Open dag LY Economie

Waar gaat economie over?
  • Mensen hebben wensen en behoeften: eten, drinken, , onderwijs, medische zorg, mobiele telefoons, enzovoort. 
  • Hoe gaan mensen met hun geld om? Ze moeten kiezen.

  • Bedrijven en overheid bieden al deze zaken aan. 
  • Zij moeten ook keuzes maken: welke producten en diensten bieden ze aan? Hoeveel kost dat? Maken ze reclame? Enz..

 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Waar gaat economie over?
  • Mensen hebben wensen en behoeften: eten, drinken, , onderwijs, medische zorg, mobiele telefoons, enzovoort. 
  • Hoe gaan mensen met hun geld om? Ze moeten kiezen.

  • Bedrijven en overheid bieden al deze zaken aan. 
  • Zij moeten ook keuzes maken: welke producten en diensten bieden ze aan? Hoeveel kost dat? Maken ze reclame? Enz..

 

Slide 1 - Tekstslide

Economie
  • Op de MAVO krijg je het vak economie vanaf het 2e jaar.
  • Op de HAVO en VWO vanaf het 3e jaar.

 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wie is de rijkste persoon op aarde?
A
Cristiano Ronaldo (profvoetballer)
B
Jeff Bezos (Amazon)
C
Elon Musk (Tesla en SpaceX)
D
Bill Gates (Microsoft)

Slide 4 - Quizvraag

Hoe noemen we de derde dinsdag in september?
Op die dag vertelt de regering welke plannen ze hebben voor het jaar daarna.
A
Koningsdag
B
Prinsjesdag
C
Bevrijdingsdag
D
Vlaggetjesdag

Slide 5 - Quizvraag

Als je je spaargeld op een spaarrekening zet, dan ontvang je een vergoeding. Dit noem je ook wel......
A
bonus
B
extraatje
C
rente
D
premie

Slide 6 - Quizvraag

sleep het plaatje naar het juiste begrip!
betalen
lenen
sparen

Slide 7 - Sleepvraag

"Het aantal jonge ondernemers groeit sterk!"
In 2017 waren er in Nederland 18.000 mensen onder de 21 jaar die een eigen bedrijf(je) hadden.
Hoeveel waren dat er begin 2023?

A
Ruim 20.000
B
Ruim 30.000
C
Ruim 40.000
D
Ruim 50.000

Slide 8 - Quizvraag

Herken jij het logo? Plaats het plaatje op het juiste begrip
supermarkt
drogist
bakker

Slide 9 - Sleepvraag

De prijzen van boodschappen worden steeds hoger.
We noemen dit met een ander woord:
A
Inflatie
B
Balans
C
Economie
D
Raket

Slide 10 - Quizvraag

Donald Trump is president van de Verenigde Staten. Hij voerde extra importtarieven in op sommige producten uit het buitenland.
Wat is een importtarief?
A
Een afspraak dat landen elkaars producten gratis mogen verkopen.
B
Extra belasting die een land vraagt op producten uit andere landen.
C
Een verbod om spullen uit andere landen te kopen.
D
Geld dat je krijgt als je iets uit het buitenland koopt.

Slide 11 - Quizvraag

Welk bedrijf is wereldleider in de verkoop van mobiele telefoons?
A
Apple
B
Samsung
C
Nokia
D
Xiaomi

Slide 12 - Quizvraag

Stel: er komt in Nederland een extra importtarief op sportschoenen uit het buitenland.
Wat gebeurt er dan waarschijnlijk?
A
De schoenen verdwijnen meteen uit alle winkels.
B
Die schoenen worden duurder in de winkel.
C
Iedereen krijgt automatisch nieuwe schoenen.
D
De schoenen worden gratis voor iedereen.

Slide 13 - Quizvraag

De euro: 25 jaar 

Slide 14 - Tekstslide

Vroeger hadden alle Europese landen een eigen muntsoort.
Welke munt had Nederland vóór de euro?
A
Gulden
B
Dollar
C
V-bucks
D
Dukaten

Slide 15 - Quizvraag

Euro: meer handel in Europa!
Een van de belangrijkste beweegredenen achter de munt: meer handel. Volgens de Nederlandsche Bank is dat zeker gelukt. De Nederlandsche Bank ziet dat eurolanden na de invoering van de munt meer zijn gaan exporteren. 

Slide 16 - Tekstslide

Waarom was het eigenlijk een goed idee, zo'n gezamenlijke Euro (in plaats van alle landen een eigen munt)?
A
Euro's zien er gewoon mooi uit.
B
Omdat 'euro' lijkt op Europa, dus dat was handiger.
C
Inwoners uit Europese landen kunnen nu makkelijker met elkaar handelen (=aan elkaar verkopen).
D
Mensen wilden steeds meer met een bankpas betalen, dat kon alleen met euro's.

Slide 17 - Quizvraag

Er zijn landen in Europa die niet meedoen met de Euro. In welk land kun je NIET met euro's betalen?
A
Engeland
B
België
C
Griekenland
D
Finland

Slide 18 - Quizvraag

Welke munt gebruiken ze in Slovenië?
A
Roebel
B
Lira
C
Dinar
D
Euro

Slide 19 - Quizvraag

Hoe noemen we het geld dat je verdient met werken?
A
Bonus
B
Belasting
C
Salaris
D
Rente

Slide 20 - Quizvraag

Slim met geld omgaan.
Bij welk vak op de middelbare school kun je dat leren?
A
Engels
B
Wiskunde
C
Economie en Bedrijfseconomie
D
Scheikunde

Slide 21 - Quizvraag

Topper! Applaus voor jou!

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Je hebt je zakgeld geteld, je hebt genoeg geld bij elkaar gespaard voor een nieuwe fiets. Je gaat deze kopen, dan ben je een......
A
producent
B
consument
C
verkoper
D
winkel

Slide 24 - Quizvraag