Les 2 - uitwerken van werkvorm - anxiolytica en hypnotica

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

timer
2:00
verpleegkundige
aandachtspunten

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

1c. Wat is het verschil tussen inslapers en doorslapers

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 1d de havenwerker.
welk probleem lopen we nu tegenaan? Welke klopt?
A
een benzo mag je NOOIT combineren met grote kranen
B
na- effect van de benzo in de ochtend
C
De T max is niet geschikt voor deze situatie
D
de T1/2 en eliminatie zijn een probleem voor deze situatie

Slide 8 - Quizvraag

Vraag 1d: de havenwerker.
Hoe kun je dit probleem oplossen?
welke klopt NIET?
A
Een benzo vinden met een kortere T1/2
B
Heel goed uitleg geven aan deze man.
C
Geef een halve dosering van met middel
D
Geen medicatie geven, maar zoeken naar een andere oplossing

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Vraag 1f: mw de Wit
Wat wil je nu weten om de situatie goed te kunnen inschatten? (minimaal 4 dingen) (1 minuut)

Slide 11 - Open vraag

1f. Zoek dan nu op, of check je werkblad:
wat is de T max van Bromazepam.
A
1-2 uur
B
0.5-1 uur
C
1.5-3 uur
D
3-4 uur.

Slide 12 - Quizvraag

vraag 1 f. Stelling over de conclusie/advies:
De T max is al geweest. Dat betekent dat er nu nog veel klachten zijn ivm de bloedspiegel en dat het ook nog kan verergeren. Mw moet dus nu zeer goed worden geobserveerd.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

vraag 1 g. Wat is het verschil in werking tussen Benzodiazepines en betablokkers?

Slide 15 - Open vraag

extra bij 1g. Stelling: SOMS
Door de onderdrukking van symptomen door beta-blokkers, kan er ook een feedback zijn naar de hersenen, waardoor op langere termijn de angstsignalering in het brein ook kan afnemen. En dan is medicatie niet meer nodig.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Vraag 1h.
Welke klopt NIET?
A
versuffend/spierverslappend > meer kans op vallen
B
zwakkere botten bijvoorbeeld door /osteoporose
C
bij vallen kunnen zij zichzelf minder goed opvangen
D
er is te weinig hulp voor hen in de nacht als ze moeten plassen.

Slide 18 - Quizvraag

vraag 1j. WAT BETEKENEN DE VOLGENDE BEGRIPPEN? 
- geestelijk e afhankelijkheid
- lichamelijke afhankelijkheid
- gewenning
- abstinentieverschijnselen
- verslaving

Let op: zoek zelf de andere begrippen op, zie de leerdoelen. 

Slide 19 - Tekstslide

Vraag 1k. Waar hebben mensen die benzo's gebruiken last van?
welke is compleet?
A
geestelijk-, lichamelijke afhankelijkheid, gewenning en abstinentieverschijnselen
B
geestelijke - en lichamelijke afhankelijkheid
C
lichamelijke afhankelijkheid, gewenning en abstinentieverschijnselen
D
gewenning en geestelijke afhankelijkheid.

Slide 20 - Quizvraag