Ziek zijn les 2

Ziek zijn les 2
De vorige les heb je geleerd welke soorten ziekteverwekkers er zijn en op welke manier die ziekteverwekkers je lichaam binnen komen. 
Deze les ga je leren hoe je weer beter wordt.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Ziek zijn les 2
De vorige les heb je geleerd welke soorten ziekteverwekkers er zijn en op welke manier die ziekteverwekkers je lichaam binnen komen. 
Deze les ga je leren hoe je weer beter wordt.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden heb je
onthouden
van de vorige les?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe genees je?
Na een infectie gaat je lichaam meteen aan het werk om de ziekteverwekkers uit te schakelen. Het uitschakelen van ziekteverwekkers noem je afweer. De afweer gebeurt door witte bloedcellen. De witte bloedcellen ontstaan in het binnenste van je botten: het beenmerg. Ze rijpen onder andere verder in je lymfeklieren.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Witte bloedcellen
Je hebt twee soorten witte bloedcellen: ‘vreetcellen’ en ‘antistofcellen’.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vreetcellen
In een wond kunnen bacteriën komen en een ontsteking veroorzaken. Dan gaan de vreetcellen aan het werk. Deze witte bloedcellen gaan uit de haarvaten. Ze sluiten de bacteriën in en verteren ze.
Als de vreetcellen hun werk gedaan hebben, gaan ze dood. Er komt pus of etter uit de wond. Dat zijn de dode witte bloedcellen, verteerde bacteriën en de resten van kapotte huidcellen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vreetcellen
Eventjes luisteren

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Majel heeft haar hand opengehaald aan roestig prikkeldraad. Na een paar dagen begint het wondje te kloppen en komt er ‘smurrie’ uit.
Welk type bloedcel komt in actie?

Slide 7 - Open vraag

Als je deze vraag fout hebt beantwoord, ga dan nog eens de vorige slides doorlezen.
Hoe heet de smurrie, en waar bestaat het uit?







Hoe heet de smurrie, en waar bestaat het uit?





Hoe heet de smurrie, en waar bestaat het uit?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moeten witte bloedcellen ook tussen de cellen hun functie uitvoeren?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antistofcellen
Als je een infectieziekte hebt, komen de ‘antistofcellen’ in actie. Antistofcellen zijn witte bloedcellen die antistoffen maken. Antistoffen schakelen de ziekteverwekkers uit en daarna ruimen vreetcellen ze op. Dat gaat zo:

Er komen ziekteverwekkers in je lichaam.
Antistofcellen maken de juiste antistof.
De antistofcellen gaan zich snel delen. Al deze cellen maken antistoffen.
De antistoffen koppelen de ziekteverwekkers aan elkaar en schakelen ze zo uit.
Vreetcellen sluiten de gekoppelde ziekteverwekkers in en verteren ze.
Alweer een stukje uitleg

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

herkennen ziekteverwekker
De witte bloedcellen herkennen een ziekteverwekker aan eiwitten op de buitenkant van de ziekteverwekker. Die herkenningseiwitten aan de buitenkant van een cel noem je antigenen. Je eigen lichaamscellen hebben ook antigenen, die zijn lichaamseigen. De antigenen van de ziekteverwekker horen niet in het lichaam. De witte bloedcellen herkennen ze als lichaamsvreemd en gaan dan antistof maken.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herkennen ziekteverwekker
Elke ziekteverwekker heeft zijn eigen antigenen, met een specifieke vorm. Voor elk soort ziekteverwekker maken je witte bloedcellen aparte antistoffen. Die antistoffen passen precies op de antigenen van die soort ziekteverwekker en werken daardoor alleen maar tegen deze ene ziekteverwekker
Joehoe beluister mij!

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antistof
Ziekteverwekker
Antigenen
Antistofcel
Vreetcel
gekoppelde ziekteverwekkers

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hier zie je een pneumokok. Dat is een bacterie die longontsteking kan veroorzaken. Welke antistof is in dit voorbeeld het meest geschikt? Geef het antwoord op de volgende slide.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de vorige slide zag je een pneumokok. Dat is een bacterie die longontsteking kan veroorzaken. Welke antistof is in dit voorbeeld het meest geschikt?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Nynke heeft een maand geleden griep gehad. Nu zijn veel mensen om haar heen verkouden.

Heeft Nynke ook kans om verkouden te worden? Leg uit.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Goed gedaan! 
Je hebt les 2 afgerond. Als je dit nu heel lastig vind. Lees alles dan nog eens een keertje door. Of stel een vraag tijdens de les.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies