Les 1 het communicatieproces

Les 1
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Naambordjes maken,
inleveren aan einde van de les 
WELKOM ALLEMAAL!
* We hebben de komende periode 6 lessen met informatie
* Op 15/10 Kennistoets 
* Op 22/10 evaluatie van de toets 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen

*Kan het communicatiemodel reproduceren
*Kan in eigen woorden vertellen wat het verschil is tussen * * *                     *Verbale en non verbale communicatie
                 *Communicatieproblemen herkennen
                 *Noemt wanneer er sprake is van actief luisteren


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communicatie?

Slide 4 - Woordweb

Heel simpel gezegd is communicatie het overbrengen en ontvangen van een boodschap of het uitwisselen van informatie. 

Maak 3 tallen 
zender ontvanger ruis bekijken 
Communicatieproces

De Boodschap is de informatie die wordt overgedragen.
De zender is de persoon die een boodschap overdraagt.
De ontvanger is de persoon die de boodschap ontvangt.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communicatie?
Eenvoudig
Informatieoverdracht (boodschap) tussen zender en ontvanger via een medium gericht op een bepaald doel.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communicatie?
Uitgebreid
Het proces waarin een zender via een medium, met een bepaalde bedoeling, informatie (boodschap) doorgeeft aan een ontvanger die deze informatie verwerkt.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

communicatie-model
  • Zender: iemand die een boodschap wil doorgeven
  • Boodschap: hetgeen dat je wilt overdragen (in woorden, beelden, geluid )
  • Medium: datgene waarmee je de boodschap overbrengt (tv radio, website, app, social media, krant, tijdschrift, reclame etc.)
  • Ontvanger: iemand die de boodschap wil ontvangen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

communicatie-model
  • Feedback: ontvanger kan reageren (positief of negatief)
  • Terugkoppeling: de reactie van de zender op de feedback van de ontvanger.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt hier?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

communicatie-model

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RUIS

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruis
Verstoring van de boodschap waardoor deze niet overkomt.

Redenen?
  • Storend geluid op de achtergrond
  • Moeilijk onbegrijpelijk taalgebruik
  • Te veel gebruik maken van vaktaal (jargon) bij                           niet-professionals

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

een filmpje......leuk

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is een zender binnen het communicatieproces?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar begint het communicatieproces mee?
A
Zender
B
Ontvanger
C
Boodschap
D
Kanaal

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uit hoe veel elementen bestaat het communicatieproces?
A
5
B
6
C
7
D
8

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Externe ruis is een verstoring van het communicatieproces door factoren die te maken hebben met het communicatieproces zelf.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een communicatievorm op
die je kent. (waarmee kan je communiceren)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

communicatievormen
  • gesproken woord
  • geschreven woord
  • gebaren
  • tekeningen - pictogrammen
  • afbeeldingen (foto's)
  • voorwerpen

  • lichaamstaal, mimiek
  • geluiden
  • geuren - proeven - voelen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nonverbale communicatie

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
  • Verbale communicatie: communiceren met woorden (gesprekken, presentaties, brieven, emails)
  • Non-verbale communicatie: communiceren zonder woorden door gebruik te maken van tekens en gebaren
  • Lichaamstaal: houding, gebaar, knipoog
  • Beeldtaal: pictogrammen, logo's, symbolen, letters


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Referentiekaders:
De manier waarop je de wereld bekijkt, heet referentiekader. Je ziet de wereld niet zoals hij echt is, maar zoals jij denkt dat de wereld is. Jouw waarneming wordt gekleurd door allerlei zaken. 

Denk bijvoorbeeld aan:
je opvoeding;
je normen en waarden;
ervaringen die je hebt opgedaan;
je stemming en gevoelens;
het land waar je woont;
of je vrouw of man bent;
je geloof.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
Vocale / non vocale communicatie
gebruik of geen gebruik van (stem)geluid

Beeldtaal
Gebruik van afbeeldingen om iets te verduidelijken. Gebruik van pictogrammen en symbolen en logo's.


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
Intentionele  communicatie
Je hebt een bedoeling met je communicatie!
Niet alleen vocaal, maar ook wat lichaamstaal betreft.


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
Non-intentionele  communicatie
Lichaamstaal waar je geen controle over hebt, maar je brengt er wel een boodschap mee over.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

non verbale communicatie =
A
brieven en emails
B
gesprekken
C
presentaties
D
beeldtaal

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat hiernaast afgebeeld?
A
Symbool
B
Pictogram
C
Beeldtaal
D
Logo

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Houding is:
A
Lichaamstaal
B
Beeldtaal
C
Spreektaal
D

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat hiernaast afgebeeld?
Bij intentionele communicatie maak je gebruik van geluid (vocaal) en lichaamstaal en je hebt er een bedoeling mee.
A
Waar
B
Niet waar
C
D

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Communicatieproblemen
Non-communicatie: wanneer er  niet gereageerd wordt op de boodschap die gestuurd is. Er wordt niets mee gedaan.

Miscommunicatie: ontstaat op het moment dat de ontvanger een boodschap anders begrijpt dan dat de zender deze bedoeld heeft




Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communicatieproblemen
Redundantie: iets met overbodig veel woorden zeggen of op een andere manier hetzelfde zeggen.

Metacommunicatie: communiceren over de wijze van of de manier van communiceren. "Zo praat je niet tegen jouw vader!"

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Directe en indirecte communicatie
Directe communicatie: 
de boodschap wordt direct doorgegeven. Persoonlijke verkoop is de belangrijkste vorm van directe communicatie. Je krijgt direct antwoord op jouw vragen.
Indirecte communicatie: 
niet rechtstreeks. Verloopt via een medium.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke communicatie
Interpersoonlijke communicatie:
wanneer er gesproken wordt tussen twee of maximaal een paar personen. (gesprek of vergadering, videoconferentie) 
GEEN massacommunicatie.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke communicatie
Intrapersoonlijke communicatie:
communicatie dat een persoon met zichzelf voert.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communicatiemodel
Two step flow theorie

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Via wie of wat vormen jullie een mening?

Slide 41 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is van de inhoud
van de video bij jou blijven hangen?

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Two step flow of communication
  • Communicatie vindt niet (altijd) rechtstreeks plaats. In plaats daarvan wordt een mening bepaald via invloedrijke mensen, zogenaamde opinieleiders 
  • Opinieleiders hebben twee functies: ze zijn doorgeefluik van de massamedia en ze zijn tevens een beïnvloeder / influencer van de individuele mens.
  • Mensen/instanties die als specialist gezien worden. 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week 10/9 
Gaan we het hebben over:
Non verbale en verbale communicatie.
En de boodschap.

In It's Learning:
Maak: Opdracht 2 en Praktijksituatie 1 t/m 3 


Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies