In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 90 min
Onderdelen in deze les
les 4 fases van een gesprek, actief luisteren
Slide 1 - Tekstslide
Wat weten we nog van de vorige les?
Slide 2 - Woordweb
Wat zijn privé telefoongesprekken?
A
Zijn gesprekken met familie of vrienden.
B
Zijn gesprekken met nieuwe klanten.
C
Zijn gesprekken waarbij je privé gegevens deelt.
D
Zijn gesprekken met een klant, gast of zorgvrager.
Slide 3 - Quizvraag
Ik bel iemand. Dit is een ..... telefoongesprek
A
inkomend
B
uitgaand
Slide 4 - Quizvraag
Bij zakelijk telefoneren hoort zakelijk taalgebruik. Wat is een goed voorbeeld van een zin wanneer je iemand moet doorverbinden bij zakelijk telefoneren.
A
Wacht even. Mijn collega ga ik roepen.
B
Een moment geduld alstublieft, ik verbind u door.
C
Even geduld, ik verbind je door.
Slide 5 - Quizvraag
De volgorde bij een zakelijk telefoongesprek
A
begroeting - naam van het bedrijf - dan eigen naam
B
eigen naam - begroeting - naam bedrijf
C
begroeting - eigen naam - naam van het bedrijf
D
dat maakt niet uit
Slide 6 - Quizvraag
Hoe begin je een telefoongesprek?
A
Hoi
B
Hallo
C
Goedemiddag
Slide 7 - Quizvraag
Wat zijn de do's en don'ts bij zakelijk telefoneren?
Slide 8 - Open vraag
Ik begrijp hoe ik een telefoongesprek moet voeren.
A
ik begrijp het niet
B
ik snap het een beetje
C
ik snap het bijna
D
ik begrijp het helemaal
Slide 9 - Quizvraag
De vier fases in een gesprek
1. Inleiding
2. Beschrijving van de situatie
3. Vergelijking met afspraken en regels
4. Afronding, conclusies en vervolgafspraken
Slide 10 - Tekstslide
Inleiding
Het gesprek begint altijd met een inleiding. Het doel hiervan is het gesprek op gang te brengen. Je maakt contact met elkaar. Je zorgt samen voor een ontspannen sfeer en je maakt aan elkaar duidelijk waar het gesprek over zal gaan.
Slide 11 - Tekstslide
Voorbeeld inleiding
Dag Peter, ik zou graag het samenwerken met mevrouw Janssen met je willen bespreken.
Slide 12 - Tekstslide
Beschrijving van de situatie
Na de inleiding volgt een beschrijving van de situatie.
Wat is er gebeurd? Hoe is de situatie nu? Het doel van deze beschrijving is dat jullie allebei weten wat de situatie is. Dit is nodig om het te kunnen bespreken.
Slide 13 - Tekstslide
Vergelijking met afspraken en regels
Nu je de situatie hebt beschreven, kun je die vergelijken met de afspraken en regels die er zijn.
Wat klopt er wel aan de situatie en wat klopt er niet?
Slide 14 - Tekstslide
Afronding, conclusies en vervolgafspraken
Nu is het tijd om het gesprek af te ronden.
Je trekt een conclusie. Wat is het gevolg van alles? Welke afspraken moet je met elkaar maken?
Nadat je een gesprek hebt afgerond, ga je uit elkaar. Je gaat weer verder met je werk of je voert de afspraken die je hebt gemaakt meteen uit.
Slide 15 - Tekstslide
LSD
Luisteren
Samenvatten
Doorvragen
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Video
Actief luisteren
Luister naar wat de ander vertelt.
Kijk de ander aan als hij iets vertelt.
Zeg op de juiste momenten hm, ja of nee.
Richt je lichaam naar degene die iets vertelt.
Vat samen wat de ander heeft vertelt.
Slide 18 - Tekstslide
Samenvatten
Je kunt controleren of je de ander goed hebt begrepen.
De ander krijgt het gevoel dat je goed naar hem luistert. Dat stelt de ander gerust.
Je kunt een samenvatting beginnen met een de woorden: ‘Dus als ik het goed begrijp …’
Slide 19 - Tekstslide
Doorvragen
Voor doorvragen kun je deze vragen gebruiken:
Hoe bedoel je dat?
Kun je daar een voorbeeld van geven?
Waarom denk je dat?
Wat zou er dan kunnen gebeuren?
Wat gebeurde er toen?
Wie waren erbij?
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Video
Vragen bij filmpje
Welke tips krijg je in het filmpje voor actief luisteren?
Hoe helpt papegaaien bij het actief luisteren?
Slide 24 - Tekstslide
Oefening met de klas
Deze opdracht doe je met de hele klas. Je oefent met LSD.
Twee studenten beginnen. De een vertelt in een of twee zinnen aan de ander iets over wat hij deze week heeft meegemaakt. De ander past LSD toe. Probeer zo goed mogelijk te achterhalen wat er gebeurd is.
De rest van de klas luistert.
Na afloop vertellen de anderen in de klas welke vragen zij hadden willen stellen, die niet gesteld zijn.