Beurs van Berlage, Amsterdam: vroeger de effectenbeurs
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Examentraining
Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan
Beurs van Berlage, Amsterdam: vroeger de effectenbeurs
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Examentraining
Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een casus een rechtsvorm herkennen, de gevolgen berekenen en een keuze onderbouwen.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie zijn de eigenaren en wat is het doel van de organisatie?
2. Zoek: welke kenmerken noemt de casus: risico, kapitaal, zeggenschap, belasting?
3. Koppel: welke rechtsvorm hoort bij die kenmerken?
4. Schrijf: noem de rechtsvorm en onderbouw met een kenmerk uit de casus.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Vraagtype 1: de rechtsvorm herkennen
Je krijgt een casus en noemt de rechtsvorm.
Let op: aantal eigenaren, leden, doel en wie beslist.
Voorbeeld: geen leden of eigenaren, een bestuur dat het doel dient: stichting.
Deze slide heeft geen instructies
Noor is enige eigenaar van een kapsalon en staat zonder notaris ingeschreven. Welke rechtsvorm?
Besloten vennootschap
Vennootschap onder firma
Stichting
Eenmanszaak
Syllabus 13.1.3: één eigenaar, geen notaris, geen rechtspersoon. Verwachte fout: vof, omdat een kapsalon vaak met personeel werkt.
Een bestuur beheert een fonds voor een museum. Er zijn geen leden of eigenaren. Welke rechtsvorm?
Stichting
Vereniging
Naamloze vennootschap
Vennootschap onder firma
Syllabus 13.1.3: geen leden, een doel en een bestuur wijst op een stichting. Verwachte fout: vereniging.
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Vraagtype 2: aansprakelijkheid uitrekenen
Je rekent uit voor welk bedrag iemand privé kan worden aangesproken.
Stap 1: schuld min wat het bedrijfsvermogen oplevert is het restant.
Stap 2: bij een vof kan één vennoot voor het hele restant worden aangesproken, bij een bv niet.
Deze slide heeft geen instructies
Een vof van Sanne en Yusuf heeft € 60.000 schuld. De bezittingen leveren € 20.000 op. Hoeveel kan een schuldeiser bij Sanne alleen halen?
€ 20.000, de helft van het restant
€ 30.000, de helft van de schuld
€ 40.000, het hele restant
€ 0, want de vof is een rechtspersoon
Syllabus 13.1.3: hoofdelijke aansprakelijkheid. Restant: 60.000 min 20.000 is 40.000; een schuldeiser mag dat bij één vennoot halen. Verwachte fout: delen door twee, of denken dat de vof een rechtspersoon is.
Een bv van Mila heeft € 90.000 schuld en € 30.000 bezittingen. Mila heeft zelf € 25.000 spaargeld. Wat gebeurt er met dat spaargeld?
Het gaat naar de schuldeisers, tot € 25.000
Het wordt gebruikt voor het restant van € 60.000
Het blijft buiten schot, ze verliest alleen haar inbreng
De helft ervan, € 12.500, gaat naar de schuldeisers
Syllabus 13.1.3: beperkte aansprakelijkheid bij een bv; hoofdregel. Het restant van € 60.000 (90.000 min 30.000) blijft onbetaald voor de schuldeisers. Verwachte fout: privévermogen toch aanspreken.
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Vraagtype 3: gevolgen voor belasting
Je koppelt de rechtsvorm aan de belasting over het resultaat.
Eenmanszaak en vof: inkomstenbelasting voor de ondernemer of vennoten.
Bv en nv: vennootschapsbelasting voor de rechtspersoon zelf.
Deze slide heeft geen instructies
Een eenmanszaak en een bv maken allebei € 50.000 resultaat. Welke belasting klopt?
De ondernemer betaalt inkomstenbelasting, de bv vennootschapsbelasting
De ondernemer betaalt vennootschapsbelasting, de bv inkomstenbelasting
Beide betalen vennootschapsbelasting
Beide betalen inkomstenbelasting
Syllabus 13.1.3: belastingen. Verwachte fout: de twee omdraaien.
Een stichting verdient € 30.000 met een tweedehandswinkel. Wat doet het bestuur ermee?
Het uitkeren aan de bestuurders
Het verdelen onder de oprichters
Het uitkeren als dividend aan donateurs
Het resultaat gebruiken voor het doel van de stichting
Syllabus 13.1.2 en 13.1.3: een stichting keert geen resultaat uit en dient haar doel. Verwachte fout: uitkeren aan bestuurders.
Het kantoor van de notaris, schilderij uit het Rijksmuseum
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Vraagtype 4: vorm kiezen
Je kiest een rechtsvorm en onderbouwt met kenmerken uit de casus.
Noem de rechtsvorm en minstens één reden: risico, kapitaal, belasting of zeggenschap.
Een goede reden past bij de casus, niet bij elke vorm.
Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0
Kim en Bas starten samen een bedrijf met weinig risico en willen geen notariskosten. Welke vorm past?
Eenmanszaak
Vennootschap onder firma
Besloten vennootschap
Naamloze vennootschap
Syllabus 13.1.4: twee eigenaren, weinig risico, geen notaris: vof. Verwachte fout: eenmanszaak, maar dat is één eigenaar.
Ali start alleen met hoog risico. Waarom een bv?
Goed antwoord: beperkte aansprakelijkheid, dus het privévermogen van Ali blijft beschermd bij schulden. Verwachte fout: noemen dat een bv geen belasting betaalt.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De rechtsvorm herkennen
Aansprakelijkheid uitrekenen
Gevolgen voor belasting
Een rechtsvorm kiezen
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN
Tips voor op het examen
Noem altijd de rechtsvorm en een kenmerk uit de casus.
Bij aansprakelijkheid: eerst het restant uitrekenen, dan kijken wie het betaalt.
Spreek over resultaat, niet alleen over winst.
Deze slide heeft geen instructies