§7.1 vorming, verandering en institutionalisering

Hoofdstuk 7
Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 7
Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe had jouw leven eruit gezien als je 100 jaar geleden 
geboren was? 
Hoe had jouw leven eruit gezien
als je 100 jaar geleden geboren was?

Slide 2 - Woordweb

Deze vraag zet leerlingen aan om na te denken over hoe samenlevingsvormen veranderd zijn vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw.
Wat leer ik dit hoofdstuk?
Deze periode
  • Terug in de tijd om de kernconcepten institutionalisering, democratisering, individualisering en rationalisering beter te begrijpen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Institutionalisering 
Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
  • Vorm een groepje van 4
  • Leg uit dat je het PTA op school kunt zien als een voorbeeld van institutionalisering
  • Schrijf jullie antwoord duidelijk op

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verzuiling
De samenleving was opgedeeld in drie (of vier) levensbeschouwelijke en sociaaleconomische groepen: 
Katholiek
Protestants
Socialistisch
(Liberaal)
Mensen bleven voornamelijk binnen ‘de eigen zuil’ en de cultuur was sterk collectivistisch.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gezinsleven ('20-'60)
Het gezin kun je zien als een sociale institutie, omdat er regels zijn waardoor iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.
Kostwinnersgezin en bevelshuishouding: er was sprake van een duidelijke rolverdeling tussen man en vrouw en een grote machtsafstand
Dit was was ook (deels) wettelijk vastgelegd. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het gezin voor de jaren 60
Er is sprake van ongelijke verdeling van macht. de machts- afstand is groot. 
1. Iedereen wist wat er van hem verwacht werd
2. Vader zorgt voor het inkomen
3. Moeder voor de kinderen en het huishouden
4. Kinderen hielpen moeder mee
5. Gehuwde vrouwen waren handelingsonbekwaam

macht
het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veranderingen in instituties (Na WOII)
Maatschappelijke veranderingen: baby-boom, economische vooruitgang en eigen woning bezit
In de wet veranderde onder andere het volgende:
1. De opbouw en de uitbreiding van de verzorgingsstaat
2. Wetswijziging in 1956: vrouwen werden niet langer als handelingsonbekwaam gezien.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voordelen
Gedrag wordt gereguleerd
Er wordt steeds meer geredeneerd vanuit regels en procedures
Leidt tot zingeving (bijvoorbeeld statieflessen)
Nadelen
Gedrag wordt voorspelbaar, wat leidt tot meer vrijheid

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Maak opdrachten 3 en 4 (7.1)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies