H5.1_Wat heb je nodig?

Lammers
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Lammers

Slide 1 - Tekstslide

H5: Investeren moet!

Slide 2 - Tekstslide

H5.1: Wat heb je nodig??


  • Voorkennis;
  • Lesdoelen par.5.1;
  • Uitleg;
  • Maken + bespreken opdrachten;
  • Huiswerk volgende les;
  • Reflectie.

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen par. 5.1:
> Je kunt aangeven wat de functie van een balans is;
> Je kunt voorbeelden geven van vaste en vlottende activa;
> Je kunt voorbeelden geven van liquide (activa) middelen;
> Je kunt de debetzijde van een balans opstellen.

Slide 4 - Tekstslide

Balans?

Slide 5 - Woordweb

Lesdoel 
Je kunt aangeven wat de functie van een balans is

Slide 6 - Tekstslide

Balans
Een balans is een overzicht van de bezittingen en schulden van een bedrijf

  • Activa (vlottend of vast) 
  • Passiva (vreemd of eigen vermogen)


Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Debiteuren en crediteuren (blz. 65)
Debiteuren: dit zijn klanten waar je nog geld van krijgt. Het staat als bezit op de balans.

Crediteuren: dit zijn leveranciers waar jij als bedrijf nog geld aan moet betalen. Dit staat als schuld op de balans. 

Slide 9 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt voorbeelden geven van vaste en vlottende activa

Slide 10 - Tekstslide

Vlottende activa < 1 jaar
Voorbeelden van vlottende activa zijn:
  
  • Voorraad goederen = de producten die je verkoopt
  • Debiteuren = het bedrag dat je nog moet krijgen van je klanten


Slide 11 - Tekstslide

Vaste activa >1 jaar
Voorbeelden van vaste activa zijn:

  • Bedrijfsgebouw
  • Bedrijfsauto
  • Machines.


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt voorbeelden geven van liquide (activa) middelen

Slide 14 - Tekstslide

Liquide activa
Liquide middelen is het geld dat je als bedrijf hebt:

  • Het saldo op je lopende rekening
  • Het contante geld (kasgeld)

Dus het girale en chartale geld vormen samen de liquide middelen

Slide 15 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt de debetzijde van een balans opstellen

Slide 16 - Tekstslide

Debet (bezittingen)
Vaste activa
gebouw
bestelauto
inventaris

Vlottende activa

voorraad goederen
debiteuren

Liquide middelen

betaalrekening
kas
Credit (schulden)
Eigen Vermogen

Lang Vreemd Vermogen
Hypothecaire Lening
Lening

Kort Vreemd Vermogen
Crediteuren
Te betalen belasting
Betaalrekening



Slide 17 - Tekstslide

Balans

Slide 18 - Tekstslide

Maken opdrachten 1+2
Je hebt 10 minuten de tijd voor het maken van 
opdrachten



timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

Bespreken opdrachten 1 + 2

Slide 20 - Tekstslide

Huiswerk volgende les
Paragraaf 5.1: Maken opdrachten 
3, 4, 5, 6, 7, 8, 9


Slide 21 - Tekstslide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
> Je kunt aangeven wat de functie van een balans is;
> Je kunt voorbeelden geven van vaste en vlottende activa;
> Je kunt voorbeelden geven van liquide (activa) middelen;
> Je kunt de debetzijde van een balans opstellen.

Probeer de volgende vragen te beantwoorden zonder het boek te gebruiken.

Slide 22 - Tekstslide

Hoe noemen we de rechterzijde van de balans ?
A
Liquide middelen
B
Credit
C
Debet
D
Activa

Slide 23 - Quizvraag

Digitale camera's in het magazijn van de Media Markt in Nederland
A
Vlottende activa
B
Vaste activa

Slide 24 - Quizvraag

De tankauto's van Shell die de benzine naar de benzinestations brengen
A
vaste activa
B
vlottende activa

Slide 25 - Quizvraag

Onder welke balanspost zetten we de debiteuren
A
Vaste activa
B
Eigen Vermogen
C
Liquide middelen
D
Vlottende activa

Slide 26 - Quizvraag

Moet een balans in evenwicht zijn?
A
Ja
B
Nee

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van vaste activa?
A
Debiteuren
B
Kas
C
Inventaris
D
Bank

Slide 28 - Quizvraag

De aanschaf van vaste activa staat niet op de resultatenrekening
A
waar
B
niet waar

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een balans?
A
Een overzicht van wat er is verkocht en ingekocht
B
Een overzicht van bezittingen en schulden

Slide 30 - Quizvraag

Wat zijn liquide middelen?
A
Bank en kas
B
Debiteuren, bank en kas
C
Crediteuren, hypotheek en voorraad
D
Voorraad , bank en kas

Slide 31 - Quizvraag

Welke balansmutaties vinden er plaats op 7 Juli?

Op 1 Juli heeft een bedrijf een laptop verkocht aan Piet voor €2.000 euro op rekening. Piet maakt op 7 Juli de €2.000 euro over via de bank
A
Kas +€2.000 Debiteuren -€2.000
B
Bank +€2.000 Debiteuren -€2.000
C
Bank -€2.000 Debiteuren +€2.000
D
Kas +€2.000 Crediteuren -€2.000

Slide 32 - Quizvraag

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Per kas gekocht goederen €1.400.
A
Voorraad -€1.400 Kas -€1.400
B
Voorraad +€1.400 Kas -€1.400
C
Voorraad -€1.400 Crediteuren -€1.400
D
Voorraad -€1.400 Crediteuren +€1.400

Slide 33 - Quizvraag