Montag
2. November
Montag
2. November
Das Programm
Plaudern, Seite 54
Ziel dieser Unterrichtsstunde
Hausaufgaben kontrollieren
Aufgabe machen
Aufgabe A oder B
Plauderstunde
Das Lernziel
Am Ende dieser Unterrichtsstunde könnt ihr ein Satz bilden von mindenstens 5 Wörter über Freizeit.
Hausaufgaben kontrollieren
Seite 56, Aufgabe 4
Je onderstreept in de Duitse zinnen de woorden die je kent, bijvoorbeeld links en rechts.
In welke zin vind je deze woorden in de Nederlandse zin?
Gevonden? Zet de letter in het vakje van de zin ( 1 tm 6)
Aufgaben machen
Seite 57, Aufgabe 6
Seite 58, Aufgabe 9
Lees eerst waar de opdracht over gaat. Vertaal dit voor jezelf.
Zeit: 5 Minuten
Wir kontrollieren gemeinsam die Aufgabe
minute
second
Sticker?
Seite 59-60
Aufgabe A: Schrijf het goede antwoord in het Nederlands bij de cijfers.
Aufgabe B: Schrijf het getal van de 5 opdrachten die Klaus niet gedaan heeft bij het goede plaatje.
Das Lernziel
Am Ende dieser Unterrichtsstunde könnt ihr ein Satz bilden von mindenstens 5 Wörter über Freizeit.
Frageworte
Schrijf de vraagwoorden die je kent in het Duits op
Zoek de juiste vraagwoorden bij elkaar!
hoe?
waar?
waarom?
wat?
wanneer
warum?
wie?
wo?
was?
wann
Het vraagwoord 'wat'
Wat
Wo
Wie
Was
Wann
waarvandaan
waar
wanneer
waarheen
wo
Wat
Waar
Hoe
Wie
Wat betekent het vraagwoord: "wie"
Wie
Hoe
Waar
Wat
Het vraagwoord 'hoe'
Wo
Wie
Wer
Wie spät
woher
waar ... vandaan
waar
wanneer
waarheen
welche
waar ... vandaan
waar
wanneer
welke
Welk vraagwoord? ________ spät is es?
Wie
Welche
Was
Warum
Stripverhaal
Stripverhaal
Jullie maken een stripverhaal van een aantal vraagwoorden.
Het moet echt een verhaal zijn. Je krijgt er een cijfer voor. (1x)
Plauderstunde
Je pakt een blad en zoekt een maatje.
Om de beurt lezen jullie een vraag en geeft de ander een antwoord.
Ik loop langs en luister naar de uitspraak.