Poëzie H4 - periode 4

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je kunt vertellen uit hoeveel strofes een gedicht bestaat
Je kent de verschillende rijmschema’s
Je kunt verschillende soorten rijm herkennen

Slide 2 - Tekstslide

Maar eerst...
  • Lezen we blz. 66 en 67
  • Beantwoord je de vragen op blz. 68 

Slide 3 - Tekstslide

soorten rijm
rijm= klankovereenkomst tussen woorden of lettergrepen die niet te ver van elkaar staan

rijm naar plaats in het woord:
-alliteratie
- assonantie:  vol rijm en rijk rijm

Slide 4 - Tekstslide

alliteratie= beginletterrijm   >> de beginletters van opeenvolgende woorden zijn dezelfde.
voorbeelden:
witte wolken waaien
wie wil  wandelen, 
weg
Weliswaar wonderbaarlijk 
of: 

Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan

Slide 5 - Tekstslide

assonantie= klinkerrijm  >>

Herhaling van de klank (van de klinkers dus) in het midden van de woorden, zonder dat het rijmt. 
De woorden hebben dus gelijke klinkers in beklemtoonde lettergrepen. 
Assonantie heet ook halfrijm of klinkerrijm.
voorbeelden: 

Dromen over rovers.
Zweven en vergeten.

Mijn broertje vindt het gaaf om gade te slaan hoe de baby slaapt.

Slide 6 - Tekstslide

Volrijm

gelijke klinkers en medeklinkers vanaf de laatste beklemtoonde klinker.
voorbeeld
Twittermania

Als vogels in een volière
twitteren wij erop los
voorbij de ruimtelijke barrière
in een vrolijke chaos.

onderstreepte klinker is beklemtoond.

Slide 7 - Tekstslide

rime riche of rijk rijm

Bij rijk rijm wordt een bepaald woord steeds herhaald. Dit kan exact hetzelfde woord zijn, maar ook twee verschillende woorden die precies hetzelfde klinken. 
(hier: licht en ligt)

Liggen in de zon    Hans Andreus

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato 
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht 
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht. 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen 
lig zacht te zingen antwoord op het licht 
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen 
te zingen van het licht dat om en op mij ligt 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder 
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil 
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder 
en ik weet alleen maar alles wat ik weten wil. 

Slide 8 - Tekstslide

rijm naar plaats in het gedicht
Binnenrijm >>   als er binnen een versregel meerdere volrijmen 
                                staan.
eindrijm     >>    als het laatste woord van een versregel rijmt op 
                                een laatste woord van één van de volgende 
                                versregels.
De dichter kan eindrijm volgens een bepaald schema gebruiken. (zie volgende dia's)

Slide 9 - Tekstslide

binnenrijm
als er binnen een versregel meerdere volrijmen staan
Het heet dus binnenrijm als twee of meer woorden in dezelfde zin op elkaar rijmen.

voorbeeld

Diep van kleur is de geur van
wilde tijm met binnenrijm.
Het klinkt en blinkt als zon en
maan die aan de hemel staan.

Slide 10 - Tekstslide

eindrijm
als het laatste woord van een versregel rijmt op een laatste    woord van één van de volgende versregels.                

De dichter kan eindrijm volgens een bepaald schema gebruiken. (zie volgende dia's)
Corona-poëzie door Joke van Leeuwen

"Als die venijnige
ijzerenheinige
virusjes die je niet ziet
als die rond-hoppende
in de war schoppende
piepkleine stukjes verdriet
weg zullen kwijnen
en daarna verdwijnen
dat nergens nog eén overschiet
dan zal ik je kussen
maar ja, ondertussen
doe ik dat maar niet."



i

Slide 11 - Tekstslide

eindrijm
gekruist rijm
A
B
A
B



voorbeeld
Morgenrood van Levi Weemoedt

De week begint pas. Het is 
maandag kwart voor negen,           A
en ik roer nu al zo 
neerslachtig in m'n thee                   B
Maar ik zal sterk zijn: kijk! 
daarbuiten schijnt de regen!          A
En aan het venster piept de vleermuis vrolijk mee!                        B

Slide 12 - Tekstslide

eindrijm
gepaard rijm

A
A
B
B
Voorbeeld


Sint zat eens te denken                      A
Wat jou nu weer te schenken           A
Maar hij wist het nog steeds niet     B
Dus vroeg hij het maar aan PIet       B                    

Slide 13 - Tekstslide

eindrijm
omarmend rijm

A
B
B
A

Ida Gerhardt

's Nachts hoorden wij in 't holle huis             A
de ratten rennen langs de binten                    B
Zij scheurden spaanders van de plinten      B
In kasten viel de kalk tot gruis                           A

Slide 14 - Tekstslide

eindrijm
verspringend

A
B
C
A
B
C




Hij staat in een tuin in de stad         A
alleen en verloren en groot,              B
met wuivende kruin, en 't geruis    C
der winden door twijg en in blad    A
dit lied van verlangen en nood        B
is hoorbaar tot diep in het huis       C

Slide 15 - Tekstslide

eindrijm
slagrijm
A
A
A
A
A
voorbeeld
Als ik jou toch niet had                      A
Dan was je niet mijn schat               A
En lag ik nog in bad                            A
En was ik je nog niet zat                    A

Slide 16 - Tekstslide

eindrijm
gebroken rijm

A
B
C
B
C
A
voorbeeld
Ze noemt dit gebroken                     A
Het heeft wat minder rijm                B
De derde regel gaat zijn gang         C
De vierde brengt de lijm                   B

Slide 17 - Tekstslide

Vrijdag ....
Gaan we verder met:
  • Strofebouw
  • Enjambement
  • Stijlfiguren
  • Beeldspraak

Slide 18 - Tekstslide

Lesdoelen
Je kunt vertellen uit hoeveel strofes een gedicht bestaat
Je kent de verschillende rijmschema’s
Je kunt verschillende soorten rijm herkennen

Slide 19 - Tekstslide