Hoe verwerk je bronnen in je project?

Neem je brochure op je tafel.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Neem je brochure op je tafel.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe verwerk je bronnen in je project?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar kun je allemaal informatie uit halen voor je project?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Prehistorie
  • Historie = geschreven geschiedenis

  • Pre = voor

  • Tijd vóór dat mensen konden schrijven 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bronnen
Overblijfselen uit het verleden.
OF 
Geven informatie over het verleden.

Slide 5 - Tekstslide

Bij geschiedenis onderzoeken en beschrijven we het leven van mensen. Maar hoe komen we aan informatie over mensen die honderden jaren geleden leefden? Mensen laten tijdens hun leven bewust en onbewust sporen achter. Deze sporen noemen we ook wel bronnen. Door deze bronnen goed te bestuderen, komen we aan informatie over (het leven van) mensen uit het verleden...
Prehistorie
  • De prehistorie eindigt niet overal ter wereld op hetzelfde moment!

  • Als een volk een schrift ontwikkelt dan begint voor dat volk de historie en eindigt de prehistorie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

prehistorie
Historie

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Direct/primair
Indirect/secundair

Slide 8 - Tekstslide

Naast geschreven en ongeschreven bronnen kennen we ook directe en indirecte bronnen.
Je hebt bronnen die informatie geven over een persoon of een gebeurtenis die zijn gemaakt in de tijd van de persoon of gebeurtenis zelf. Bijvoorbeeld: een dagboek van een Middeleeuwse monnik waarin hij zijn dagelijkse leven beschrijft. Dit noemen we een directe bron.
Een indirecte bron is gemaakt na de gebeurtenis of na de persoon waarover hij informatie geeft. Bijvoorbeeld een boek over het leven van Middeleeuwse monniken dat geschreven in is 1900. Dit is dus een indirecte bron.
Geschreven
Ongeschreven

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Secundaire bronnen
Primaire bronnen

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geschreven bronnen 
Ongeschreven bronnen
Versleep de afbeeldingen naar de juiste box.

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kaarten als bron
Bij geschiedenis en aardrijkskunde kun je veel laten zien door middel van een kaart. Gebruik hiervoor een atlas of een kaart van internet.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderdelen van een goede kaart:

- Titel 

- Legenda 

- Schaal 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schaalstok:

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 1. Kiezen van informatiebronnen.
Op verschillende plaatsen kun je informatie vinden over jullie onderwerp. In boeken en atlassen, maar ook op internet. 
(Let erop dat je op internet gaat zoeken naar bronnen die op jou niveau zijn)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 2. Het verzamelen van informatie.
Ga nu op zoek naar informatie voor het beantwoorden van jouw onderwerp. Verzamel alles, geschreven informatie maar ook afbeeldingen, waarvan je denkt dat je het misschien kunt gebruiken.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies