In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 1 min
Onderdelen in deze les
hoofdstuk 1t/m14
Slide 1 - Tekstslide
Wie stelt de gemeentelijke verordeningen vast?
A
De burgermeester.
B
De gemeenteraad.
C
Het college van burgermeesters en wethouders.
Slide 2 - Quizvraag
Hoe vindt de aanstelling van een burgemeester plaats?
A
De burgermeester wordt – op voordracht van de minister – benoemd bij koninklijk besluit.
B
De ingezetenen van een gemeente kiezen de burgermeester
C
De gemeenteraad benoemt de burgermeester.
Slide 3 - Quizvraag
Emilie viert haar zestiende verjaardag in de woning van haar ouders. Ze heeft tientallen gasten van 16 en 17 jaar uitgenodigd. Ook de ouders van Emilie zijn aanwezig; Emilie en haar beide ouders geven alcoholhoudende drank aan de minderjarige gasten.
Welke bewering over deze situatie is JUIST?
A
Hier is GEEN sprake van een strafbaar feit uit de alcoholwet
B
De ouders van Emilie zijn strafbaar wegens het verstrekken van alcoholhoudende drank aan minderjarige
C
De ouders van Emilie en de minderjarige die alcoholhoudende drank bezitten zijn strafbaar wegens overtreding van de alcoholwet.
Slide 4 - Quizvraag
De eigenaar van een restaurant laat zijn afval uit de keuken van een restaurant achter bij een dierenweide van de gemeente. Welke overtreding van welke wet is er aan de orde?
A
De eigenaar van het restaurant begaat geen overtreding van de Omgevingsgwet, maar van de afvalstoffenverordening.
B
De eigenaar van het restaurant begaat een overtreding van artikel 10.1 lid 1 van de Wet milieubeheer.
C
De eigenaar van het restaurant overtreedt de Omgevingswet als hij dat afval achterliet zonder omgevingsvergunning
Slide 5 - Quizvraag
Wat/wie is bevoegd gezag
Slide 6 - Open vraag
Hoeveel wetboeken zijn er?
A
3
B
4
C
5
Slide 7 - Quizvraag
. Wie heeft de bevoegdheid om een machtiging ter binnentreden te verlenen?
A
officier van justititie
B
hulpofficier van justititie
C
advocaat generaal
Slide 8 - Quizvraag
Een nederlandse man pleegt op een vliegtuig uit finland, boven de lucht in china een misdaad. In welk land wordt hij veroordeeld?
A
Nederland
B
Finland
C
China
Slide 9 - Quizvraag
Voor welke jeugdige kan een halt straf opgelecht worden?
A
voor jongeren onder de 18
B
Voor jongere onder de 15
C
voor jongeren tussen de 12 en 18
Slide 10 - Quizvraag
Wat is een last onder dwangsom?
A
Dat is een opdracht om de overtreding of de gevolgen daarvan binnen een gestelde termijn ongedaan te maken of niet langer te herhalen. Wanneer de overtreder niet voldoet aan de opdracht, moet hij een bedrag (dwangsom) betalen per tijdseenheid of per overtreding.
B
Dat is een onvoorwaardelijke geldboete wegens het overtreden van een wettelijk voorschrift.
C
Dat is de opdracht om de overtreding of de gevolgen daarvan binnen een gestelde termijn ongedaan te maken. Als de overtreder niet voldoet aan de opdracht, zal het bestuursorgaan de overtreding ( doen) beëindigen op kosten van de overtreder.
Slide 11 - Quizvraag
Wat is de scheiden der machten en welke zijn dit?
Slide 12 - Open vraag
Welke partijen is/zijn uitgezonderd van de verplichting om aan de opsporingsambtenaar de medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen bij uitoefening van de opsporingsbevoegdheden va de WED
A
personen die door medewerking verdachte worden.
B
De verdachte.
C
Geheimhouders vanuit ambt, beroep of wettelijk voorschrift
Slide 13 - Quizvraag
Welk bewijs moet de opsporingsambtenaar beschrijven in zijn proces verbaal?
A
zowel ontlastend als het belastend bewijs
B
Alleen ontlastend bewijs
C
Alleen belastend bewijs
Slide 14 - Quizvraag
Wie kan/kunnen bepalen of bevelen dat de aangehouden verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan, in het belang van het onderzoek in zijn lichaam wordt onderzocht?
A
de officier van justitie en de hulpofficier van justitie
B
Alleen de officier van justitie
C
De officier van justitie en de rechter-commissaris
Slide 15 - Quizvraag
Wat is volgens de Awb een besluit?
A
Een mondelinge afspraak tussen burger en overheid
B
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met publiekrechtelijke gevolgen
C
Een advies van een ambtenaar
Slide 16 - Quizvraag
waarom is de algemene wet op binnentreden belangrijk als de politie een huis wil binnenkomen?
Slide 17 - Open vraag
Welke van de volgende is een herstelsanctie?
A
Bestuurlijke boete
B
Last onder dwangsom
C
Strafbeschikking
Slide 18 - Quizvraag
Tegen wat kan bezwaar worden gemaakt?
A
Tegen elk gesprek met een ambtenaar
B
Alleen tegen een besluit van een bestuursorgaan
C
Tegen elke wet die wordt aangenomen
Slide 19 - Quizvraag
Wat mag een toezichthouder volgens de Awb niet zomaar doen?
A
Inlichtingen vorderen
B
Een woning betreden zonder toestemming van de bewoner
C
Inzage vragen van een identiteitsbewijs
Slide 20 - Quizvraag
Waarom is het belangrijk dat rechters onafhankelijk zijn? Leg dit uit met een voorbeeld.
Slide 21 - Open vraag
Welke bevoegdheid heeft een boa op basis van artikel 160 Sv?
A
Het staande houden van personen ter vaststelling van hun identiteit
B
Het binnentreden van elke woning zonder machtiging
C
Het opleggen van een bestuurlijke boete
D
Het toepassen van geweld zonder voorafgaande waarschuwing
Slide 22 - Quizvraag
Wat is een vereiste voor het uitoefenen van de geweldsbevoegdheid door een boa?
A
De boa moet altijd toestemming vragen aan de politie
B
De boa moet gecertificeerd en onder voorwaarden aangewezen zijn
C
De boa mag geweld gebruiken wanneer hij dat zelf noodzakelijk vindt
D
De boa heeft een algemene geweldsbevoegdheid zonder beperkingen
Slide 23 - Quizvraag
Wat moet een boa verplicht tonen wanneer iemand hierom vraagt?
A
Het proces-verbaal dat hij heeft opgemaakt
B
Zijn persoonlijke aantekeningen
C
Zijn legitimatiebewijs (legitimatiebewijs toezichthouder/boa-kaart)
D
Zijn dienstrooster van die dag
Slide 24 - Quizvraag
Op basis van welke wet oefent een boa zijn opsporingsbevoegdheden uit?
A
Algemene Plaatselijke Verordening
B
Wetboek van Strafrecht
C
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
D
Wetboek van Strafvordering
Slide 25 - Quizvraag
Leg uit wat het verschil is tussen 'staande houden' en 'aanhouden', en omschrijf in welke situaties een boa deze bevoegdheden mag toepassen