Rechtsvormen (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Beurs van Berlage, Amsterdam: vroeger de effectenbeurs

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Examentraining

Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: een rechtsvorm herkennen, aansprakelijkheid uitrekenen, de gevolgen voor belasting beredeneren en een rechtsvorm kiezen, met acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

Beurs van Berlage, Amsterdam: vroeger de effectenbeurs

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Examentraining

Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus een rechtsvorm herkennen, de gevolgen berekenen en een keuze onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wie zijn de eigenaren en wat is het doel van de organisatie?

  • 2. Zoek: welke kenmerken noemt de casus: risico, kapitaal, zeggenschap, belasting?

  • 3. Koppel: welke rechtsvorm hoort bij die kenmerken?

  • 4. Schrijf: noem de rechtsvorm en onderbouw met een kenmerk uit de casus.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Vraagtype 1: de rechtsvorm herkennen

  • Je krijgt een casus en noemt de rechtsvorm.

  • Let op: aantal eigenaren, leden, doel en wie beslist.

  • Voorbeeld: geen leden of eigenaren, een bestuur dat het doel dient: stichting.

Deze slide heeft geen instructies

Noor is enige eigenaar van een kapsalon en staat zonder notaris ingeschreven. Welke rechtsvorm?

A

Besloten vennootschap

B

Vennootschap onder firma

C

Stichting

D

Eenmanszaak

Syllabus 13.1.3: één eigenaar, geen notaris, geen rechtspersoon. Verwachte fout: vof, omdat een kapsalon vaak met personeel werkt.

Een bestuur beheert een fonds voor een museum. Er zijn geen leden of eigenaren. Welke rechtsvorm?

A

Stichting

B

Vereniging

C

Naamloze vennootschap

D

Vennootschap onder firma

Syllabus 13.1.3: geen leden, een doel en een bestuur wijst op een stichting. Verwachte fout: vereniging.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Vraagtype 2: aansprakelijkheid uitrekenen

  • Je rekent uit voor welk bedrag iemand privé kan worden aangesproken.

  • Stap 1: schuld min wat het bedrijfsvermogen oplevert is het restant.

  • Stap 2: bij een vof kan één vennoot voor het hele restant worden aangesproken, bij een bv niet.

Deze slide heeft geen instructies

Een vof van Sanne en Yusuf heeft € 60.000 schuld. De bezittingen leveren € 20.000 op. Hoeveel kan een schuldeiser bij Sanne alleen halen?

A

€ 20.000, de helft van het restant

B

€ 30.000, de helft van de schuld

C

€ 40.000, het hele restant

D

€ 0, want de vof is een rechtspersoon

Syllabus 13.1.3: hoofdelijke aansprakelijkheid. Restant: 60.000 min 20.000 is 40.000; een schuldeiser mag dat bij één vennoot halen. Verwachte fout: delen door twee, of denken dat de vof een rechtspersoon is.

Een bv van Mila heeft € 90.000 schuld en € 30.000 bezittingen. Mila heeft zelf € 25.000 spaargeld. Wat gebeurt er met dat spaargeld?

A

Het gaat naar de schuldeisers, tot € 25.000

B

Het wordt gebruikt voor het restant van € 60.000

C

Het blijft buiten schot, ze verliest alleen haar inbreng

D

De helft ervan, € 12.500, gaat naar de schuldeisers

Syllabus 13.1.3: beperkte aansprakelijkheid bij een bv; hoofdregel. Het restant van € 60.000 (90.000 min 30.000) blijft onbetaald voor de schuldeisers. Verwachte fout: privévermogen toch aanspreken.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Vraagtype 3: gevolgen voor belasting

  • Je koppelt de rechtsvorm aan de belasting over het resultaat.

  • Eenmanszaak en vof: inkomstenbelasting voor de ondernemer of vennoten.

  • Bv en nv: vennootschapsbelasting voor de rechtspersoon zelf.

Deze slide heeft geen instructies

Een eenmanszaak en een bv maken allebei € 50.000 resultaat. Welke belasting klopt?

A

De ondernemer betaalt inkomstenbelasting, de bv vennootschapsbelasting

B

De ondernemer betaalt vennootschapsbelasting, de bv inkomstenbelasting

C

Beide betalen vennootschapsbelasting

D

Beide betalen inkomstenbelasting

Syllabus 13.1.3: belastingen. Verwachte fout: de twee omdraaien.

Een stichting verdient € 30.000 met een tweedehandswinkel. Wat doet het bestuur ermee?

A

Het uitkeren aan de bestuurders

B

Het verdelen onder de oprichters

C

Het uitkeren als dividend aan donateurs

D

Het resultaat gebruiken voor het doel van de stichting

Syllabus 13.1.2 en 13.1.3: een stichting keert geen resultaat uit en dient haar doel. Verwachte fout: uitkeren aan bestuurders.

Het kantoor van de notaris, schilderij uit het Rijksmuseum

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Vraagtype 4: vorm kiezen

  • Je kiest een rechtsvorm en onderbouwt met kenmerken uit de casus.

  • Noem de rechtsvorm en minstens één reden: risico, kapitaal, belasting of zeggenschap.

  • Een goede reden past bij de casus, niet bij elke vorm.

Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0

Kim en Bas starten samen een bedrijf met weinig risico en willen geen notariskosten. Welke vorm past?

A

Eenmanszaak

B

Vennootschap onder firma

C

Besloten vennootschap

D

Naamloze vennootschap

Syllabus 13.1.4: twee eigenaren, weinig risico, geen notaris: vof. Verwachte fout: eenmanszaak, maar dat is één eigenaar.

Ali start alleen met hoog risico. Waarom een bv?

Goed antwoord: beperkte aansprakelijkheid, dus het privévermogen van Ali blijft beschermd bij schulden. Verwachte fout: noemen dat een bv geen belasting betaalt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De rechtsvorm herkennen

2

Aansprakelijkheid uitrekenen

3

Gevolgen voor belasting

4

Een rechtsvorm kiezen

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Tips voor op het examen

  • Noem altijd de rechtsvorm en een kenmerk uit de casus.

  • Bij aansprakelijkheid: eerst het restant uitrekenen, dan kijken wie het betaalt.

  • Spreek over resultaat, niet alleen over winst.

Deze slide heeft geen instructies