1-Zet de grootheden en eenheden bij de assen.
2-Zorg voor gelijke stappen op de assen.
3-Kies een goede schaal, zodat de grafiek het diagram goed vult.
4-Zet alle meetpunten zo nauwkeurig mogelijk in de grafiek.
5-Teken een trendlijn door de meetpunten.
6-Verbind niet alle meetpunten met elkaar.
7-Bij het aflezen kijk je naar de trendlijn, niet naar één meetpunt.