2c rekenen 28-10

Kommagetallen in het dagelijks leven

1 / 26
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kommagetallen in het dagelijks leven

Open met herkenbare voorbeelden zoals prijzen, liters en meters. Houd het praktisch en eenvoudig.

Lesdoel

  • Ik kan kommagetallen aflezen en benoemen als tienden, honderdsten en duizendsten.

  • Ik kan kommagetallen afronden.

  • Ik kan zelfstandig oefenen met klokijken.

Er zijn meerdere doelen genoemd door de docent, maar deze lesdoelzin past het best bij de inhoudelijke uitleg van de les. Afronden komt later terug als toepassing.

Waar zie jij kommagetallen in het dagelijks leven?

Verwachte woorden: geld, prijs, liter, meter, kilo, weegschaal, tanken. Gebruik de opbrengst als brug naar de voorbeelden op de volgende slides.

Herhaling: wat weet je al?

  • Een heel getal is bijvoorbeeld 3 of 12.

  • Een kommagetal heeft een komma, bijvoorbeeld 3,5.

  • De cijfers na de komma geven een deel van een heel aan.

Gebruik deze slide als rustige start. Leg nadruk op het verschil tussen hele getallen en kommagetallen.

Wat is een kommagetal?

Een kommagetal bestaat uit een heel deel en soms een deel achter de komma.


Bijvoorbeeld: in 4,7 is 4 het hele deel en 7 het deel achter de komma.

Noem de komma duidelijk als scheiding tussen het hele deel en het deel van een geheel.

Waar kom je kommagetallen tegen?

  • Bij geld: €2,50

  • Bij lengte: 1,5 meter

  • Bij gewicht: 0,8 kilo

  • Bij inhoud: 1,25 liter

Koppel aan herkenbare situaties. Geld is extra bruikbaar bij honderdsten.

De plaats van cijfers

  • Het eerste cijfer achter de komma is: tienden

  • Het tweede cijfer achter de komma is: honderdsten

  • Het derde cijfer achter de komma is: duizendsten

Gebruik steeds dezelfde woorden: tienden, honderdsten, duizendsten. Herhaal de volgorde een paar keer mondeling.

Tienden

Bij 1 getal achter de komma spreek je van tienden.


Voorbeelden:

  • 2,3 = 2 hele en 3 tienden

  • 5,8 = 5 hele en 8 tienden

Laat leerlingen het getal hardop lezen: 'twee komma drie' en daarna 'twee hele en drie tienden'.

Tienden in een voorbeeld

  • 0,4 betekent 4 tienden

  • 1,9 betekent 1 hele en 9 tienden

  • Het cijfer direct na de komma vertelt dus de tienden

Een maatbeker of liniaal kan helpen om te laten zien dat een heel in delen is verdeeld.

Welk getal heeft tienden?

A

2,4

B

2,45

C

2,456

D

24

Checkt of leerlingen zien dat tienden betekent: 1 cijfer achter de komma.

Vul de juiste woorden in

Een kommagetal heeft een komma. In 4,7 is 4 het hele deel en 7 zijn de tienden. Bij 1,9 heb je 1 hele en 9 tienden.

kommagetal
hele deel
tienden
honderdsten
duizendsten
heel getal
eerste cijfer

Sluit aan bij de herhaling en de uitleg over tienden.

Honderdsten

Bij 2 getallen achter de komma spreek je van honderdsten.


Voorbeelden:

  • 3,45 = 3 hele en 45 honderdsten

  • 0,12 = 12 honderdsten

Maak duidelijk dat het tweede cijfer achter de komma bij de honderdsten hoort, maar dat je het hele deel samen leest als 45 honderdsten.

Honderdsten en geld

  • Bij geld zie je vaak 2 cijfers achter de komma

  • €1,25 betekent 1 euro en 25 cent

  • Centen passen goed bij honderdsten

Dit is een sterke koppeling voor praktijkonderwijs. Noem ook €0,99 als bekend voorbeeld.

Duizendsten

Bij 3 getallen achter de komma spreek je van duizendsten.


Voorbeelden:

  • 2,356 = 2 hele en 356 duizendsten

  • 0,007 = 7 duizendsten

Houd het begrip eenvoudig: drie cijfers achter de komma = duizendsten. Niet te diep ingaan op formele notatie.

Wat betekent 1,25 bij geld?

A

1 euro 25 cent

B

125 euro

C

1 euro 5 cent

D

12 euro 5 cent

Gebruikt de koppeling tussen honderdsten en geld.

Vul de juiste woorden in

Bij 2 cijfers achter de komma spreek je van honderdsten. Bij 3 cijfers achter de komma spreek je van duizendsten. Het getal 0,12 is 12 honderdsten.

2
honderdsten
3
1
4
tienden
hele getallen

Herhaalt de plaatswaarde: 2 cijfers = honderdsten, 3 cijfers = duizendsten.

Afronden naar hele getallen

Kijk naar het eerste cijfer achter de komma.


  • 0, 1, 2, 3, 4 → afronden naar beneden

  • 5, 6, 7, 8, 9 → afronden naar boven

Gebruik eenvoudige voorbeelden op het bord: 3,2 wordt 3 en 3,7 wordt 4.

Drie cijfers achter de komma

  • 4,125 heeft 4 hele

  • Achter de komma staat 125 duizendsten

  • Hoe meer cijfers achter de komma, hoe nauwkeuriger het getal

Je kunt noemen dat meetapparaten soms drie cijfers achter de komma laten zien.

Afronden

  • Video Zo kun je afronden op ronde getallen

  • Voorbeeld: 21,5
    stap 1, waar ligt het getal tussen?
    stap 2, welk getal is het dichtstbij?

  • is het kommacijfer een 0 1 2 3 4 dan ga je naar beneden

    is het kommacijfer een 5 6 7 8 9 dan ga je naar boven

Laat zien dat je bij 3,49 en 3,50 nog steeds naar het eerste cijfer achter de komma kijkt als je afrondt naar een heel getal.

Begrippen

kommagetal - een getal met een komma

heel getal - een getal zonder komma

tienden - het eerste cijfer achter de komma

honderdsten - het tweede cijfer achter de komma

duizendsten - het derde cijfer achter de komma

afronden - een getal makkelijker maken naar een heel getal

Deze slide heeft geen instructies

Hoe rond je 3,5 af naar een heel getal?

A

2

B

3

C

4

D

5

Controleert of leerlingen kijken naar het eerste cijfer achter de komma bij afronden naar een heel getal.

Vul de juiste woorden in

Bij afronden naar hele getallen kijk je naar het eerste cijfer achter de komma. Is dat 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je naar beneden. Is dat 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je naar boven.

eerste cijfer
beneden
boven
tweede cijfer
honderdsten
links
rechts

Laat leerlingen de vaste afrondregel opnieuw lezen en toepassen.

Zelfstandig verder werken

  • Maak de opdrachten van hoofdstuk 7 in Studiemeter

  • Klaar? Ga verder met klokkijken op rekenen.nl

  • Gebruikersnaam is je voornaam en accent
    naamaccent voorbeeld: keesaccent
    Wachtwoord= Accent2026
    Bij Naoh is het noah1accent

Deze slide sluit aan op de praktijk van de opvangles. Houd de instructie kort en duidelijk.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen kort opschrijven wat is blijven hangen, bijvoorbeeld tienden, honderdsten, duizendsten of afronden.

Wat vond jij het lastigst?

Mogelijke antwoorden: afronden, honderdsten en geld, cijfers achter de komma lezen. Bespreek kort waar extra hulp nodig is.

Wat hielp jou vandaag het meest?

Laat leerlingen denken aan voorbeelden, herhaling, geld of samen hardop lezen van getallen.