DT-Mag1-ElektrischeKracht

Diagnostische toets magnetisme
1. Elektrische velden en krachten
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Diagnostische toets magnetisme
1. Elektrische velden en krachten

Slide 1 - Tekstslide

ToDo 26-10-2019
Deze en volgende slide actueel maken

Deze slide aan het begin van alle individuele LessonUps toevoegen.

Geef hieronder de namen van de personen met wie je hebt samengewerkt, INCLUSIEF je eigen naam!

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Meerkeuzevragen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I. Twee positieve ladingen trekken elkaar aan.
II. Twee negatieve ladingen trekken elkaar aan.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lading A trekt lading B aan en stoot lading C af.
Je weet nu:

I. Lading A is positief geladen.
II. Lading B en C hebben niet dezelfde lading.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I. De richting van elektrische veldlijnen is van + naar -
II. Een positieve lading beweegt zich tegen de veldlijnen in
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I. Hoe sterker het veld, hoe kleiner de elektrische kracht op een testlading.
II. Hoe groter de lading van een testlading in een veld, hoe groter de kracht.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Twee geladen voorwerpen oefenen een kracht op elkaar uit. De lading van voorwerp A is 4 x zo groot als de lading van voorwerp B.

I. De kracht op B is groter dan de kracht op A.
II. Het veld van A is groter dan het veld van B.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We maken de afstand tussen twee geladen voorwerpen 3 x zo groot.

I. De elektrische kracht wordt hierdoor 3 x zo klein.
II. Het elektrische veld wordt hierdoor 3 x zo klein.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beredeneervragen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt twee ladingen A en B die een kracht op elkaar uitoefenen op een bepaalde afstand. We verdrievoudigen lading A en verviervoudigen lading B, en verdubbelen de afstand tussen de twee ladingen. Hoeveel keer groter / kleiner wordt hierdoor de kracht? Laat je beredenering / berekening zien!

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de kracht tussen twee ladingen van 0,15 nC en 3,4 mC op een afstand van 18 pm. Lever een foto van je berekening in en type je antwoord (denk aan A.L.L.E.S.)
(Het antwoord wordt erg groot!)

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de snelheid van een watermolecuul (massa 18 u) als het een (kinetische) energie van 12 keV krijgt.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De volgende sleepvragen gaan over de volgende situatie:

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de spanning over de platen vergroten .
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch veld
energie
snelheid
kracht

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de massa van het deeltje verkleinen .
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch veld
energie
snelheid
kracht

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de lading van het deeltje vergroten.
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch veld
energie
snelheid
kracht

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de afstand tussen de platen verkleinen.
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch
veld
energie
snelheid
kracht

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de afstand tussen de platen vergroten en de massa verkleinen.
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch
veld
energie
snelheid
kracht

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de afstand tussen de platen vergroten en de lading vergroten.
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch
veld
energie
snelheid
kracht

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen 2 condensatorplaten op een bepaalde afstand en onder een bepaalde spanning, wordt een deeltje met een bepaalde lading en massa versneld tot een bepaalde snelheid.
Geef aan wat er met de onderstaande grootheden gebeurt, als we de spanning over de platen verkleinen en de lading vergroten.
wordt groter
blijft gelijk
wordt kleiner
onbekend
spanning
afstand
lading
massa
elektrisch
veld
energie
snelheid
kracht

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenvragen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een elektron (massa en lading in tabel 7B en 7A) bevindt zicht tussen twee platen die op een afstand van 1,44 mm van elkaar staan, onder een spanning van 23,3 V. Bereken:
-het elektrische veld tussen de platen
-de elektrische kracht op het elektron
-de maximale snelheid die het elektron tussen de platen kan krijgen
Berekeningen als foto, antwoorden in tekst.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een positieve lading I van 6,0 C en II van 8,0 C bevinden zich op 5,0 cm naast elkaar. Recht onder de lading van 8,0 C bevindt zich op 4,0 cm een negatieve lading III van 5,0 C.
1. Maak een schets van de situatie.
2. Bereken de kracht die lading I en II elk op lading III uitoefenen. (Let op, dit zijn grote getallen)
3. Teken de bij 2. berekende krachten op schaal in je figuur.
4. Bereken / bepaal de resulterende kracht die III van I en II samen ondervindt.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een waterstofatoom heeft één proton (lading 1 x e) in de kern en één elektron in een cirkel rond de kern. Neem aan dat het elektron met een snelheid van 2,2 10^6 m/s rond de kern cirkelt. De aanwezige elektrische kracht doet dienst als middelpuntzoekende kracht. Bereken hiermee de afstand van het elektron tot de kern (en dus een maat voor de 'grootte' van het waterstofatoom).

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Had je genoeg tijd om deze toets te maken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Klopte de inhoud van deze toets met de les / huiswerk / oefenopgaven?
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de moeilijkheidsgraad van deze toets?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Fouten en suggesties
Heb je een fout gevonden in deze Lessonup?
Geef het door via het foutenformulier!

Bedankt voor je inzet!

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies