Les 3 Bed-complicaties

Blok 2
Bed- complicaties



les 3
Basiszorg
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Blok 2
Bed- complicaties



les 3
Basiszorg

Slide 1 - Tekstslide

Waarom stilzitten slecht voor je is

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Welke gevolgen heb je kunnen ontdekken?

Slide 4 - Open vraag

Gevolgen van het niks doen

Contracturen
Obstipatie
Depressie


Op de volgende dia's leer je hier meer over

Slide 5 - Tekstslide

Contracturen (dwangstand)

Slide 6 - Tekstslide

Contractuur
Abnormale stand van een gewricht of lichaamsdeel
Lichaamsdelen of gewricht langdurig bepaalde stand zonder enige beweging.


Oorzaken:
Langdurig zitten (rolstoel) of liggen (bedrust)
Verkeerd bewegingspatroon
Langdurig geïmmobiliseerd door gips of spalk


Slide 7 - Tekstslide

Spieren- Pezen- Gewrichtskapsels
  • Spieren, pezen en gewrichten kapsels bestaan uit bindweefsel
  • Wanneer er onvoldoende bewogen wordt verkort dit weefsel er ontstaat een bewegingsbeperking
  • In de meeste gevallen verkorten de buigspieren en buigpezen van het gewricht en wordt strekken van deze gewrichten vrijwel onmogelijk

Slide 8 - Tekstslide

Wat kan je doen om contracturen te voorkomen?

Slide 9 - Open vraag

Voorkomen/ behandeling
  • Preventieve maatregelen
  • Regelmatig bewegen, oefentherapie (fysiotherapie)
  • Langdurig bedrust bv. tenen naar je neus
  • Pijn bestrijding
  • Hulpmiddelen bv. spalk
  • Operatie

Slide 10 - Tekstslide

Hoe kun je ondersteuning bieden? 
  • In en uit bed
  • Ondersteuning bij lopen
  • Verplaatsen zie les verplaatsingstechnieken
  • Houding bij zitten/liggen/staan

Slide 11 - Tekstslide

Obstipatie

Slide 12 - Tekstslide

Wat is obstipatie?
A
Geen ontlasting hebben door te weinig voedsel inname.
B
Verstopping van ontlasting.
C
Hele dunne ontlasting

Slide 13 - Quizvraag

Obstipatie
Ontlasting komt minder vaak dan normaal en is hard
    (minder dan 3 maal per week),

Gevolg = Verstopping van ontlasting

Slide 14 - Tekstslide

Noem 3 oorzaken van obstipatie bij volwassenen

Slide 15 - Woordweb

Oorzaken bij volwassenen
  • Te weinig vezels in de voeding /Te weinig drinken/ Te weinig beweging
  • Medicijnen die verstopping veroorzaken
  •    (ijzerpillen, morfine)
  • Stress/ ophouden van ontlasting
  • Chronische (darm)ziektes, darmkanker
  • Lichamelijke oorzaken; afsluiting, kanker
  • Psychologische problematiek
  • Geen oorzaak bekend

Slide 16 - Tekstslide

Noem 2 voorbeelden van obstipatie bij kinderen

Slide 17 - Woordweb

Oorzaken kinderen
  • Het kind voelt de aandrang niet goed
  • Plasproblemen
  • Aanleg kan een oorzaak zijn
  • Soms spastische darm(lagere schoolleeftijd)

Slide 18 - Tekstslide

Hoe te handelen
  • Gezonde voeding met voldoende vezels                                                            Vezels - ontlasting houdt vocht vast - zachtere faeces
  • 1,5 – 2 liter water per dag drinken
  • Bewegen, ten minste een half uur per dag.
  • Toiletbezoek nooit uitstellen
  • Behandeling met medicatie

Slide 19 - Tekstslide

Depressie

Slide 20 - Tekstslide

Wat denk jij bij het woord depressie

Slide 21 - Woordweb

Oorzaken van depressie
  • Individuele kwetsbaarheid
  • Levensgebeurtenissen
  • Licht
  • Bio-psycho-sociaal model (wetenschappelijk): een combinatie van erfelijkheid, persoonlijke eigenschappen en wat iemand meemaakt in zijn leven.                                                                 Sommige mensen hebben aanleg,
  • Bepaalde stoffen in de hersenen maken een mens kwetsbaar voor depressie (sheet 23)
  • Eenzaamheid verminderde sociale contacten – sociaal isolement
  • Verlies van lichamelijke mogelijkheden

Slide 22 - Tekstslide

Wat zijn neurotransmitters?
A
ander woord voor bloedlichaampjes
B
overdrachtsstoffen/ signaalstoffen.

Slide 23 - Quizvraag

Een neurotransmitter wordt ook wel een overdrachtsstof genoemd. Het is een signaalstof die impulsen overbrengt op de zenuwen. Ze vormen dus een cruciale schakel in je lichaam. Zonder neurotransmitters geen actie. Nu denk je bij het overbrengen van die impulsen misschien aan het maken van fysieke bewegingen als resultaat. En inderdaad: het zijn neurotransmitters die het sein van je brein overbrengen om je arm te bewegen. Ze doen echter nog veel meer dan dat en zijn op zeer veel gebieden bepalend voor hoe jij je voelt.
Meer info?
https://liberi.nl/neurotransmitters/

Slide 24 - Tekstslide

Neurotransmitters
  • Bepaalde stoffen in hersenen maken mensen kwetsbaar voor depressie
  • Serotonine en noradrenaline werken in op stemming
  • Bij depressie vaak te lage concentratie
  • Bewegen aanmaak en vrijkomen serotonine verhoogt door vrijkomen van een stofje (tryptofaan)
  • Serotoninespiegel stijgt onder invloed van zon(licht) dat door ogen wordt waargenomen - zon laat tryptofaan vrij in je bloedbaan waardoor serotonine kan worden geproduceerd

Slide 25 - Tekstslide

Herkennen van depressie bij zorgvrager

Slide 26 - Tekstslide

  • Minstens 2 weken elke dag voorbeelden van symptomen
  • Afnemende vitaliteit
  • Verlies sociale contacten
  • Lichamelijke beperkingen
  • Depressieve/sombere stemming
  • Verlies van belangstelling en interesse in bijna alle activiteiten
  • Veranderde eetlust
  • Problemen met slapen
  • Verminderde vermogen tot nadenken of concentratie
  • Vermoeidheid en verlies van energie

Slide 27 - Tekstslide

Signalen van depressie
Veelal somber en lusteloos
Verminderde eetlust
Slaapproblemen
Weinig energie
Stemmingswisselingen
Geen initiatief
Spreekt over de dood
Verlaagd zelfbeeld

Slide 28 - Tekstslide

Wat kan je doen? 
  • In gesprek gaan met zorgvrager en/of familie
  • Bespreken in MDO (multidisciplinair overleg)
  • Gesprekken psycholoog/psychiater
  • Dagprogramma
  • Medicatie

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide