In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Documentenstroom in het verkoopproces
Slide 1 - Tekstslide
De documentenstroom in een onderneming
Slide 2 - Tekstslide
Wat is een verkoopfactuur?
A
Een verkoopfactuur krijgt een onderneming toegestuurd van de leverancier. Het heeft betrekking op een voorgaande factuur.
B
Een verkoopfactuur maakt de onderneming op voor zijn klanten. Het heeft betrekking op een voorgaande factuur. De leverancier heeft een betalingsverplichting ten opzichte van de klant.
C
Een verkoopfactuur is een uitnodiging die je verstuurt wanneer je een product of dienst verkoopt/levert aan een andere onderneming met als doel deze te laten betalen.
Slide 3 - Quizvraag
wat moet er zoal op een verkoopfactuur?
Slide 4 - Woordweb
=
-
WAT IS WINST?
WINST
OMZET
KOSTEN
Slide 5 - Sleepvraag
Wie verstuurt deze ingevulde documenten? Sleep de documenten naar de juiste persoon.
Koper
Verkoper
Prijsaanvraag
Offerte
Bestelbon
Orderbevestiging
Leveringsbon
Factuur
Slide 6 - Sleepvraag
Sleep op de volgende dia de betekenis bij het juiste document!
Slide 7 - Tekstslide
prijsaanvraag
offerte/prijsopgave
bestelbon
orderbevestiging
leveringsbon
factuur
plaatsen van een bestelling
meedelen van verkoopsvoorwaarden
informeren naar verkoopsvoorwaarden
De goederen worden geleverd bij de klant
uitnodiging tot betaling
bevestiging van bestelling
Slide 8 - Sleepvraag
Een offerte is uitgebreider dan een prijsopgave. De klant krijgt niet alleen de gevraagde prijs, maar ook meer details over het product, een eventuele korting, de leverings- en betalingsvoorwaarden
A
waar
B
niet waar
Slide 9 - Quizvraag
Soms vraagt de leverancier om een orderbevestiging goed te keuren. Waarom is dat?
Slide 10 - Open vraag
Welk document wordt niet opgesteld door de verkoper?
A
een bestelbon
B
een prijsopgave
C
een offerte
D
een prijsaanvraag
Slide 11 - Quizvraag
De meeste ondernemingsklanten moeten pas na de levering betalen. Welk document krijgen ze na de levering toegezonden?
A
Offerte
B
Leveringsbon
C
Factuur
D
Orderbevestiging
Slide 12 - Quizvraag
De btw is NIET inbegrepen, dit is dan ...
A
inclusief btw
B
exclusief btw
C
handelskorting
D
af magazijn
Slide 13 - Quizvraag
Welke informatie moet op de factuur vermeld worden?
A
Kleur van het geleverde product
B
Datum van de levering
C
Bankrekeningnummer van de klant
D
Aantal werknemers bij de leverancier
Slide 14 - Quizvraag
Wat is een verplicht element op de verkoopfactuur?
A
Logo van het bedrijf
B
Telefoonnummer van de verkoper
C
Klantnummer van de koper
D
Btw-nummer van de verkoper
Slide 15 - Quizvraag
Wat betekent de leveringsvoorwaarde AF fabriek?
A
Risico en kosten van transport zijn ten laste van de koper
B
Risico en kosten van transport zijn ten laste van de verkoper
C
Er zijn geen risico's en kosten voor het transport.
Slide 16 - Quizvraag
Waarom is een factuur opstellen niet steeds verplicht?
Slide 17 - Open vraag
Hoe heet de korting die als doel heeft om meer te verkopen?
Slide 18 - Open vraag
Geef een ander woord voor een commerciële korting.
Slide 19 - Open vraag
Deze korting heeft als doel om snellere betaling te verkrijgen.
A
handelskorting
B
financiële korting
C
commerciële korting
D
korting voor betaling op termijn
Slide 20 - Quizvraag
Bij welke betalingsvoorwaarde kan er een financiële korting van toepassing zijn?
A
betaling in contanten
B
betaling op termijn
Slide 21 - Quizvraag
Welk document maakt de verkoper op als er een fout geslopen is in de factuur?