Lesje PC-kennis

Algemene PC-kennis

Ga naar lessonup.app

Na dit lesje is je kennis over
gebruik van een computer
weer een beetje opgefrist
of groter geworden.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticaVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Algemene PC-kennis

Ga naar lessonup.app

Na dit lesje is je kennis over
gebruik van een computer
weer een beetje opgefrist
of groter geworden.

Slide 1 - Tekstslide

Iets bewaren op een computer doe je in een bestand
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quizvraag

Geef voorbeelden van wat je met
Windows verkenner kunt doen

Slide 3 - Woordweb

Geef voorbeelden van de eigenschappen
van een bestand

Slide 4 - Woordweb

Waar wordt Word vooral voor gebruikt?
A
Rekenen
B
Presenteren
C
Tekstverwerken
D
Programma om data (=gegevens) op te slaan

Slide 5 - Quizvraag

Geef voorbeelden van de opmaak van een tekst (de lay-out)

Slide 6 - Woordweb

Wat wordt bedoeld met marge?
A
De hoofdtekst op een bladzijde
B
De lengte van een document
C
De ruimte rondom een tekst
D
De resolutie van een scherm

Slide 7 - Quizvraag

Lay-out is hetzelfde als opmaak
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Marge is alleen de ruimte boven aan de bladzijde
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Na centreren staat tekst in het midden uitgelijnd
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Veel gemaakte fouten (vooral bij Powerpoint)
  • Teveel lettertypes
  • Teveel tekst op één bladzijde zodat je niet goed kan zien wat er bedoeld wordt, of dat je afgeleid wordt, of niet snel genoeg kan lezen, of vergeet te luisteren naar de spreker, of de hoofdzaken niet meer van de bijzaken kunt onderscheiden.
  • Taalvaute
  • Teveel verschillende manieren van BENADRUKKEN









Teveel tekst op één bladzijde







Taalfouten







Verschillende manier van benadrukken

Slide 11 - Tekstslide


Het internet (www) zoals we dat nu kennen is uitgevonden in welk jaar (ongeveer)
A
1980
B
1990
C
2000
D
2010

Slide 12 - Quizvraag

Met een browser open je een website op het internet
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Een website bestaat meestal uit meerdere webpagina's
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag