Herhaling t/m voortgezette assimilatie

Herhaling t/m Voortgezette assimilatie
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhaling t/m Voortgezette assimilatie

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van de les...

  •  … heb je een korte herhaling gehad van het hoofdstuk tot en met BS 4

Slide 2 - Tekstslide

Hoe heet de organische stof die door een plant wordt gemaakt tijdens assimilatie?
A
Zuurstof
B
Glucose

Slide 3 - Quizvraag

Een leerlinge bestudeert het effect van de temperatuur op de activiteit van een enzym.
Deze vier grafieken zijn ontstaan doordat ze vier verschillende pre-incubatietijden heeft ingevoerd. De pre-incubatietijd is de tijd gedurende welke een enzymoplossing bij de reactie-temperatuur verblijft voordat de enzymoplossing wordt gemengd met het substraat.
Dit gebeurt bij elk van de temperaturen waarbij de omzettingssnelheid wordt bepaald.
Welke van deze grafieken is ontstaan door de kortste pre-incubatietijd in te voeren?

Slide 4 - Tekstslide


Welke van deze grafieken is ontstaan door de kortste pre-incubatietijd in te voeren?
A
Grafiek 1
B
Grafiek 2
C
Grafiek 3
D
Grafiek 4

Slide 5 - Quizvraag

Uit welke twee processen / reacties bestaat fotosynthese?

Slide 6 - Open vraag

Wat wordt er geproduceerd tijdens de lichtreactie?
A
ATP
B
NADH,H+
C
Zuurstof
D
Zowel ATP, NADH,H+ en zuurstof

Slide 7 - Quizvraag

In het thylakoïd is er een hoge concentratie aan waterstofionen. Waar komen deze ionen vandaan?
A
H2O
B
NADH
C
NADH,H+
D
Het is er altijd al

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het doel van de donkerreactie?

Slide 9 - Open vraag

Welk molecuul zie je hier?
A
ATP
B
H2O
C
Glucose
D
Glycogeen

Slide 10 - Quizvraag

Hiernaast zie je de vorming van sacharose. Naast sacharose ontstaat er nog een molecuul. Welk molecuul is dit?
A
H+
B
CO2
C
ATP
D
H2O

Slide 11 - Quizvraag

Hiernaast zie je twee moleculen die met elkaar verbonden zijn met een peptidebinding. Wat voor soorten moleculen vormen samen een peptidebinding?
A
Sachariden
B
Aminozuren
C
Lipiden
D
Glycerolen

Slide 12 - Quizvraag

Hiernaast zie je een vetmolecuul. Uit welke groepen zijn vetmoleculen opgebouwd?
A
Glycerol en vetzuurstaarten
B
Aminozuren en vetzuurstaarten
C
Glycerol en peptidestaarten
D
Aminozuren en peptidestaarten

Slide 13 - Quizvraag

Welk molecuul zie je hier?
A
ATP
B
H2O
C
Glucose
D
Glycogeen

Slide 14 - Quizvraag

Hiernaast zie je de vorming van sacharose. Naast sacharose ontstaat er nog een molecuul. Welk molecuul is dit?
A
H+
B
CO2
C
ATP
D
H2O

Slide 15 - Quizvraag

Hiernaast zie je twee moleculen die met elkaar verbonden zijn met een peptidebinding. Wat voor soorten moleculen vormen samen een peptidebinding?
A
Sachariden
B
Aminozuren
C
Lipiden
D
Glycerolen

Slide 16 - Quizvraag

Hiernaast zie je een vetmolecuul. Uit welke groepen zijn vetmoleculen opgebouwd?
A
Glycerol en vetzuurstaarten
B
Aminozuren en vetzuurstaarten
C
Glycerol en peptidestaarten
D
Aminozuren en peptidestaarten

Slide 17 - Quizvraag

Dissimilatie

Slide 18 - Tekstslide

Aerobe dissimilatie

Vier fases:
  1. Glycolyse
  2. Productie acetyl-coA
  3. Citroenzuurcyclus
  4. Oxidatieve fosforylering

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Hoeveel moleculen pyrodruivenzuur kunnen er maximaal ontstaan er uit één molecuul glucose?
A
1
B
2
C
3
D
0

Slide 22 - Quizvraag

Als één molecuul glucose de glycolyse in gaat, hoeveel ATP ontstaat er netto?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Hoeveel acetylgroepen worden gemaakt uit één molecuul glucose?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 25 - Quizvraag

Hoeveel C-atomen bevat het acetylmolecuul dat de citroenzuurcyclus in gaat? Tip: kijk nogmaals naar binastabel 68A.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 26 - Quizvraag

Na de glycolyse ontstaan er twee moleculen pyrodruivenzuur. Elk molecuul bevat 3 C-atomen, dus er zijn 6 C-atomen in totaal. Toch ontstaan er 2 moleculen acetyl-coA, die ieder 2 C-atomen bevat. Dat zijn dus 4 C-atomen in totaal die ontstaan. Waar zijn de andere 2 C-atomen gebleven?

Slide 27 - Open vraag

Slide 28 - Tekstslide

We zien twee nieuwe moleculen tevoorschijn komen in de citroenzuurcyclus, namelijk GTP en FADH2. Wat is hun functie?

Slide 29 - Open vraag

Wat is het doel van oxidatieve fosforylering?

Slide 30 - Open vraag

Hoeveel moleculen CO2 worden er tijdens de citroenzuurcyclus gemaakt uit één molecuul glucose?
A
1
B
2
C
4
D
6

Slide 31 - Quizvraag

Waar vindt de citroenzuurcyclus plaats?
A
In het cytoplasma, los van het mitochondrium
B
In het cytoplasma, aan het mitochondrium vast
C
In het mitchondrium

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Bij de oxidatieve fosforylering verliezen de elektronen hun lading. Dit komt o.a. doordat ze het verliezen aan hun eigen transport. Maar ze verliezen het ook nog ergens anders aan. Waar wordt die energie voor gebruikt?

Slide 34 - Open vraag

Wat is het doel van oxidatieve fosforylering?

Slide 35 - Open vraag

Hoeveel ATP-moleculen kan één NADPH,H+ genereren tijdens de oxidatieve fosforylering?
A
0
B
1
C
3
D
6

Slide 36 - Quizvraag

Hoe kan het dat één molecuul NADH,H+ meer ATP kan maken dan één molecuul FADH2?

Slide 37 - Open vraag

Opdracht glycolyse
  1. Maak een schema van de glycolyse - neem als voorbeeld schema de donkerreactie (69C)
  2. Gebruik bolletjes voor de C-atomen
  3. Gebruik een rondje met een P erin voor fosfaatgroepen
  4. Laat in het schema ook zien wanneer er ATP erin en eruit gaat (inclusief ADP) --> voor ATP en ADP hoef je niet een bolletje met een te gebruiken, simperweg 'ATP' of 'ADP' volstaat
  5. Doe dit met pen en papier
  6. Maak er een foto van en upload deze bij de volgende opdracht


Slide 38 - Tekstslide

Opdracht glycolyse: maak een schema van de glycolyse. Doe dit met pen en papier. Maak een foto en upload 'm in deze opdracht. Gebruik binastabel 68B.

Slide 39 - Open vraag

Opdracht citroenzuurcyclus
  1. Maak een schema van de citroenzuurcyclus - neem als voorbeeld schema de donkerreactie (69C)
  2. Gebruik bolletjes voor de C-atomen
  3. Gebruik een rondje met een P erin voor fosfaatgroepen
  4. Laat in het schema ook zien wanneer er ATP erin en eruit gaat (inclusief ADP) --> voor ATP en ADP hoef je niet een bolletje met een te gebruiken, simperweg 'ATP' of 'ADP' volstaat
  5. Laat ook zien wanneer CO2 en H2O ontstaat / wordt gebruikt
  6. Doe dit met pen en papier
  7. Maak er een foto van en upload deze bij de volgende opdracht

Slide 40 - Tekstslide

Opdracht glycolyse: maak een schema van de citroenzuurcyclus. Doe dit met pen en papier. Maak een foto en upload 'm in deze opdracht. Gebruik binastabel 68C.

Slide 41 - Open vraag