Beter Spellen, donderdag 11-02, 1f/2f

Als je rode en gele verf ........ , krijg je oranje verf.
A
menkt
B
menk
C
mengd
D
mengt
1 / 14
volgende
Slide 1: Quizvraag
NT2Middelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Als je rode en gele verf ........ , krijg je oranje verf.
A
menkt
B
menk
C
mengd
D
mengt

Slide 1 - Quizvraag

We hebben een vliegvakantie ........ .

A
geboekt
B
geboekd
C
geboek
D
geboeken

Slide 2 - Quizvraag

Van kalkrijke voeding krijg je stevige ........ .
A
boten
B
botten
C
booten
D
bootten

Slide 3 - Quizvraag

De schilder organiseert elk jaar een ........ .
A
kunstentoonstelling
B
kunstenttoonstelling
C
kunsttentoonstelling
D
kunsttenttoonstelling

Slide 4 - Quizvraag

Het vliegtuig daalde rustig en ........ op de Polderbaan.
A
lande
B
landen
C
landde
D
landden

Slide 5 - Quizvraag

De euro is in een jaar tijd sterk ........ .

A
gedevalueert
B
gedevalueerd

Slide 6 - Quizvraag

De buren kunnen niet op onze kat passen. Wij gaan in dezelfde week op vakantie ........ .
A
als zij
B
dan hen
C
als hen
D
als hun

Slide 7 - Quizvraag

Het juiste antwoord is 'als zij'. Dat zie je als je de zin aanvult met woorden uit het eerste deel van dezelfde zin: Wij gaan in dezelfde week op vakantie als (de week waarin) zij (op vakantie gaan).
Zie ook de pagina ik, mij, hij, hem.

Slide 8 - Tekstslide

Kom ........ naar beneden!

A
onmidelijk
B
onmiddellijk
C
onmiddelijk
D
onmidellijk

Slide 9 - Quizvraag

Na de warme fietstocht heb ik heerlijk ........ .

A
gedouched
B
gedoucht
C
gedouchet
D
gedouchd

Slide 10 - Quizvraag

 T  K o F S CH i P  X

douchen

Slide 11 - Tekstslide

Na zo'n slappe winter komt een zomer met veel muggen en andere ........ .

A
insekten
B
insecten

Slide 12 - Quizvraag

We denken dat het bestuur de plichtsgetrouwe voorzitter ........ .

A
herbenoemd
B
herbenoemt

Slide 13 - Quizvraag

 herbenoemen -> T  K o F S CH i P  X ???

Nee! Want het is TT (tegenwoordige tijd, nu).
Dus: ik-vorm plus t

Slide 14 - Tekstslide