3.2 van dorpje tot wereldrijk

Pak je spullen:
  • Geschiedenisboeken
  • Map
          Welkom K1B
Agenda voor vandaag
  1. Terugblik de Oude Grieken
  2. Uitleg hoofdstuk 3.2
  3. Werkboekopdrachten maken /
    Welkom bij de Romeinen kijken.
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Pak je spullen:
  • Geschiedenisboeken
  • Map
          Welkom K1B
Agenda voor vandaag
  1. Terugblik de Oude Grieken
  2. Uitleg hoofdstuk 3.2
  3. Werkboekopdrachten maken /
    Welkom bij de Romeinen kijken.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Stadsstaten, kolonieën en cultuur
  • De Griekse democratie en onze democratie
  • Bladzijde 36 en 37 van je werkboek
    Opdracht 3, 6 en 9
Terugblik

Slide 2 - Tekstslide

Maak eventueel wat vragen bij deze begrippen of bespreek het kort met de klas.
Opdracht 3
  • Griekenland was onvruchtbaar + daarom zochten de mensen nieuwe gebieden.
  • Grieken verhuisden over zee + en stichtten daar koloniën.
  • Een kolonie hoorde + bij het moeder land
  • Door deze koloniën + werd de Griekse cultuur verspreid. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 6
  • a) Directe democratie = iedereen mag stemmen voor of tegen een plan
  • Indirecte democratie = je stemt op mensen die namens jou beslissen over een plan.

  • b) Er zijn teveel mensen, die kunnen niet allemaal bij elkaar komen. Nu zou het met de telefoon wel kunnen.

  • c) Was Athene een echte democratie?
    Aan de ene kant wel, want de macht was in handen van een groep burgers en niet van een kleine groep.

    Aan de andere kant niet, want niet iedereen mocht meebeslissen. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Romeinse Rijk


1. Van stadstaat tot wereldrijk

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 9
a)
  1. Koloniën
  2. mythe
  3. Olympus
  4. Apollo
  5. tragedie

b)
  1. stadsstaat
  2. democratie
  3. indirecte democratie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les...

  • ken je de begrippen Germanen, limes, consul, senaat, republiek en burgeroorlog (R)

  • kun je uitleggen en herkennen hoe het Romeinse Rijk werd bestuurd en verdedigd. (T1)

  • kun je uitleggen waarom Caesar en Augustus belangrijk zijn geweest voor het Romeinse Rijk. (T2)

  • kun je, je mening geven over de bestuursvorm van het Romeinse Rijk.  (I)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij eigenlijk
van de Romeinen?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies


Koninkrijk?


  • De stadstaat Rome is ooit een koninkrijk geweest, hoewel daar erg weinig over bekend is.
  • En of het verhaal van Romulus en Remus waar is....?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Romeinse Republiek
(509 v. Chr. - 27 v. Chr.)


  • De laatste koning wordt verdreven
  • De Romeinen besluiten om Rome zélf te gaan besturen, zonder een koning!
  • De Republiek Rome wordt gesticht.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Romeinse Republiek
De republiek wordt bestuurd door de senaat ('raad van ouderen'). Dit waren rijke Romeinen.

  • Het volk kiest elk jaar 2 leiders: consuls

  • Zij voerden de besluiten van de senaat uit.

  • Dus geen democratie!

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft de macht in de Republiek Rome?
A
De senaat
B
De koning
C
De consuls
D
Het volk

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Het Romeinse Rijk groeit!


  • Wat begon als kleine stad groeit in een paar eeuwen uit tot een enorm rijk.
  • Legeraanvoerders, zoals Julius Caesar, veroveren grote delen van Europa.
  • Op deze kaart zie je de veroveringen tussen 500 v. Chr. tot ongeveer 40 v. Chr.
  • Goede wegen, een sterk leger en de limes zorgen voor veiligheid.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Alle wegen leiden naar Rome


  • In hun hele rijk leggen de Romeinen verharde wegen (via) aan. 
  • Hierdoor kan niet alleen het Romeinse leger snel in alle uithoeken van het rijk zijn, maar ook handel met andere volken (Germanen) wordt hierdoor makkelijker.
  • En inderdaad: alle wegen leiden écht naar Rome!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk volk werkte veel samen met de Romeinen?
A
Hunnen
B
Grieken
C
Germanen
D
Egyptenaren

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werkten de Germanen samen met de Romeinen.
A
Om met ze te handelen.
B
Omdat zij het bestuur goed vonden.
C
Omdat ze verslagen waren door de Romeinen
D
Omdat zij delen van de cultuur over wilden nemen.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom waren de wegen belangrijk voor de Romeinen?
A
Zo kon het leger zich snel verplaatsen
B
Het was goed voor de handel
C
Anders konden mensen niet in Rome komen
D
Om indruk te maken op andere volken

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Limes


  • Na de dood van Ceasar veroveren de Romeinen de laatste gebieden van hun enorme rijkaken. Ze m vaak gebruik van natuurlijke grenzen zoals: zeeën, rivieren, bergen en woestijnen.
  • Maar als het nodig is bouwen ze een versterkte grens met wachttorens en forten. Zo'n grens heet limes

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


  • In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn.
    Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

  • Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk
    in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn. Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.
Bij Nijmegen (Noviamagus) en Xanten (Castra Vetera) lagen castra. Een castra is een groot fort, meestal voor een legioen. Dit was een leger van ongeveer 6000 soldaten.
Bij Utrecht (Trajectum) lag een castellum. Een castellum is een klein fort, meestal voor een cohort. Dit was een leger van ongeveer 600 soldaten.
De wachttoren die je bij de vorige slide zag, stond bij Vechten (Fectio)
De Tubanten (Tubanti) waren Germanen die in het oosten van het huidige Nederland woonden. De naam kom je tegenwoordig in dit gebied nog regelmatig tegen: de naam Twente is er van afgeleid, net als de naam van de regionale krant Tubantia.
De Bataven woonden in het gebied rond de grote rivieren. Dit gebied heet tegenwoordig de Betuwe, en vermoedelijk komt de naam van de Bataven

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn. Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.
Reconstructie van Castra Noviomagus (Nijmegen)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Romeinse limes?
A
Een Romeins fort
B
De grens van het Rijk
C
Een Romeinse wachttoren
D
De muur van de stad Rome

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In veel boeken over de Romeinen wordt regelmatig gesproken over: Imperium Romanum.

Wat zou dit betekenen?
A
Romeinse Leiders
B
Romeinse Tijd
C
Romeinse Vrede
D
Romeinse Rijk

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Burgeroorlogen
133 v. Chr. tot 44 v. Chr.



  • Heersen over dit machtige rijk, dat wil iedereen wel!
  • Tussen de machtigste Romeinse mannen ontstaat een aantal ruzies die uitlopen in burgeroorlogen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Julius Caesar wordt vermoord
44 v. Chr.



  • Julius Caesar wordt steeds machtiger. 
  • Tegenstanders denken dat Caesar zelfs koning wil worden: ze moeten hem tegenhouden!
  • In de Senaat wordt Caesar door andere senatoren vermoord.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Caesar Augustus
27 v. Chr. - 14 n. Chr.



  • Augustus neemt wraak en zorgt voor rust en vrede.
  • De senaat bedankt hem hiervoor en geeft de titel Augustus ('de verhevene') te geven. 
  • Augustus wordt de eerste keizer van het Romeinse Rijk.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde over het bestuur van het Romeinse Rijk?
A
koninkrijk-republiek-keizerrijk
B
republiek-keizerrijk-koninkrijk
C
keizerrijk-koninkrijk-republiek
D
koninkrijk-keizerrijk-republiek

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werd Julius Caesar vermoord?
A
Hij was een slechte keizer
B
Hij werd te machtig
C
Hij had de keizer beledigd
D
Hij had een veldslag verloren

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Julius Caesar was de eerste keizer van het Romeinse Rijk
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de eerste keizer van het Romeinse Rijk?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent de titel 'Augustus'
A
De verhevene
B
Dictator voor het leven
C
Keizer van het Romeinse rijk
D
Redder van de Republiek

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de mannen die Caesar vermoord hebben?
A
Consuls
B
Armen
C
Rijken
D
Senatoren

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie waren er machtiger:
De 2 consuls of de senatoren?
A
De consuls
B
De senatoren

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • Germanen
  • Limes
  • Consul
  • Senaat
  • Republiek
  • Burgeroorlog

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personen uit deze les

  • Romulus en Remus
  • Julius Caesar
  • Augustus

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

          Aan de slag
Hoofdstuk 3.2
  • opdracht 1 tot en met 7
  • Werkboek pagina 38 + 39
  • Tekstboek 38 + 39

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Link

Deze slide heeft geen instructies