Leukemie

Leukemie 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Anatomie, fysiologie, pathologie en farmacologieMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Leukemie 

Slide 1 - Tekstslide

Leukemie

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Leukemie

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Welke bloeddeeltjes werken (met name) niet goed bij leukemie?
A
Rode bloedcellen
B
Witte bloedcellen
C
Bloedplaatjes

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Complete
remissie.

Slide 19 - Tekstslide

Stamceltransplantatie
  • Autologe stamceltransplantatie; van het zichzelf. Eerder ingevroren stamcellen worden teruggeplaatst. 
  • Allogene stamceltransplantatie; van een ander. stamcellen van een donor.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Tekstslide

3 fasen CML
  • chronische fase; <10% leukemiecellen
  • acceleratiefase (versnellingsfase 10-19% leukemiecellen
  • blastaire fase >20% leukemiecellen.  Deze fase gaat lijken op de AML; reageert niet meer goed op de behandeling. 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

1: inductiefase
2:consolidatiefase
3: onderhoudsfase

Slide 26 - Tekstslide

komt vaker bij mannen voor >60

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video

Chronische leukemie heeft vaak een gunstigere prognose dan de acute leukemie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quizvraag

Verbanden
Acute lymfatische leukemie:   - Rijpe B-cellen zijn verantwoordelijk voor de woekering
  
Chronische lymfatische leukemie:   - Philadelphia chromosoom

Acute myeloïde leukemie:   -Wordt vaak gezien bij kinderen van 0 – 14 jaar

Chronische myeloïde leukemie:    -Woekering van voorloperscellen van erythrocyten, granulocyten, monocyten en trombocyten

Slide 34 - Tekstslide

Leerdoelen voor toets

Slide 35 - Tekstslide