2.2 Mediasamenleving

Welkom
Fijn dat je er bent

Paragraaf 2.2

Pak je spullen: Boeken + aantekeningenschrift
(laptop blijft in de tas)


Lotte S
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom
Fijn dat je er bent

Paragraaf 2.2

Pak je spullen: Boeken + aantekeningenschrift
(laptop blijft in de tas)


Lotte S

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Lezen 2.2
Klassengesprek verslaving sociale media
Lesopdrachten maken + bespreken
Korte uitleg belangrijkste begrippen
Huiswerk
Gesprek mediawijsheid
Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Lees blz 22 en 23
Eerder klaar? Lees bron 4 (blz 24 en 25)

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen Par. 2.2
Aan het einde van de les kun je:
  • Uitleggen wat een mediasamenleving is en hier voorbeelden van geven
  • 2 voorbeelden geven van online risico's
  • Het verschil tussen traditionele en nieuwe media benoemen
  • Het verschil tussen commerciële en publieke zenders uitleggen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Ben jij verslaafd aan sociale media?
Jup
Nope

Slide 6 - Poll

Sociale media: onschuldig tijdverdrijf of verslavend ontwerp?
Onschuldig
Verslavend

Slide 7 - Poll

Lesopdracht 2.2 
  1. Maak een lijst van media die jij gebruikt, en zet erbij of het traditionele of nieuwe media zijn
  2. Geef een voordeel en een nadeel van zowel traditionele als nieuwe media
  3. Schrijf een programma op van een publieke zender en een programma van een commerciële dat je wel eens gekeken hebt. 
  4. Noteer daarachter het verschil tussen de financiering (€) van de programma's
  5. Maak een schatting van hoeveel uur per week jij gebruikmaakt van media en een positief en negatief gevolg hiervan
  6. Geef een voorbeeld van online grensoverschrijdend gedrag en leg uit waarom het grensoverschrijdend was
  7. Klaar? Maak opdracht 1, 2, 4, 6, 7, 8, 10 en 11

Slide 8 - Tekstslide

Bespreken lesopdracht
  1. Welke media gebruik jij?
  2. Voordeel traditionele & nieuwe media? Nadeel? 
  3. Programma publieke zender? Commerciële zender?
  4. Verschil tussen de financiering van de programma's (€)?
  5. Hoeveel uur per week? Positief gevolg? En negatief?
  6. Voorbeeld van online grensoverschrijdend gedrag en leg uit waarom het grensoverschrijdend was

Slide 9 - Tekstslide

Media
  • Mediasamenleving: voor bijna alles wat we doen, hebben we media nodig
  • Traditioneel: tv, radio, krant
  • Nieuwe media: sociale media
  • Groot verschil? 
  • Interactief --> reacties zijn mogelijk 

Slide 10 - Tekstslide

Online risico's
  • Sociale media zijn belangrijk voor ons
  • Maar er zijn ook risico's. Welke?
  • Online grensoverschrijdend gedrag: gedrag waarbij iemand online iets met jou doet waardoor je je onveilig voelt
  • Probleem: vaak anoniem

Slide 11 - Tekstslide

Media
  • Traditioneel: tv, radio, krant (wie?)
  1. Publieke omroepen: betaald uit overheidsgeld (EO, BNNVARA)
  2. Commerciële omroepen: geld verdienen door reclames 
    (SBS, RTL, 538)
  • On demand: informatie ontvangen wanneer en hoe jij wilt
  • Netflix, Spotify

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Lesopdracht 2.2 
  1. Maak een lijst van media die jij gebruikt, en zet erbij of het traditionele of nieuwe media zijn
  2. Geef een voordeel en een nadeel van zowel traditionele als nieuwe media
  3. Schrijf een programma op van een publieke zender en een programma van een commerciële dat je wel eens gekeken hebt. 
  4. Noteer daarachter het verschil tussen de financiering (€) van de programma's
  5. Maak een schatting van hoeveel uur per week jij gebruikmaakt van media en een positief en negatief gevolg hiervan
  6. Geef een voorbeeld van online grensoverschrijdend gedrag en leg uit waarom het grensoverschrijdend was
  7. Klaar? Maak opdracht 1, 2, 4, 6, 7, 8, 10 en 11

Slide 14 - Tekstslide

Bespreken lesopdracht
  1. Welke media gebruik jij?
  2. Voordeel traditionele & nieuwe media? Nadeel? 
  3. Programma publieke zender? Commerciële zender?
  4. Verschil tussen de financiering van de programma's (€)?
  5. Hoeveel uur per week? Positief gevolg? En negatief?
  6. Voorbeeld van online grensoverschrijdend gedrag en leg uit waarom het grensoverschrijdend was

Slide 15 - Tekstslide

Aan de slag
  • Lees paragraaf 2.2
  • Maak opdracht 2, 3, 4, 8, 10, 11, 13 en 16
  • Niet af = huiswerk
  • Ondertussen huiswerkcheck 2.1
  • Klaar? Maak opdracht 12

Slide 16 - Tekstslide

Gewoon een geintje?
  • We lezen samen het verhaal op pagina 24 en 25
  • Gaat dit verhaal over grensoverschrijdend gedrag?
  • Waarom wel / niet?
  • Wat vind jij ervan?

Slide 17 - Tekstslide

        MEDIAWIJSHEID

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Een medium is..
A
Een waarzegster
B
Kleding met de maat M
C
Een middel om mee te kunnen communiceren
D
Een muziekinstrument

Slide 20 - Quizvraag

Communicatie is
A
Het doorgeven van informatie
B
Alles wat met woorden te maken heeft
C
Praten
D
Een ideologie die in de Sovjet-Unie werd toegepast

Slide 21 - Quizvraag

Dagelijkse media gebruiken we voor
A
Ontspanning
B
Kennis en nieuws
C
Contact
D
Alle antwoorden

Slide 22 - Quizvraag

Communicatie verloopt altijd via...
A
zender, medium, ontvanger
B
Medium, computers en telefoons
C
Social media, krant of televisie
D
Tv-zender, medium, ontvangstkastje

Slide 23 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde bij communicatie?
A
boodschap - zender - ontvanger
B
zender - ontvanger - boodschap
C
zender - boodschap - ontvanger
D
ontvanger - boodschap -zender

Slide 24 - Quizvraag

Communicatie zonder woorden heet ook wel..
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie

Slide 25 - Quizvraag