Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
3H 5.2 Weerstand
weerstand
1 / 31
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Natuurkunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
In deze les zitten
31 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
3 videos
.
Lesduur is:
50 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
weerstand
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik 5.1
Welke begrippen heb je geleerd over elektrische lading en stroom?
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen
We gaan deze les:
Even kijken wat spanning in een schakeling doet
Maar ook wat stroomsterkte in de schakeling doet
En naar de invloed van weerstand in een schakeling
Slide 4 - Tekstslide
Er is druk, maar geen stromend water
Er is spanning, maar geen stroom
Slide 5 - Tekstslide
Kraan open: stromend water
Schakelaar dicht: stroom loopt
Slide 6 - Tekstslide
Watermeter meet hoeveel
water
Stroommeter meet hoeveel stroom
Slide 7 - Tekstslide
Weerstand
R
=
I
U
Grootheid
symbool
meetwaarde
symbool
spanning
U
Volt
V
stroomsterkte
I
Ampere
A
Weerstand
R
Ohm
Ω
Lamp 1.4 A, aangesloten op het lichtnet. Wat is de weerstand?
Slide 8 - Tekstslide
Wet van Ohm
Wanneer de stroomsterkte 2x zo groot wordt, wordt de spanning ook 2x zo groot.
Constantaandraad (Cu, Ni, Mn) : De weerstand blijft constant, ook wanneer de temperatuur stijgt.
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Slide 11 - Video
Niet-ohmse weerstand
Spanning en stroom zijn NIET recht evenredig.
Bij een hoge temperatuur, wordt de weerstand groter.
Gloeilamp
Slide 12 - Tekstslide
Als de stroom groot is brandt het lampje fel.
I
=
R
U
Slide 13 - Tekstslide
Wat is elektriciteit dan?
Stroomsterkte (I): Ampere (A)
Spanning. (U): Volt (V)
Weerstand. (R):
o
h
m
(
Ω
)
Slide 14 - Tekstslide
In deze schakeling wordt de spanning en stroom gemeten
Slide 15 - Tekstslide
De wet van Ohm
Een wasmachine heeft een weerstand van 23
en is aangesloten op het stopcontact.
Hoe groot is de stroom door de wasmachine?
Een bureaulamp heeft een weerstand van 1150
Hoe groot is de stroom door de bureaulamp?
I
=
R
U
Ω
Ω
Slide 16 - Tekstslide
De spanning is 4,5V. Hoe groot is de weerstand?
R
=
I
U
Slide 17 - Tekstslide
0
Slide 18 - Video
NTC en LDR
Een
NTC
is gevoelig voor verandering in
temperatuur
.
Als de
temperatuur stijgt
dan
daalt de weerstand.
Een
LDR
is gevoelig voor verandering van
licht
.
Als er
meer licht
op schijnt dan
daalt de weerstand.
Slide 19 - Tekstslide
Toepassingen
NTC's en LDR's
NTC: Negatieve Temperatuur Coëfficient
LDR: Light Dependent Resistor
Slide 20 - Tekstslide
Weerstand beïnvloedend factoren
Weerstand in een draad is afhankelijk van:
Lengte
: Hoe langer de draad hoe hoger de weerstand
Dikte:
Hoe dikker de draad hoe lager de weerstand
Temperatuur
: Hoe hoger de temperatuur hoe hoger de weerstand
Materiaal
: bepaalde materialen hebben een hoge weerstand (zoals plastic), metalen hebben een lage weerstand
Slide 21 - Tekstslide
Aan de slag
Niveau 1: Maak opdrachten 1 t/m 9 blz 79,80,81
Niveau 2: Opdrachten 3 t/m 11
Slide 22 - Tekstslide
Leerdoelen
We gaan deze les:
Even kijken wat spanning in een schakeling doet
Maar ook wat stroomsterkte in de schakeling doet
En naar de invloed van weerstand in een schakeling
Slide 23 - Tekstslide
Spanning
I
Ohm
U
Volt
V
Stroomsterkte
Ampere
A
Ω
R
Weerstand
Slide 24 - Sleepvraag
Een batterijtje van 1,5V laat een stroom van 0,3A lopen door een fietslampje.
Bereken de weerstand
Slide 25 - Open vraag
Een rekenmachine met een weerstand van 300
Is aangesloten op 6,0V.
Bereken de stroomsterkte in mA
Ω
Slide 26 - Open vraag
I = 5,5A
R = 7
U = ?
Ω
Slide 27 - Open vraag
Bereken de weerstand van een lamp die aangesloten is op het lichtnet, door de lamp loopt een stroom van 48 mA
A
4781,67 V
B
4781,67 Ohm
C
4,79 Ohm
D
0,0048 Ohm
Slide 28 - Quizvraag
Wat is de wet van Ohm
A
R = I/U
B
R = U/I
C
R = U.I
D
R = P/I
Slide 29 - Quizvraag
Zie het schakelschema.
Dit apparaat heeft een weerstand
van:
A
0,5 Ω
B
5 Ω
C
10,5 Ω
D
20 Ω
Slide 30 - Quizvraag
Aan de slag
Maak opdrachten 1 t/m 9 blz 79,80,81
Slide 31 - Tekstslide