Les 2 Voorbereiding het examen spreken

Spreken en Gesprekken 2F
Les 2
Voorbereiding op het examen 
Spreken 

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Spreken en Gesprekken 2F
Les 2
Voorbereiding op het examen 
Spreken 

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet jij nog over het examen?

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel:
- Je kan uitleggen wat het verschil is tussen verbale en non-verbale communicatie.
- Je verzamelt informatie voor je presentatie.
- Je maakt het script en de powerpoint voor je presentatie.

Slide 3 - Tekstslide

Het examen
- Op school;
- Docent Nederlands en een andere docent;
- Onderwerp is je stageplek/PBV;
- Duurt 4 tot 6 minuten;
- Als hulpmiddel een powerpoint;
- Als hulpmiddel een spiekbriefje met steekwoorden.

Slide 4 - Tekstslide

Ik vind presenteren spannend

Slide 5 - Tekstslide

waar let je op als je presenteert?

Slide 6 - Woordweb

0

Slide 7 - Video

0

Slide 8 - Video

Welke verschillen kun je noemen?

Slide 9 - Woordweb

In een presentatie gebruik je verbale en 
non-verbale communicatie 

Slide 10 - Tekstslide

Non-verbale communicatie
  • Lichaamsbeweging, houding
  • Gezichtsuitdrukking (mimiek)
  • Gebaren
  • Oogcontact
  • Ruimte
  • Stemgeluid

Slide 11 - Tekstslide

Welke tips heb jij voor deze persoon?

Slide 12 - Tekstslide

Stappenplan spreken

1. Verzamel alle informatie, schrijf deze eerst allemaal op in Word (stageverslag).
2. Check of je dan alles hebt wat gevraagd wordt (inhoud stageplek)
3. Probeer jouw verhaal eens uit met een timer. Is het 5 tot 7 minuten?
4. Nee? Verzin er voldoende informatie bij.
5. Ja? Ga jouw powerpoint presentatie maken. 
6. Als de presentatie af is, ga heel veel oefenen voor jezelf, met timer erbij.


 
 















Slide 13 - Tekstslide

TIP: goede start! 
Een goed begin van een presentatie is bijvoorbeeld:

"Goedemorgen/middag. Mijn naam is.... en ik ga u het een en ander vertellen over mijn stageplek.  Allereerst zal ik duidelijk maken waar ik stage loop. Vervolgens maak ik duidelijk wat de goede en mindere punten zijn van dit leerbedrijf."

"Mijn stagebedrijf is....   Het is een .... bedrijf, dat ......"

etc. 

Slide 14 - Tekstslide

TIP: duidelijk einde! 
Het is belangrijk om een duidelijk einde te maken aan jouw presentatie. Zeg  NIET:
"Nou dit was het dan."
"Nou, dit was dus mijn presentatie".
"Oke, ik ben klaar."

Maar zeg bv:
"U heeft meer gehoord over mijn ervaringen op mijn stageplek. Ik hoop dat u een duidelijk beeld heeft gekregen. Als er vragen zijn dan hoor ik dat graag."

Slide 15 - Tekstslide

Vragen

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag
- Afronden presentatie
- Oefenen presenteren

Slide 17 - Tekstslide

De opdracht:

Slide 18 - Tekstslide

Wat moet je vertellen

Slide 19 - Tekstslide

Inleiding- Stel jezelf voor
"Goedemorgen/middag. 
Mijn naam is.... en ik ga u het een en ander vertellen over mijn stageplek. Allereerst zal ik duidelijk maken waar ik stage loop. Vervolgens maak ik duidelijk wat de goede en mindere punten zijn van dit leerbedrijf." Aan het eind/ Tenslotte zal ik jullie ook een advies geven.

Slide 20 - Tekstslide

- Waarom heb je bij dit bedrijf stage gelopen (2 redenen)?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Het slot
Bijvoorbeeld:

"Jullie hebben meer gehoord over mijn ervaringen op mijn stageplek. Ik hoop dat jullie een duidelijk beeld hebben gekregen. Ik adviseer nieuwe studenten om..................... Als er vragen zijn dan hoor ik dat graag."


Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Planning!

24 mei 2022: Schrijven van de tekst van jouw presentatie in Word
31 mei 2022: Inleveren van de tekst van jouw presentatie in Word
3 juni 2022: Maken Powerpoint presentatie en inleveren
7 juni 2022: Voorbereiden op het examen gesprekken. 
Vanaf 8 juni  vinden de examens plaats. We maken samen een afspraak wanneer. Als je niet aan de beurt bent, ga je oefenen.



Slide 27 - Tekstslide

Beoordeling presentatie:
  • Samenhang
  • Afstemming op doel
  • Afstemming op publiek
  • Woordgebruik en woordenschat
  • Vloeiendheid, verstaanbaarheid en grammaticale beheersing

Slide 28 - Tekstslide