In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Havo 2
H1.2 - H1.3
Herhaling
Slide 1 - Tekstslide
Begrippen:
Renaissance
Humanisten
Erasmus
Boekdrukkunst
Ketters
Inquisitie
Luther / lutheranen
Calvijn / calvinsten
Hervorming/reformatie
Katholiek
Protestant/hervormd
Slide 2 - Tekstslide
Wie bespotte geestelijken door grappige teksten te schrijven?
A
Luther
B
Erasmus
C
Calvijn
D
Karel V
Slide 3 - Quizvraag
Wie wezen de kerkelijke leer af?
A
Ketters
B
Humanisten
C
Bedelordes
Slide 4 - Quizvraag
Waar en wanneer begon de renaissance
A
Rond 1200 in de Nederlanden
B
Rond 1400 in Engeland
C
Rond 1350 In Italie
D
Rond 1000 in Spanje
Slide 5 - Quizvraag
Welke groep hoort hierbij? ''..... vinden dat mensen de oude teksten moeten bestuderen en zich moeten ontwikkelen''
A
Lutheranen
B
Humanisten
C
Bedelorden
D
Ketters
Slide 6 - Quizvraag
Welke zin is juist over de 14e eeuw?
A
Geloof stond boven macht en rijkdom
B
De kerk was aan het einde van 1500 arm
C
De kerk verloor inkomsten door belastingen
D
Geestelijken hielden zich niet altijd aan de strenge kerkregels
Slide 7 - Quizvraag
Bedelorden of ketters?
Zij ontstonden rond het jaar 1100
A
Bedelorden
B
Ketters
Slide 8 - Quizvraag
Wat past bij de inquisitie?
A
Zij vervolgden alle soort misdadigers
B
Door hun optreden nam de kritiek op de kerk toe
C
Het was een rechtbank die door een Franse koning was opgericht
D
Iedere misdadiger kreeg een advocaat
Slide 9 - Quizvraag
Welk begrip hoort bij de tekst? "Je kunt ontaarden tot een verstandloos dier of je kunt je soort verheffen. (...) Welke genade van God de Vader is dat, welke gelukzaligheid voor de mens! Het is de mens gegeven te bezitten wat hij wenst, te zijn wat hij wil!"
A
Inquisitie
B
Ketterij
C
Boekdrukkunst
D
Humanisme
Slide 10 - Quizvraag
''Het volk mag in opstand komen tegen de heersende vorst, wanneer hij/zij geen goed werk verricht''
A
Luther
B
Humanist
C
Calvijn
D
Ketter
Slide 11 - Quizvraag
Waarom is het voor vorsten niet belangrijk om hoofd van de kerk te worden?
A
Ze krijgen meer inkomsten
B
Ze krijgen het land van de kerk
C
Ze mogen dan Luther vervolgen
D
Er ontstaat meer eenheid in het rijk
Slide 12 - Quizvraag
H1.2 Wat was de invloed van de renaissance op het geloof?
Slide 13 - Open vraag
H1.3 Wat waren de gevolgen van de ruzie in de kerk?
Slide 14 - Open vraag
Schrijf 3 dingen op die je in de lessen over H1.2-H1.3 hebt geleerd