WEEK 1: introductie burgerlijke cultuur

Burgerlijke Cultuur

WEEK 1: INTRODUCTIE

Pagina 6 - 17


1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Burgerlijke Cultuur

WEEK 1: INTRODUCTIE

Pagina 6 - 17


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
Je kunt de politieke en economische ontwikkeling van de Lage Lage landen beschrijven.
Je weet welke standen er waren in de 17e eeuw.
Je kunt de religieuze situatie in de lage landen beshrijven en verbinden met de wereld.
Je kunt de rol van VOC en de WIC in de wereld beschrijven. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 17e eeuw in
Nederland

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

IN DE TIJD
1517 95 stellingen van Luther
1568 Begin 80-jarige oorlog
1585 Definitieve blokkade van Antwerpen
1588 Republiek der 7 verenigde nederlanden zelfstandige natie
1602 Oprichting vande VOC
1609 Begin van het twaalfjarig bestand.
1648 Einde 80-jarige oorlog
1672 Rampjaar

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RANGEN en STANDEN
- Patriciaat
- Grote burgerij
- Middenstand
- volksklasse
- Bedeelden


Neem over in je schrift!
Wie hoort waarbij?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk nakijken: oefenen
Normaal gesproken kijk je zelf in de les je huiswerk na in duo's of groepjes. Met een antwoordenmodel van school.
Zo blijf  je kritisch op je eigen werk.

Natuurlijk wil ik je ook tekst en uitleg geven.
Om te oefenen met nakijken doen we het deze les gezamelijk.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 1
Aan het begin van de zeventiende eeuw ontstaat er in het noorden van de Nederlanden een economische bloeitijd. Amsterdam is daarvan het centrum. Dit gebeurt ondanks de opstand tegen Spaanse vorst. Het conflict werkt zelfs in het voordeel van Amsterdam. Leg uit aan de hand van twee zaken.
• Tijdens het conflict wordt de haven van Antwerpen geblokkeerd, waardoor het brandpunt van de handel naar Amsterdam verschuift.
• De blokkade is de oorzaak voor het vertrek van veel Vlaamse kooplui die met hun kapitaal en kennis naar Amsterdam verhuizen.
• De intolerante houding van de katholieke vorst zorgt voor vervolging van aanhangers van de
reformatie en verdrijft zo veel volk, waaronde kooplui, ambachtslieden en intellectuelen naar
het Noorden.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 2
In 1588 tekenen de noordelijke zeven gewesten hun onafhankelijkheidsverklaring en vestigen daarmee de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Republiek is een federatie van zeven formeel soevereine staten: de Provinciën. Deze staatsvorm bevordert de tolerante houding van de Nederlanders ten opzichte van anderen.
2. Geef hiervoor een verklaring. 

Antwoord:
• In de republiek heeft geen van de deelnemende provinciën de overhand. Men moet via geven en nemen tot een vergelijk komen in kwesties. Dat maakt dat men er een onderhandelingscultuur ontstaat en daarmee begrip voor het standpunt van anderen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 3
In zekere zin is het succes van de VOC, een voor die tijd nieuw soort handelsinstituut, ook te verklaren vanuit deze tolerantie.
3. Leg dit uit en betrek er het nieuwe concept achter de V.O.C. in je antwoord. 

Antwoord:
• De V.O.C. is samenwerkingsverband tussen verschillende handelshuizen. In plaats van elkaar te beconcurreren, gaat men samenwerken en gebruikt men zijn energie en middelen constructief. Ook dat eist begrip voor het standpunt van anderen.
• De VOC geeft als eerste instituut aandelen uit (die iedereen kon kopen) en zorgt zo voor veel investeringskapitaal en spreiding van de risico’s.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met Beeldaspecten
Voorstelling versus Vormgeving

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)

Slide 11 - Tekstslide

Bekijk de afbeelding goed. Wat kunnen we al zeggen over de voorstelling?
Wat kunnen we al zeggen over de vormgeving?
Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)
Op het schilderij zien we de overname van Breda door de Spaanse troepen. De Spanjaarden hebben Breda binnengevallen en nemen de macht over.
Het schilderij is propagandistisch.
Dit zie je aan de voorstelling. Hoe typeert de schilder de Spaanse en de Nederlandse troepen als winnaars en verliezers? Waar zie je dat aan?

Slide 12 - Tekstslide

Antwoord
•De Nederlandse troepen staan rommeli en chaotisch door elkaar.
•Achter de Nederlandse troepen stijgt rook op/staan zaken in brand.
•De Spaanse troepen vormen een gesloten blok met een vaandel boven hen
•De Spaans lansen staan keurig in het gelid.
Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)

Ook in de vormgeving wordt de nadruk gelegd op de overgave van de stad Breda. Welke aspecten van de vormgeving worden hiervoor ingezet?

Slide 13 - Tekstslide

Antwoord:

• Compositie: het overhandigen van de sleutel gebeurt in het midden van het schilderij.
• Het overhandigen van de sleutel is omcirkeld door donkere vormen.
• Licht-­‐donkercontrast:
De donkere sleutel steekt af tegen een lichtere achtergrond.
Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)
Als beschouwer wordt je door Velasquez direct bij het tafereel op het schilderij betrokken.
Door welke aspecten op het bedien van voorstelling en vormgeving doet hij dit?

Slide 14 - Tekstslide

Antwoord:
Voorstelling
- een persoon links kijkt je direct aan.
- Alles speelt zich af van links naar rechts (leesrichting) 

Vormgeving
- De personen links staan dichtbij en worden afgesneden (compositie)
Zelfstandig werken
Voor vandaag heb je:
- Pagina 6 tot en met 11 gelezen 
-  vragenblok 1 en 2 gemaakt

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke thema's zag
je in het filmpje?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

OVER ZEE
Kijk je huiswerk in duo's na. Bespreek de vragen inhoudelijk en op vraagsoort.
Lees pagina 12 t/m 16. Vat deze samen (DOEN!)
Maak vragenblok 5 en/of 6

Ben je klaar? Ga verder met de analyse van je werk of scroll naar de verdiepende extra's.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden blok 1 (4 en 5) en blok 2
Huiswerk niet gemaakt? Bespaar je de tijd en moeite en schrijf vooral niet over. Je maakt de vragen om te oefenen, niet om mij iets te bewijzen...

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 4
Men is in Nederland lange tijd erg trots op de verrichtingen van de VOC. Tegenwoordig wordt de term ‘VOC-­‐mentaliteit’ echter door velen met gemengde gevoelens bezien.
4. Geef hiervoor een verklaring.
 Antwoord
• De VOC haalde haar winsten voor een groot deel uit de onderdrukking en uitbuiting van de inheemse bevolking in overzeese gebieden. De VOC-­‐mentaliteit wordt tegenwoordig geassocieerd met onterechte/met verkeerde middelen verkregen winsten.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 5
Een vergelijkbaar handelsinstituut dat ongeveer in dezelfde periode ontstaat, de WIC, roept tegenwoordig nog meer afkeer op.
5. Leg uit waarom. 
Antwoord
• De WIC haalde haar winsten naast de kaapvaart (piraterij) ook uit de grootschalige slavenhandel.
• De slavenhandel ontwrichtte Afrikaanse samenlevingen, die daar nu nog last van hebben.


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 1
In vrijwel alle landen van Europa zijn er in de zeventiende eeuw twee verschillende instituten die hoofdzakelijk opdrachten verstrekken aan kunstenaars. In Nederland kent men een afwijkende situatie in die periode wat consequenties heeft voor de ontwikkeling van de kunsten.
1. Welke instituten zijn de traditionele opdrachtgevers in de rest van Europa en in welke twee zaken wijkt de situatie Nederland af?
Antwoord
• In vrijwel alle landen in Europa zijn de staatskerk en het (koninklijk) hof de grootste verstrekkers van opdrachten oor kunstenaars.
• In Nederland is er geen koninklijk hof dat opdrachten verstrekt, maar een republiek.
• In Nederland is er wel een staatskerk, maar die is calvinistisch en wars van alle uiterlijk vertoon. Deze kerk verschaft dan ook geen opdrachten aan kunstenaars.



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 2
De zeventiende eeuw wordt niet voor niets de Gouden Eeuw genoemd. In Nederland ontstaat in deze periode een ongekende welvaart waarvan alle bevolkingsgroepen profiteren. De welvaart onder de burgerij leidt tot een culturele bloei waarvan vooral de schilderkunst profiteert.
2. Leg dit uit en noem twee gevolgen voor de schilderkunst van het feit dat de opdrachten nu vanuit de burgerij komen.
Antwoord
• Omdat de schilderijen in gewone huizen moeten worden gehangen (en niet in paleizen) wordt het formaat kleiner.
• Omdat burgers de kopers zijn, liggen de onderwerpen en thema’s vooral dicht bij het dagelijks leven en wereldlijke zaken (zoals landschappen, stillevens, interieurtjes en dergelijke).
• Er ontstaan ook modes en trends in schilderstijlen, zoals het fijnschilderen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 3
Bekijk de afbeelding -­‐ Adriaen Pietersz. van de Venne: De zielenvisserij, 1614.
Links in de afbeelding staan de protestantse Noord-­‐Nederlanders. Aan de andere kant van de rivier aan de rechterzijde staan de rooms-­‐katholieke zuiderlingen. In de brede rivier die hen scheidt, vissen beide groepen naar zielen. Op het eerste gezicht lijkt dat gelijk op te gaan, maar bij nadere bestudering, heeft de kunstenaar een voorkeur voor de protestanten.
3. Geef aan waaraan je dat kunt zien. Noem drie zaken. 
Antwoord
• De protestanten halen duidelijk meer zielen op dan de katholieken.
• Aan de kant van de protestanten schijnt de zon.
• Aan de kant van de protestanten staan de bomen in blad en is het land duidelijk groener en vruchtbaarder.
• De katholieken zijn onguur en karikaturaal weergegeven. De protestanten zijn daarentegen heel vroom afgebeeld.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 4
Het schilderij heeft betrekking op de religieuze onrust die in deze periode niet alleen in Nederland, maar in heel Europa heerst.
4. Leg uit wat deze onrust inhoudt. 

Antwoord
• In Europa en Nederland is er een conflict tussen de kerk van Rome en hervormingsgezinden/protestanten die het niet eens zijn met de handelswijze van deze kerk en verandering willen. Beide groepen proberen gelovigen naar zich toe te trekken.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 5
Bekijk afbeelding 2 en 3.
De details met de protestantse boot en de katholieke boot. De katholieke boot probeert de zielen te vangen met een monstrans en wierook. De predikanten in de boot hebben daarentegen boeken aan boord. Van der Venne wil hiermee het verschil in godsdienstbeleving duidelijk maken.
5. Leg dit uit. 

Antwoord
• In de gereformeerde/protestantse godsdienst staat het woord (van de Bijbel) centraal/ In de katholieke kerk staan vooral de rituelen centraal.


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En? Hoe is het gegaan? Waar ga je de volgende keer op letten?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Loggen
Schrijf in je aantekeningen/werkschrift het liefst in een kader of met een andere kleur pen:

Wat was er nieuw deze week?
Wat gaat goed?
Waar ga je extra aandacht aan besteden?
1 goede vraag om de volgende les te stellen.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over Zee
De handel breng de Nederlanders naar Azie (VOC) en het en Amerika (WIC).
Om de handel in handen te houden worden zeeslagen en uitbuiting niet gemeden.
De handel levert nederland o.a. specerijen, tulpen, fruit, lakwerk, porselein, zijde en sits op.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Glorie en ondergang
Wat maakte Nederland zo sterk?
Hoe kwam het tot een einde?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het belang van Context
Kijk goed naar de afbeelding op de volgende sheet.
Schrijf voor jezelf op: Wat ZIE je hier?

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

350 jaar later
Wat gebeurt er met de voorstelling?
Wat gebeurt er met de vorm?

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cultuur en wetenschap
Kijk je huiswerk in duo's na. Bespreek de vragen inhoudelijk en op vraagsoort.
Lees pagina 18 t/m 22. Vat deze samen (DOEN!)
Maak vragenblok 5 van Hoofdstuk 2.

Ben je klaar? Ga verder met de analyse van je werk of scroll naar de verdiepende extra's.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Loggen
Schrijf in je aantekeningen/werkschrift het liefst in een kader of met een andere kleur pen:

Wat was er nieuw deze week?
Wat gaat goed?
Waar ga je extra aandacht aan besteden?
1 goede vraag om de volgende les te stellen.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdiepende extra's
Gebruik de volgende sheets om extra grip te krijgen op het onderwerp!

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies