In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
afval
Slide 1 - Tekstslide
doel van de les:
Aan het eind van de les weet je waarom we afval scheiden en je weet wat in welke bak moet.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is afval?
Slide 3 - Open vraag
afval is ......
alles wat je weggooit.
Slide 4 - Tekstslide
Afval in een winkel:
Net zoals overal ontstaat er in de winkel ook afval.
Vooral bij het uitpakken van de producten die net binnen zijn gekomen. De producten zitten dan in dozen of in plastic verpakt, zodat het onderweg naar de winkel niet kapot gaat. Soms valt er iets in de winkel kapot of is er eten/drinken dat over de datum is. Dit alles geeft dus afval.
Slide 5 - Tekstslide
afvalscheiding
Slide 6 - Woordweb
afvalscheiding
Afvalscheiding is het sorteren van afval in verschillende containers.
Slide 7 - Tekstslide
Welke afvalcontainers ken je?
Slide 8 - Open vraag
afvalcontainers:
- oud papier en karton (blauw)
- plastic of omverpakking (oranje)
- glas (geel)
- GFT groente fruit en tuinafval (groen)
- KCA klein chemisch afval (rood)
Bij winkels staan er vaak ook bakken voor kleding en schoenen en oud frituurvet
Slide 9 - Tekstslide
grijze container
Al het afval wat niet in de vorige containers mag, gaat in de grijze container. Deze container noemen we restafval.
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
Noem 5 dingen die in de oud papier en kartonbak mogen.
Slide 12 - Open vraag
Noem 5 producten die bij het plastic of omverpakkingen mogen.
Slide 13 - Open vraag
Noem 3 dingen die in de glasbak mogen.
Slide 14 - Open vraag
Wat mag er in de GFT-bak? Noem 5 dingen.
Slide 15 - Open vraag
Wat denk je valt er onder KCA (klein chemisch afval)?
Slide 16 - Open vraag
Slide 17 - Video
Waarom moeten we dus goed afval scheiden?
Slide 18 - Open vraag
praktijkopdrachten.
Je krijgt van de leerkracht te horen welke opdracht je nu moet gaan uitvoeren.