Les 7: Leefstijlprogramma

Les 7: 
Deel 1
45 minuten
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Les 7: 
Deel 1
45 minuten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.



Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
Activiteit 
Tijd in minuten 
Intro, AWR en lesdoelen
10
Terugblik vorige les 
5
Theorie + opdrachten 
30
Intro les 2
5
Theorie + opdrachten 
30
Evaluatie en afsluiten les 
10

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van de les:
- Kunnen de studenten de relevante wetten omtrent medicatie herkennen. (O)
- Kunnen de studenten uitleggen waarom een medicatiebeleid voor een organisatie van belang is. (B)
- Kunnen de studenten medicatie met een verslavende werking herkennen. (O)

Relevantie: 
Medicatie heeft invloed op je lichaam, denken en voelen. Als MZ'ers hebben we de taak om hier dus secuur mee om te gaan. Op je stage ga je zien wat de invloed is van medicatie op de levens van je cliënten. In deze les krijg je kennis om zo het gesprek je cliënt over medicatie aan te kunnen gaan. 









Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om tot een diagnose te komen doet de arts of ggz-psycholoog onderzoek.
Hoe heet dit vraaggesprek met de cliënt?
A
MDO
B
anamnese
C
Consult
D
classificatie

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn hoofdtaken van een psychiater?
A
Geeft therapie en gaat in gesprek over trauma's
B
Behandelt ernstige psychische stoornissen en schijft behandelplannen.
C
Behandelt ernstigere aandoeningen en mag medicatie voorschrijven.
D
Voert gesprekken met de cliënt en regelt de administratie

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Begeleidingsactiviteiten zijn alle handelingen die gericht zijn op het ondersteunen van de cliënt bij...
A
Zelfzorg, wonen en participatie.
B
Wonen, schoonmaken en lichamelijke verzorging.
C
Participatie, zelfredzaamheid en motivatie.
D
Participatie, eigenaarschap en wonen.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Les over medicatie

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het einde van de les:
Kunnen de studenten de relevante wetten omtrent medicatie herkennen. (O)
Als begeleider mag je niet zomaar medicijnen verstrekken, adviseren of toedienen. 
Je hebt rekening te houden met de geldende wetgeving en de afspraken die gelden binnen de instelling. Deze afspraken zijn vastgelegd in het medicatiebeleid van de organisatie.
In het medicatiebeleid is ook te vinden wanneer je bevoegd en bekwaam bent om medicatie te verstrekken. 

Iedereen die iets doet met medicatie moet zich hieraan houden aan deze wetten:
  • Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)
  • Geneesmiddelenwet
  • Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

In de komende slides bespreken we deze wetten. 


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wet beroepen in de gezondheidszorg

BIG is de afkorting van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. 

De wet is gericht op individuele beroepsbeoefenaren. Bijvoorbeeld: verpleegkundigen, artsen, apotheek en fysiotherapeut. 
Het gaat in deze wet voornamelijk om beroepen in de gezondheidszorg. 
Welzijnsberoepen, zoals begeleider in de maatschappelijke zorg, worden niet genoemd.

Mantelzorgers zijn geen beroepsbeoefenaren en vallen daarom niet onder deze wet. 


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geneesmiddelenwet
In deze wet wordt aangegeven welke middelen als geneesmiddel mogen worden aangemerkt. De wet gaat ook in op de rol van de arts en de apotheker, en op de vraag welke geneesmiddelen door bijvoorbeeld een drogist verkocht mogen worden. 

Voedingssupplementen, zoals vitaminen en mineralen, zijn geen geneesmiddelen volgens deze wet. De verkoop daarvan is daarom aan minder strenge regels gebonden.

Slide 12 - Tekstslide

In de Geneesmiddelenwet is vastgelegd voor welke medicijnen een recept nodig is.
Hierin zijn vier categorieën te onderscheiden:
Medicijnen die alleen onder toezicht van een bekwaam beroepsbeoefenaar gebruikt mogen worden, door de verhoogde kans op bijwerkingen.
Medicijnen waarbij verslaving kan optreden.
Medicijnen die nog niet lang op de markt zijn. Deze medicijnen worden onder toezicht geplaatst omdat de precieze werking en de mogelijke bijwerkingen nog niet bekend zijn.
Medicijnen die via een injectie toegediend moeten worden.
Kan je melatonine bij een drogist kopen of moet je dan naar de apotheek?
A
Drogist
B
Apotheek

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)
Organisaties moeten kwalitatief goede zorg leveren in een veilige omgeving voor de cliënt. Deze zorg moet verleend worden door zorgverleners die deskundig zijn. Dit wordt geregeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicatiebeleid instelling
Het medicatiebeleid van een organisatie omvat alle regelingen en protocollen op het gebied van medicatie. Hierin staan de verantwoordelijkheden en taken van artsen, apothekers en andere beroepsbeoefenaren (BIG). Ook de  procedures voor bestellen, bewaren, distributie en toedienen van medicijnen staat hierin. Daarbij de procedures voor het melden van medicatie-incidenten. 

Verstrekken van medicatie
Om medicatie te verstrekken moet je bekwaam zijn, dan moet je kennis hebben over: 

  • het medicatiebeleid van de organisatie
  • de werking en bijwerkingen van de meest gebruikte medicijnen
  • bewaarcondities
  • de verschillende toedieningsvormen en toedieningswijzen
  • het distributiesysteem
  • protocollen over medicatiebeleid, vooral de melding van medicatie-incidenten.
Kunnen de studenten uitleggen waarom een medicatiebeleid voor een organisatie van belang is. (B)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten uitleggen waarom een medicatiebeleid voor een organisatie van belang is. (B)
5 J's: veilig medicatie verstrekken (checklist tijdens vertsrekken van medicatie. 

  1. Juiste medicijn
  2. Juiste cliënt
  3. Juiste tijdstip
  4. Juiste manier van toedienen
  5. Juiste dosis

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klassikaal: waar vind je op deze afbeelding de 5j's? 
  1. Juiste medicijn
  2. Juiste cliënt
  3. Juiste tijdstip
  4. Juiste manier van toedienen
  5. Juiste dosis.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten medicatie met een verslavende werking herkennen. (O)
Bij een medicijnverslaving is iemand geestelijk en lichamelijk afhankelijk geworden van een medicijn. Dit lijkt in veel opzichten op een verslaving aan drugs of alcohol. 
Bij een medicijnverslaving is er net als bij gewenning een steeds hogere dosering nodig om het gewenste effect te bereiken. 
Bekende voorbeelden van verslavende medicatie zijn:
  • slaap- en kalmeringsmiddelen: benzodiazepinen en barbituraten
  • pijnmedicatie die gebaseerd is op opiaten: tramadol, oxycodon en fentanyl
  • anti-epilepticum: lyrica.

Zowel bij gewenning als verslaving mag alleen een arts de dosis verminderen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijksituatie 
De situatie: Een cliënt met medicatieverslaving komt bij jou zijn slaapmedicatie ophalen. Waar let jij op dat jij de medicatie veilig verstrekt? 

Tijd: Max. 10 minuten 
Hoe: In een groepje van 3/4 studenten bespreek je waar jullie op letten. 1 student schijft mee. 
Hulp: Elkaar, denk aan de 5J's en internet/AI
Uitkomst: Jullie hebben van elkaar geleerd hoe je een cliënt in deze situatie begeleid. 
Klaar: Ga verder met je eindopdracht 
Wat: Als groepje bespreek je waar je op moet letten als je medicatie geeft aan iemand met een verslaving voor dit middel. Let erop dat de cliënt de medicatie inneemt. 


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken opdracht
Je let op de 5 J's!
Je let erop dat de medicatie wordt ingenomen:
  • De client kan medicatie onder zijn tong/of in de mond verstoppen en zo medicatie opsparen. 
  • De cliënt kan de medicatie aannemen en in zijn mouw verstoppen. 
  • De cliënt kan medicatie in zijn sok/schoen verstoppen. 

Belangrijk is dus dat je de juiste dosering geeft aan deze cliënt en erop let dat zij daadwerkelijk de medicatie doorslikken. 
Soms kan het zelf protocol zijn dat de cliënt na het innemen van medicatie zijn mond open doet en zijn tong uitsteekt. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check 
Aan het einde van de les:
- Kunnen de studenten de relevante wetten omtrent medicatie herkennen. (O)
- Kunnen de studenten uitleggen waarom een medicatiebeleid voor een organisatie van belang is. (B)
- Kunnen de studenten medicatie met een verslavende werking herkennen. (O)

Ga naar It's Learning, G&V(klassencode), content, map leefstijlprogramma, opdracht inleveren lesdoel check les 7. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 7: 
Deel 2

45 minuten

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen 
Aan het einde van de les: 
- Kunnen de studenten beschrijven hoe ze op de juiste wijze medicatie toedienen. (O)
- Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)

Relevantie:
Medicatie heeft invloed op je lichaam, denken en voelen. Als MZ'ers hebben we de taak om hier dus secuur mee om te gaan. Op je stage ga je zien wat de invloed is van medicatie op de levens van je cliënten. In deze les krijg je kennis om zo het gesprek je cliënt over medicatie aan te kunnen gaan. 

Slide 23 - Tekstslide

Je kunt de studenten laten dobbelen met een dobbelsteen of de studenten een nummer laten trekken.

thema 12 Mensen

Werkzame stof en hulpstof
Een medicijn of geneesmiddel is een chemische stof die invloed uitoefent op het lichaam en de processen die hierin plaatsvinden. De chemische stof bestaat uit een  werkzame stof en hulpstoffen om de werkzaamheid te bevorderen. 

De naam van een medicijn is niet altijd de chemische naam. De naam kan op 3 manieren worden gegeven. 






Soort naam 
Voorbeeld 
chemische naam
2-acetoxy-benzoëzuur.
stofnaam
acetylsalicylzuur
merknaam
Aspirine
Kunnen de studenten beschrijven hoe ze op de juiste wijze medicatie toedienen. (O)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten beschrijven hoe ze op de juiste wijze medicatie toedienen. (O)


Medicatie komt in verschillende vormen: tablet, dragee, capsule, drankje, poeder enz.
Dit komt omdat medicatie op verschillende manieren kan worden toegediend: via neus, mond, oor, anaal, oog, huid enz.
De reden van toedienen kan anders zijn omdat de medicatie op een bepaalde plek in het lichaam een bepaald probleem moet oplossen. 

Om meer te leren over welke toetsingsvormen er zijn en hoe die gebruikt moeten worden gaan we een puzzel maken... 


Slide 25 - Tekstslide

12.2. Onderverdeling van medicijnen
Medicijnen kun je op verschillende manieren onderverdelen:
Indeling op basis van gebruik: met welk doel wordt het medicijn gebruikt? Preventief, genezend, symptoombestrijding, herstellend of aanvullende van tekorten.
Indeling op basis van werkingsgebied: op welke manier en waar in het lichaam werkt het medicijn?(pijnstillers, antibiotica, orgaanspecifieke medicijnen, psychofarmaca, hormonen, slaapmiddleen)
Kunnen de studenten beschrijven hoe ze op de juiste wijze medicatie toedienen. (O)
Tijd: Max. 10 minuten
Hoe: In hetzelfde groepje als de opdracht van de vorige les maak je de puzzel. 
Hulp: Elkaar, tip: begin bij degene die al wel weet. 
Uitkomst: Jullie weten welke toedieningsvorm er bij welke toedieningsweg past. 
Klaar? Ga je kort werken aan de eindopdracht. 
Wat: als groepje verdeel je de speelkaartjes op tafel. Rood: Toedieningswegen 
en Blauw: Toedieningsvormen. Je gaat de juiste vorm bij de juiste weg leggen. Als je klaar bent laat je de kaartjes zo liggen en gaan we de opdracht klassikaal bespreken. 
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)
Psychofarmaca is de overkoepelende naam voor medicatie bij psychische problematiek. 
De medicatie beïnvloed het: denken, voelen en handelen. 
Deze medicijnen mogen alleen worden voorgeschreven door een arts of psychiater.


Er zijn vier hoofdgroepen:
  • kalmerende medicijnen
  • stimulerende medicijnen
  • medicijnen die de stemming beïnvloeden
  • antipsychotische medicijnen.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)
Soort medicijn
Voorgeschreven bij:
Kalmerende medicijnen
Angststoornissen en 
slaapstoornissen.
Stimulerende medicijnen
ADHD en 
narcolepsie.
Antidepressiva en
stemmingsstabilisatoren.
Depressie, 
angststoornissen en 
bipolaire stemmingsstoornis
Antipsychotica
Psychose: wanen, hallucinaties en denkstoornissen. Schizofrenie

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)
Opdracht: we gaan de tabel van de vorige slide verder aanvullen met 'werking' en 'bijwerkingen'. 

Tijd: Max. 15 minuten
Hoe: Splits je vorige groepje in tweetallen.
Hulp: Elkaar, internet en AI. 
Uitkomst: Jullie weten wat deze medicijnen doen en wat de bijwerkingen zijn. 
Klaar? Ga je kort werken aan de eindopdracht.
Wat: Ga naar It's Learning,  G&V(klassencode), content, map leefstijlprogramma, opdracht tabel psychofarmaca invullen. 1 student vult de tabel in en levert hem in. Zet allebei je namen in het document!

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)
Bespreking opdracht klassikaal: 

1. Van welk medicijn wist je al bepaalde (bij)werkingen?
2. Benoem één soort medicatie waar je vandaag iets over hebt geleerd m.b.t. (bij)werkingen? 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check 
Aan het einde van de les: 
- Kunnen de studenten beschrijven hoe ze op de juiste wijze medicatie toedienen. (O)
- Kunnen de studenten herkennen welke soort medicatie bij welk psychisch probleem wordt toegepast en wat de werking is. (O)

Controle vragen: 
- Benoem 3 manieren hoe je medicatie kan innemen en 3 vromen van toediening.
- Benoem de 4 hoofdgroepen psychofarmaca.  

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen??

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesweek 3: voedingsallergie/intolerantie en Eetstoornissen, blz 397 uit Mensen
Les 4: voedingsstoornissen en Slaap en waakstoornissen, thema 17 uit Mensen
Les 5: Randvoorwaarden bij begeleidingsactiviteiten? thema 13 Methodisch begeleiden?
Les 6: Thema 6, Mensen; Aandoeningen diagnosticeren en classificeren?
Les 7 en 8: Medicatie, thema 11, 12 en 19 uit Mensen
Les 9: Psycho-educatie/voorlichting en advies geven, thema 8 uit communicatie en gedrag
Les 10: Afronding en eventueel toets

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies