 1 onderwerp.
  • Bedenk hier een kort verhaal bij en zet dit in 3 tableaus. Denk aan je mimiek en fysiek.
  • Tableau 1: Begin -> speel door
  • Tableau 2: Probleem -> speel door
  • Tableau 3: Einde. Freeze.


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: Wie van de drie
  • Elke groep krijgt een situatie met 3 personages:
  1. De leiderIemand die het beter weet en alles moet volgens hun manier. 

  2. De dwarsligger: Iemand die het nergens mee eens is, maar uiteindelijk naar de leider luistert.

  3. De volger: Iemand die andere voor zich laat beslissen of de grootste mond volgt. 





Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Lees de situatie goed door. Bespreek welke personages een hoge of lage status hebben. Spreek af wie welk personage speelt.
  • Bereid een korte scène voor van max 3 minuten.

  • Waar let ik op?:
Maak statusverschil duidelijk in handeling, houding en tekst.

  1. De leiderIemand die het beter weet en alles moet volgens hun manier. 

  2. De dwarsligger: Iemand die het nergens mee eens is, maar uiteindelijk naar de leider luistert.

  3. De volger: Iemand die andere voor zich laat beslissen of de grootste mond volgt. 





Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Kijkersvraag:

  • Wat was ieders status?
  • Waar zag of hoorde je dat het duidelijkst aan?
    (handeling, houding en tekst)

  1. De leiderIemand die het beter weet en alles moet volgens hun manier. 

  2. De dwarsligger: Iemand die het nergens mee eens is, maar uiteindelijk naar de leider luistert.

  3. De volger: Iemand die andere voor zich laat beslissen of de grootste mond volgt. 





Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL

Afronding les 5      
Hoe kan je status laten zien in spel? 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL

Afronding les 5      
Hoe kan je status laten zien in spel? 
Statusverschil in hoge/lage status duidelijk maken in handeling, houding en tekst. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: Wie van de drie

Groepjes:


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies