Thema 10 blok 3 week 15 bkt 2

Thema 10 
Blok 3 Nooit meer oorlog


Hoe werken Europese landen samen na 
de Tweede Wereldoorlog? 
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 10 
Blok 3 Nooit meer oorlog


Hoe werken Europese landen samen na 
de Tweede Wereldoorlog? 

Slide 1 - Tekstslide

Wat doen we deze les? 

  • Voorkennis over Europa activeren
  • Uitleg over de Wederopbouw, de Koude Oorlog, de EGKS en de EEG
  • zelfstandig werken
  • afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

De Europese Unie heeft meer inwoners dan de Verenigde Staten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Waar! 
De EU heeft ongeveer 500 miljoen inwoners. 
De VS telt circa 300 miljoen inwoners.

Slide 4 - Tekstslide

Er zijn 25 landen lid van de EU
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Onjuist
De EU telt 28 landen

Slide 6 - Tekstslide

Er worden in de EU 23 verschillende (officiële) talen gesproken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Inderdaad
Goed: De Europese Unie heeft 23 officiële talen: 
Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds. 

Deze talen worden gebruikt  bij alle officiële EU-aangelegenheden.

Slide 8 - Tekstslide

Noorwegen is lid van de EU
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Onjuist
 Noorwegen is geen lid van de EU. 

Noorwegen heeft ooit een aanvraag gedaan, maar de bevolking was hier tegen. Noorwegen heeft enorme inkomsten door de oliewinning.

Slide 10 - Tekstslide

Met de euro kun je in de hele EU betalen .
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Onjuist
Nee, dat kan niet in Bulgarije, Denemarken, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden (10 van de 27 kunnen dat dus niet.) 

Op 1 januari 2007 is de euro ook in Slovenië het wettig betaalmiddel geworden. Op 1 januari 2008 volgden Cyprus en Malta, en op 1 januari 2009 werd de euro ook de officiële munt in Slowakije. Sinds 1 januari 2011 heeft ook Estland de euro ingevoerd.

Slide 12 - Tekstslide

Engels is de voertaal die de ambtenaren van de EU gebruiken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Onjuist
Vaak wel, maar niet altijd. 

Het ligt aan het departement waar ze werken (en de taal van de eurocommissaris of hoge ambtenaren). Soms is dat Engels, soms Frans, soms Duits.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de Champions League mogen alleen clubs uit de Europese Unie meedoen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Onjuist
Nee, clubs uit heel Europa, dus ook Noorwegen en Rusland, mogen meedoen aan de Champions League. 
Er doet zelfs een land van buiten Europa mee: Israël.

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de hoogste berg in de EU?
A
Mount Everest
B
Mont Blanc
C
De Alpen
D
Mont Ventoux

Slide 17 - Quizvraag

B, de Mont Blanc
De Mont Blanc is met 4808,45 meter de hoogste berg in de Alpen. Het hoogste punt van de Mont Blanc bevindt zich in Frankrijk.

Slide 18 - Tekstslide

Welk Europees land heeft de meeste inwoners?
A
Frankrijk
B
Polen
C
Duitland
D
Rusland

Slide 19 - Quizvraag

Duitland
Duitsland met ruim 82 miljoen inwoners. 
Polen heeft een kleine 40 miljoen en Frankrijk ruim 64 miljoen inwoners.
Rusland is geen EU land. 

Slide 20 - Tekstslide

Welke landen deden vanaf het begin mee aan de Europese Samenwerking?
A
België, Nederland en Luxemburg
B
België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland
C
België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland
D
Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland

Slide 21 - Quizvraag

B
België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland werkten vanaf 1951 samen in de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS)

Slide 22 - Tekstslide

Doelen
  1. We blikken terug op blok 1 en 2.
  2. Nieuwe begrippen leren: Marshallplan, EGKS, EEG, EU

Slide 23 - Tekstslide

Maak op de volgende pagina de test.
Plak hieronder een screenshot van je behaalde resultaat.

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Tekstslide

Lees blz. 32 Marshallplan.
Op de volgende pagina wordt het nog een keer in het kort uitgelegd. Lees deze ook goed door.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Maak opdracht 2-3 op blz. 33 in je wb.
Geef hieronder het antwoord dat je hebt ingevuld bij vraag 2a.

Slide 30 - Open vraag

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link

Maak opdracht 4-5 blz. 33-34 wb.
Schrijf hieronder je antwoord van opd. 4a

Slide 33 - Open vraag

Lees het blauwe blokje 
Economische samenwerking blz. 34 

Maak opdracht 6 en 7.

Met behulp van dit spel kun je antwoord geven op opdracht 6b.

Slide 34 - Tekstslide


Bekijk dit FILMPJE
en beantwoord daarna op de volgende pagina's de vragen.

Slide 35 - Tekstslide

Waar staat EGKS voor?

Slide 36 - Open vraag

Waarom zijn de 'K' en 'S' ZO belangrijk voor het ontstaan van de Europese Unie

Slide 37 - Open vraag

Leg in twee zinnen uit waarom de Europese Unie is opgericht.

Slide 38 - Open vraag

Wat betekent het om vrij te kunnen reizen voor mensen en goederen.

Slide 39 - Open vraag

Wat heb je geleerd dit blok? 
  • Je kan uitleggen wat Marshallhulp is en twee redenen noemen waarom de Amerikanen deze hulp aan Europa gaven. 
  • Je kan drie verschillen noemen tussen kapitalisme en communisme.
  • Je kan de gevolgen van de Koude Oorlog voor Europa uitleggen.
  • Je kan uitleggen waarom Europese landen met elkaar gingen samenwerken. 

  • Je kan een omschrijving geven van de EGKS. De EEG en de EU
  • Je kan vertellen hoe de landen van de EU samenwerken
  • Je kan het voordeel van de Euro uitleggen.
  • Je kent de taken van de volgende Europese Instellingen: Europees Parlement, Europese Commissie, Europese Raad en de Raad van de  Europese Unie.  

Slide 40 - Tekstslide