SMART doelen vs RUMBA doelen

SMART EN RUMBA
Formuleren van zorgdoelen
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

SMART EN RUMBA
Formuleren van zorgdoelen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
- Uitleggen waar de letters SMART voor staan;
- Uitleggen waar de letters RUMBA voor staan;
- Uitleggen wat het verschil is tussen de RUMBA en SMART methode.
- Herkennen of een doel SMART geformuleerd is;
- Zelf een SMART-doel opstellen dat past bij jouw leerproces of bij een zorgsituatie;
- Uitleggen waarom het belangrijk is om in de zorg met SMART-doelen te werken.

Slide 2 - Tekstslide

Sleep de juiste stap in het verpleegkundig/zorg proces naar de juiste plaats 
Verpleegkundige 
diagnose stellen 
Monitoren/evalueren 
Evalueren van verpleegkundige zorg
Verpleegkundige interventies kiezen 
Uitvoeren van verpleegkundige zorg /interventies
Gegevens verzamelen
Verpleegdoelen formuleren 

Slide 3 - Sleepvraag

Het zorg proces
  1. Gegevens verzamelen
  2. Verpleegkundige diagnose stellen
  3. Verpleegdoelen formuleren 
  4. Verpleegkundige interventies kiezen
  5. Uitvoeren verpleegkundige zorg
  6. Monitoren
  7. Evalueren van de zorg

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

welke bron gebruik je in welke stap?
5. Noteer de verpleegkundige diagnose in het dossier (P).
(hetero) anamnese, (huis)artsenbrief, CIZ indicatie, eigen observaties, Handboek Carpenito blz. 418
Handboek Carpenito: inhoudsopgave & Bijlage A blz. 418
Handboek Carpenitio: beïnvloedende factoren
Toelichting auteur Handboek Carpenito, zorgvrager en naasten, collega's
Elecktronisch Patiënten Dossier (EPD)
1. verzamel en orden gegevens (S)
2. Formuleer (voorlopige) diagnose (P)
3. Beschrijf etiologische factoren (E).
4. Valideer en toets de voorlopige verpleegkundige diagnose

Slide 6 - Sleepvraag

Hoe maak je een verpleeg/zorgplan?
1. Verzamelen: welke problemen zie je? (hetero) anamnese, (huis)artsenbrief, indicaties, eigen observaties)

2. Ordenen: in de 4 domeinen 

3. Maak de PES 

4. Doelen




Slide 7 - Tekstslide

Wat was de PES ook al weer?

Slide 8 - Open vraag

PES
Ezelsbruggetje voor het formuleren van de PES: ​

P → de zorgvrager is niet meer in staat...​

E → als gevolg van...​

S → wat zich uit in / wat blijkt uit...​



Slide 9 - Tekstslide

Zorgdoel
Definitie: ​

‘een concrete omschrijving van een gewenste situatie, waarbij een duidelijke tijdslimiet is aangegeven'.

Zorgdoelen worden geformuleerd aan de hand van het zorgprobleem. 

Slide 10 - Tekstslide

Zorgdoel kan zich richten op:
  • het voorkomen van een probleem;​
  • uitstel of beperken van een probleem;​ 
  • het oplossen van een probleem​; 
  • het in ernst laten afnemen van een probleem;​ 
  • het in ernst stabiliseren van een probleem;​ 
  • het verslechteren van het probleem.​

Slide 11 - Tekstslide

Doelen
Doelstellingen worden vaak te vaag en vrijblijvend geformuleerd als wensen of goede voornemens. 

Om zo veel mogelijk uit de zorg te halen die je geeft is het goed om je doelen Rumba of SMART te stellen.

Slide 12 - Tekstslide

Uitleg RUMBA
RUMBA betreft net als SMART, een instrument om verpleegdoelen te controleren op haalbaarheid.

Het verschil is dat SMART ook helpt om de verpleegdoelen te formuleren en RUMBA dit niet doet.
RUMBA helpt alleen bij het controleren van de haalbaarheid van een PES geformuleerd doel.

Slide 13 - Tekstslide

Waar staat de RUMBA voor?
A
Realistisch – Uitvoerbaar – Meetbaar – Betrouwbaar – Actiegericht
B
Relevant – Understandable – Measurable – Behavioral – Attainable
C
Resultaatgericht – Uniek – Motiverend – Beknopt – Acceptabel
D
Realistic – Understandable – Measurable – Behavioral – Achievable

Slide 14 - Quizvraag

Deze vragen kunnen je helpen om te bepalen wat de haalbaarheid van een PES-doel is:

Relevant (Van belang)
Zijn er genoeg betrokkenen die belang hebben in het te behalen doel?
Wat is de actuele waarde van het PES-doel?

Understandable (Begrijpelijk)
Verstaan alle betrokkenen hetzelfde onder het geformuleerde doel?
Hebben alle betrokkenen hetzelfde doel voor ogen?
Measurable (Meetbaar)
Op wat voor objectieve wijze kan vastgesteld worden dat het doel behaald is?
Binnen welk tijdbestek wil je het doel behaald hebben?

Behavioral (Gedrag)
Wat voor zichtbare verandering brengt het behaalde doel teweeg?

Attainable (Haalbaar)
Beschik je over de juiste middelen en kennis om het gestelde doel te bereiken? Beschik je over voldoende motivatie om het doel te behalen

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Casus: Mevrouw Janssen, 78 jaar, is recent geopereerd aan haar heup. Ze heeft moeite met zelfstandig opstaan uit een stoel en klaagt over pijn bij het lopen. De verpleegkundige formuleert een PES-doel:

PES-doel: “Mevrouw Janssen kan binnen 2 weken zelfstandig uit een stoel opstaan zonder pijnmedicatie.”

Vraag:
Controleer dit doel met behulp van RUMBA. Welke onderdelen zijn niet haalbaar of onduidelijk?
R – Relevant (Van belang) → Is het doel belangrijk voor de cliënt en de betrokkenen?
U – Understandable (Begrijpelijk) → Begrijpen alle betrokkenen hetzelfde?
M – Measurable (Meetbaar) → Kan je objectief vaststellen dat het doel bereikt is?
B – Behavioral (Gedrag) → Welk concreet, observeerbaar gedrag verandert?
A – Attainable (Haalbaar) → Is het doel realistisch?



Slide 17 - Tekstslide

PES-doel: “Mevrouw Janssen kan binnen 2 weken zelfstandig uit een stoel opstaan zonder pijnmedicatie.”

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

S: Specifiek
  • Wat moet ik doen om dit doen te behalen?
  • Wat wil je bereiken?
  • Wie zijn erbij betrokken?
  • Waar ga je het doel uitvoeren?
  • Is het een concreet doel?
  • Waarom wil je dit doel bereiken? 

Slide 21 - Tekstslide

M: Meetbaar
Wanneer weet je of je je doel hebt bereikt? 
Je doel moet meetbaar zijn. Bij afvallen kun je kiezen voor aantal kilo’s. Bij sporten kun je kiezen voor het aantal sportsessies per week. 

Slide 22 - Tekstslide

A: Acceptabel
Sluit het doel aan bij de vraag?
Je weet waarom je het doel wilt bereiken

Slide 23 - Tekstslide

R: Realistisch
Is het doel haalbaar?

Niet te moeilijk en niet te makkelijk? 

Slide 24 - Tekstslide

T: tijdgebonden
Wat is de periode dat het doel klaar moet zijn?

Wanneer ben je klaar?

Wanneer is het doel behaald? 

Slide 25 - Tekstslide

Doel: “De patiënt neemt binnen 1 week drie keer per dag zijn medicatie in volgens het voorschrift.”
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quizvraag

Doel: “De patiënt voelt zich binnen twee weken beter en is meer gemotiveerd om aan zijn herstel mee te werken.”
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Doel: “De patiënt kan binnen 2 weken zelfstandig uit bed opstaan en 50 meter lopen met een rollator, zonder hulp van de verzorgenden.”
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Doel: “De wond van de patiënt vertoont binnen twee weken verbeteringen.”
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Niet gebruiken:

Meer
Beter
Veel
Weinig
Goed
Voldoende
Wel gebruiken:

Ik kan...
Binnen nu en...
Over 2 maanden ... 

Slide 30 - Tekstslide

Maak een SMART-doel:
P: Mevrouw de Boer is niet in staat te slapen volgens haar eigen slaappatroon ​
E: Door het lawaai op de gang​
S: Mw. slaapt veel overdag, is snel prikkelbaar en zegt slecht te slapen​

Slide 31 - Open vraag

Vragen?

Slide 32 - Woordweb

PES, RUMBA en SMART 
Programma: 
- Quiz over de vorige stof
- SMART memory groepsopdracht
- Individuele opdracht en inleveren op it's learning

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Wat is het doel van de PES-methodiek?
A
Het opstellen van een verpleegplan op basis van een gestructureerde analyse
B
Het bepalen van de meest kostenefficiënte behandelingsopties voor een patiënt
C
Het vaststellen van medische diagnoses en voorschrijven van medicatie
D
Het evalueren van verpleegkundige prestaties en het bijstellen van beleid

Slide 35 - Quizvraag

Vraag 2: De “E” in PES staat voor…

Slide 36 - Open vraag

Is dit een goede PES?

“Patiënt heeft pijn in de rug door verkeerde houding, blijkt uit kreunen en wrijven over de rug.”
A
Ja
B
Nee

Slide 37 - Quizvraag

“Patiënt heeft vermoeidheid door onvoldoende nachtrust, blijkt uit slaperigheid overdag en moeite met concentreren.”
Wat is de P in deze PES?
A
Vermoeidheid
B
Onvoldoende nachtrust
C
Slaperigheid overdag
D
Moeite met concentreren

Slide 38 - Quizvraag

Waar staat de RUMBA voor?

Slide 39 - Open vraag

Welke van de volgende doelen is niet SMART geformuleerd?

A
“Patiënt neemt binnen 1 week elke ochtend zijn medicatie in volgens afspraak.”
B
“Patiënt moet zich beter voelen.”
C
“Binnen 2 weken loopt de patiënt zelfstandig 100 meter zonder hulp.”
D
“Patiënt registreert dagelijks drie keer zijn bloeddruk in het dossier gedurende 7 dagen.”

Slide 40 - Quizvraag

Wat betekent de “A” in SMART in een zorgcontext?
A
Acceptabel voor de patiënt en/of zorgverlener
B
Altijd haalbaar, ongeacht de situatie
C
Actief door de verpleegkundige en verzorgende uitgevoerd
D
Afhankelijk van externe factoren

Slide 41 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk dat een SMART-doel tijdgebonden is?

A
Het maakt het doel makkelijker te begrijpen
B
Het geeft een concrete termijn om de voortgang te evalueren
C
Het maakt het doel relevanter
D
Het zorgt dat de patiënt gemotiveerd raakt

Slide 42 - Quizvraag

Een verzorgende noteert: “Patiënt gaat binnen 1 week dagelijks 10 minuten wandelen om conditie te verbeteren.”
A
Specifiek, Meetbaar, Tijdgebonden, Realistisch, Acceptabel
B
Specifiek, Acceptabel, Realistisch
C
Meetbaar, Realistisch, Acceptabel
D
Specifiek, Meetbaar, Realistisch

Slide 43 - Quizvraag

Laatste vraag: Welke van de volgende formuleringen is het minst SMART?
A
“Patiënt leert binnen 3 dagen dagelijks 5 keer diep adem te halen.”
B
“De patiënt vermindert zijn angstgevoelens.”
C
“Patiënt registreert 7 dagen lang elke ochtend zijn gewicht.”
D
“Binnen 2 weken voert patiënt zelfstandig dagelijkse oefeningen uit.”

Slide 44 - Quizvraag

SMART Memory – Ouderenzorg
1. Je draait om de beurt twee kaartjes om: 

één met een zorgdoel en één met een SMART-criterium.
2. Je bespreekt of de kaartjes bij elkaar passen of niet en waarom?

Bijv. “Mevrouw Koster meldt dagelijks haar pijnscore” → past bij Meetbaar. (ja, dat klopt, want....)




Slide 45 - Tekstslide

Nr. SMART-criterium & uitleg

     Specifiek – Het doel is concreet en duidelijk.
         . Meetbaar – Je kunt zien of het doel behaald is.
        Acceptabel – Het doel past bij de cliënt en de zorgcontext.
                 Realistisch – Het doel is haalbaar voor deze cliënt.
                Tijdgebonden – Er staat een duidelijke termijn bij.




Slide 46 - Tekstslide

Individuele opdracht
Opdracht: SMART_opdracht_studentversie.docx

Inleveren in it's learning

Slide 47 - Tekstslide